Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelis gericht tegen de bewezenverklaring en bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat een vordering door een opsporingsambtenaar tot medewerking aan een ademanalyse toereikend is om voor de verdachte de verplichting ex art. 163, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 te doen ontstaan, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
1.”
bevelof
vordering”. [2] Het naast elkaar bestaan van de termen ‘vordering’ en ‘bevel’ in art. 184 Sr Pro komt aldus niet voort uit de gedachte dat beide begrippen wezenlijk verschillend van aard zijn. De Commissie van Rapporteurs zag het begrip ‘vordering’ kennelijk als het genusbegrip en de term ‘bevel’ als een species. Daarmee is evenwel nog niet gezegd dat elke vordering ook als een bevel kan worden gezien.