“
Ten aanzien van de feiten 5 en 6 (A en B)
16. Een geschrift, te weten een aangifte met bijlagen van de Stichting [C] , opgesteld door [verbalisant] met referentienummer 201200106 van 8 februari 2013, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 2.4.1, p. 33-97.
[verdachte] is op 1 mei 2007 tot het bestuur van de stichting [C] toegetreden.
[verdachte] heeft voor een totaal bedrag, dat vooralsnog is beraamd op € 647.468,- middellijk of onmiddellijk naar hem privé of zakelijk betalingen gedaan. Deze betalingen zijn door [verdachte] verricht vanaf de bankrekening bij SNS Bank met rekeningnummer [004] , welke bankrekening door [verdachte] op naam van de Stichting is gesteld. Vervolgens zijn de gelden, die naar de privérekening van [verdachte] zijn overgeboekt, onder andere aangewend voor de aflossing van de hypothecaire (rest)schuld bij SNS Bank.
Uit het onderzoek van Ernst & Young is gebleken dat door [verdachte] vanaf de SNS- bankrekening van de stichting met nummer [004] meerdere bedragen middellijk of onmiddellijk aan hem privé of zakelijk zijn betaald. In totaal is een bedrag van tenminste € 647.468,- door [verdachte] via de bankrekening van de stichting bij de SNS-bank verduisterd.
[betrokkene 1] heeft [verdachte] vervolgens, naar eigen zeggen, als een “vriend in nood” willen helpen en heeft door [verdachte] meerdere leningsovereenkomsten laten opstellen. Deze leningsovereenkomsten zijn buiten medeweten van de overige bestuursleden door [betrokkene 1] en [verdachte] ondertekend.
17. Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot frauduleuze overboekingen vanaf rekening [C] met nummer 2011253296 van 5 september 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren S-015 en S-048, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] deel 1, p. 1-18.
Op de rekeningafschriften is te zien dat de gelden van de nieuw geopende rekening van [C] (Hof: SNS Bank [004] ) binnenkomen op de Raborekening van [verdachte] . Bij de overboekingen naar zijn eigen rekening heeft [verdachte] gebruik gemaakt van omschrijvingen alsof het geld naar de projecten van [G] en [H] zou gaan.
De volgende bedragen zijn over geboekt naar de rekening [001] van [verdachte]
Op 30-05-2010 een bedrag van € 250.000,00
Op 30-09-2010 een bedrag van € 90.000,00
Op 28-04-2011 een bedrag van € 60.000,00
Op 04-05-2011 een bedrag van € 50.000,00
Op 08-06-2011 een bedrag van
€ 40.000,00
Totaal € 490.000,00
Tevens is ook nog te zien dat er geldbedragen worden over geboekt naar “ [D] ”.
[D] is een cosmeticabedrijf, uit uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt dat dit bedrijf eigendom is van de vrouw van [verdachte] .
De volgende bedragen zijn over geboekt naar “ [D] ”
Op 31-08-2011 een bedrag van € 35.000,00
Op 18-11-2011 een bedrag van € 60.050,00
Op de nieuw geopende rekening van [C] rekeningnummer [004] is te zien dat op diverse data bedragen worden overgeboekt naar rekeningnummer [002] van de [E] . [E] is een bedrijf van [verdachte] .
De volgende bedragen worden overgeboekt naar de [E]
Op 29-09-2011 een bedrag van € 12.000,00
Op 04-10-2011 een bedrag van € 10.000,00
Op 04-10-2011 een bedrag van € 4.500,00
Op 25-10-2011 een bedrag van € 14.012,00
Op 01-11-2011 een bedrag van
€ 9.500,00
Totaal € 50.012,00
Op de [C] rekening, rekening [004] is te zien dat op de datum 02-09- 2011 een bedrag van € 5553,67 wordt overgemaakt naar rekening [005] van [F] B.V. met daarbij de omschrijving fat. nr. 31401699. Uit dit factuurnummer bleek dat een auto van het merk Mini Cooper is gekocht. De tenaamstelling van de auto is [D] B.V. De betaling van het bedrag van € 5553,67 heeft betrekking op de 19% BTW betaling voor deze auto. Het blijkt dus dat de BTW voor deze auto is betaald vanaf [C] rekening [004] .
Frauduleuze overboeking SNS rekening [003] [verdachte] € 4.500,00.
18. Een geschrift, te weten afschriften rekeningnummer [004] tnv [C] , zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 8.8.3, p. 288.
19. Een geschrift, te weten overzicht transacties SNS Bank, over de periode 30-05-2010 t/m 01-12-2011, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 8.19.10, p. 376-378.
Betreft overzicht transacties van SNS rekening van Stichting [C]
Op 11-08-2011 een bedrag van € 4.500,- afgeschreven naar [003] [verdachte]
Op 04-10-2011 een bedrag van € 634,61 afgeschreven naar Turien
Op 04-10-2011 een bedrag van € 1218,08 afgeschreven haar Allianz
20. Een geschrift, te weten interviewverslag met [verdachte] van 20 december 2011, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 8.20.2, p. 427.
De volgende betalingen van de SNS rekening met nummer [004] worden door [betrokkene 2] voorgelegd aan [verdachte] :
- Op 4 oktober 2011 een betaling van € 634 naar bankrekeningnummer [006]
- Op 4 oktober 2011 een betaling van € 1.218 naar bankrekeningnummer [007]
[verdachte] deelt mede dat al deze betalingen op het overzicht met privé betalingen staan en dat alle betalingen (middellijk of onmiddellijk) aan hem in privé of zakelijk zijn betaald.
21. Een geschrift, te weten een ‘geldleningsovereenkomst’ gedateerd 25 januari 2010, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 8.19.13, p. 391-393.
De ondergetekenden:
a. [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [a-straat 1] te [plaats] , burger service nummer [008] ; hierna te noemen: geldnemer
en
b. Stichting [C] , gevestigd te [plaats] ten deze rechtsgeldig vertegenwoordig[d] door bestuurder [betrokkene 1] , in hoedanigheid van penningmeester, hier te noemen: geldverstrekker
Artikel 1
De geldverstrekker verstrekt aan de geldnemer een bedrag te leen van €225.000,-, welk bedrag de geldnemer hierbij verklaart te leen te hebben ontvangen, en mitsdien de geldverstrekker verschuldigd is.
Aldus in tweevoud opgemaakt en getekend, te Rijswijk op 25 januari 2010.
Deze overeenkomst is op de laatste pagina links ondertekend door [verdachte] en rechts door [betrokkene 1] .
22. Een geschrift, te weten een ‘geldleningsovereenkomst’ gedateerd 21 oktober 2011, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 8.19.14, p. 396-398.
De ondergetekenden:
a. [E] B. V gevestigd op de [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] , rechtsgeldig vertegenwoordigd door [verdachte] , hierna te noemen: geldnemer
en
b. Stichting [C] , gevestigd te [plaats] ten deze rechtsgeldig vertegenwoordig[d] door bestuurder [betrokkene 1] , in hoedanigheid van pénningmeester, hierna te noemen: geldverstrekker
Artikel 1
De geldverstrekker verstrekt aan de geldnemer een bedrag te leen van € 225.000,-, welk bedrag de geldnemer hierbij verklaart te leen te hebben ontvangen, en mitsdien de geldverstrekker verschuldigd is.
Aldus in tweevoud opgemaakt en getekend, te Rijswijk op 21 oktober 2011.
Deze overeenkomst is op de laatste pagina links ondertekend door [verdachte] en rechts door [betrokkene 1] .
23. Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] met nummer 2011253296 van 10 juni 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren S-015 en S-048, zoals weergegeven in zaaksdossier [C] , rubriek 4.2.1, p. 123-136.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 10 juni 2013 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
V: Wij tonen u bijlage 8.19.13. dit is een geldleningsovereenkomst tussen [verdachte] en u in hoedanigheid als penningmeester van de stichting [C] . Wat kunt u over deze geldleningsovereenkomst verklaren.
A: Dit zou de uiteindelijke versie kunnen zijn. Hier wordt het bedrag € 225.000, - genoemd. Dit zou mijn handtekening kunnen zijn.
V: Het leenbedrag in deze leningsovereenkomst is € 225.000,-. Waar is dit bedrag op gebaseerd.
A: Dit is het bedrag dat [verdachte] mij had verteld dat hij uiteindelijk had opgenomen cq nodig had
.”