Conclusie
middelklaagt over de beslissing van het hof op een verzoek tot het horen van vier getuigen.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die door het hof Den Haag is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van de invoer van circa 127 kg heroïne, verstopt in een container met levensmiddelen. De verdediging verzocht om het horen van vier getuigen die in Turkije verblijven en mogelijk verklaringen konden afleggen die de wetenschap van de verdachte over de heroïne zouden kunnen betwisten.
Het hof wees het verzoek tot het horen van deze getuigen af omdat het onaannemelijk was dat zij binnen een aanvaardbare termijn gehoord konden worden. Dit oordeel was gebaseerd op het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, de argumenten van de verdediging tijdens de terechtzitting, en het tijdsverloop sinds het verzoek was toegewezen. De getuigen verblijven in Turkije, waar rechtshulpverzoeken vanwege politieke en organisatorische omstandigheden langdurig worden afgehandeld.
De verdediging voerde aan dat twee getuigen gedetineerd zijn en dus relatief eenvoudig te vinden zouden moeten zijn, en dat sinds april 2017 niets was ondernomen om hen te horen. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd en dat het ontbreken van nadere informatie van de verdediging over de verblijfplaatsen en het uitblijven van concrete maatregelen de afwijzing rechtvaardigt.
Verder concludeert de Hoge Raad dat het niet horen van deze getuigen niet leidt tot schending van het recht op een eerlijk proces, mede omdat de verdachte zijn betrokkenheid bij het transport heeft erkend en de getuigenverklaringen vooral à decharge waren. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf blijft in stand.