Conclusie
1.Het geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Ten aanzien van de feiten 5 en 6 (A en B)
€ 40.000,00
€ 9.500,00
.”
Bespreking van de gevoerde verweren
De ondergetekenden:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens meervoudige verduistering en valsheid in geschrift. De feiten betreffen het onrechtmatig toe-eigenen van ruim € 647.000 van Stichting [C] en het opmaken van valse leningsovereenkomsten om deze verduistering te maskeren.
De verdediging voerde aan dat de leningsovereenkomsten rechtsgeldig waren en dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het geld geleend was, waardoor opzet ontbrak. Het hof oordeelde echter dat de stichting niet rechtsgeldig was vertegenwoordigd bij het aangaan van de leningen, dat de overeenkomsten vals waren en dat de verdachte bewust het bestuur en de accountant had misleid.
De advocaat-generaal concludeert dat het cassatiemiddel faalt omdat het hof voldoende bewijs heeft gevonden voor het opzet van de verdachte. De verdachte wist dat hij onrechtmatig handelde en probeerde met valse documenten zijn handelen te rechtvaardigen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling voor verduistering en valsheid in geschrift blijft in stand.