Conclusie
1.Inleiding en procesverloop
2.Het middel
3.3. Redengevende feiten en omstandigheden:
qualitate quaplaatsvervangend officier van justitie. In die laatste hoedanigheid zou ik de opsporingsambtenaren toestemming hebben gegeven voor het onderhavige onderzoek.
De voorzitter vraagt de verdachte:
Standpunt van de verdediging
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van het middel
vermoedenbestaat dat een meer dan beperkte inbreuk heeft plaatsgevonden. [21]
a serious interference’’ in de rechten van art. 8 lid Pro EVRM [30] , roept dat tevens de vraag op of het huidige beoordelingsmechanisme van art. 359a Sv in de context van het onderzoek aan een smartphone überhaupt wel als ‘’
effective judicial review’’kan gelden, oftewel als afdoende compensatie, in het geval dat de voorafgaande toestemming van een officier van justitie dan wel rechter-commissaris ontbreekt. [31]
effective judicial review’’. [32] Maar die rechterlijke toetsing moet wel effectief zijn. [33] Dat roept de vraag op of het huidige art. 359a Sv-mechanisme zoals dat door de Hoge Raad wordt gehanteerd daarvoor toereikend is. AG Bleichrodt merkt in dat verband het volgende op: [34]