Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Samenvatting bestreden arrest
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdelen 2.1 en 2.2aangezien zij het meest verstrekkend zijn.
subonderdeel 2.2getuigt het oordeel bovendien van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het doel en de strekking van de centrale beperkingsprocedure krachtens art. 105a-c EOV. Het subonderdeel voert hiertoe aan dat uit het doel en de strekking volgt dat een beslissing van het EOB tot toewijzing van een verzoek tot beperking van een Europees octrooi van invloed is op een in een aangewezen verdragsluitende staat lopende gerechtelijke procedure over het oorspronkelijk verleende octrooi. De rechter dient wat betreft de geldigheid en beschermingsomvang van het Europees octrooi uit te gaan van het door de toegestane wijziging van de conclusies beperkt octrooi, onverminderd zijn bevoegdheid het nog zelf te beperken. Daaraan doet volgens het subonderdeel niet af, dat deze beperking onverlet laat dat de geldigheid van het beperkte Europese octrooi op de voet van art. 52-57 EOV door de nationale rechter kan worden onderzocht.
Article 105a. Request for limitation or revocation
Artikel 105a. Verzoek om beperking of herroeping
Article 68. Effect of revocation or limitation of the European patent
Artikel 68. Werking van de herroeping of de beperking van het Europees octrooi
approvedwith one dissenting vote the inclusion in the
Samsung v. Apple. [41]
Nikkenand
Nokiacases.”
Virgincase (at [52]), the new claims will be a “new, centrally important, uncontroversial fact”.
Palmazcase had been made following a central amendment application after trial, we doubt the approach adopted by this court would have been any different. In expressing this view we have in mind that the central amendment scheme, as implemented in our domestic law, contains no restriction against applying for a central amendment whilst proceedings are underway in one or more designated states. It also seems to us that we must be cautious about adopting an approach which is different from that followed in the Netherlands as explained by the Supreme Court in the
Boston Scientificcase. [47]
Warner-Lambert v. Mylan & Actavis. [52] Ik citeer de volgende overwegingen van Lord Justice Arnold:
Central limitation
Nokiaeither, for three reasons. First, these provisions are not concerned with procedural fairness in litigation in Contracting States either. Secondly, Jacob LJ considered these provisions in
Nokiaat [94] and held that they were not relevant. Thirdly, the effect of an application for central limitation on pending English proceedings was considered by the Court of Appeal in
Samsung Electronics Co Ltd v Apple Retail UK Ltd[2014] EWCA Civ 250, [2015] RPC 3. Kitchin LJ made it clear at [51]-[52] that it would not be an abuse of the process for a patentee to make a central limitation application, even if it would be an abuse for the patentee to apply to make the same amendment under section 75, following the trial in English proceedings.
Samsung v. Appleen in de zaak
Warner-Lambert v. Mylan & Actavisblijkt dat de Engelse rechter bij de beoordeling van de vraag of een octrooihouder zich in een nationale procedure op een centraal beperkt Europees octrooi kan beroepen zijn nationale procesrecht toepast en in het bijzonder onderzoekt of er sprake is van ‘an abuse of process’.
[.../...] [66] de volgende drie uitzonderingen op de in beginsel strakke regel geformuleerd, die eveneens gelden in het kader van het aanvoeren van nieuwe feiten in hoger beroep:
tenzijhet toelaten van het nieuwe feit in strijd komt met de eisen van een goede procesorde. [71] Dat het nieuwe feit voorkomt dat het geschil aan de hand van achterhaalde feiten wordt beslist, betekent dus niet dat het nieuwe feit
moetworden toegelaten.
moetworden genomen, ook indien zij na memoriewisseling in appel tot stand komt, kunnen dan ook niet slagen.
betoog over geldigheid octrooi in beperkte vorm strijdig met de goede procesorde
subonderdeel 2.4is KPN – verkort weergegeven – niet onredelijk in de verdediging bemoeilijkt en heeft zij zich ook voorbereid op het debat. Het subonderdeel wijst daarbij op het oordeel van het hof in rov. 2.5 dat de centraal beperkte conclusies identiek zijn aan de, geweigerde, gewijzigde conclusies van het octrooi die High Point op 29 mei 2015 bij akte naar voren heeft gebracht. Daarnaast heeft het hof in rov. 2.6 geoordeeld dat “High Point de nieuwe octrooiconclusies ruim voor het pleidooi heeft ingediend”, terwijl het hof er vanuit is gegaan dat KPN “voldoende tijd heeft om zich te verweren tegen nieuwe feiten of stellingen” en dat KPN “tijd heeft om zijn verdediging daarop aan te passen”. Bovendien heeft KPN, aldus nog steeds het subonderdeel, zich in de centrale beperkingsprocedure uitgelaten over de beperkte conclusies door ‘third party observations’ in te dienen, die bij het EOB-oordeel in aanmerking zijn genomen. [77]
subonderdeel 2.6is het oordeel van het hof in rov. 2.7 dat High Point haar betoog dat het octrooi in beperkte vorm geldig is veel eerder naar voren had kunnen brengen, onjuist en/of onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd op grond van het voorafgaande. Bovendien doet dit feit er niet aan af dat deze centrale beperking eerst op 7 september 2017 tot stand is gekomen en dat High Point die werkelijkheid dus niet eerder kon inroepen. Het feit dat High Point zich eerder had kunnen baseren op een hulpverzoek of gewijzigd hoofdverzoek doet niet af aan de betekenis van de onmiddellijke en retroactieve werking van de centrale beperkingsbeslissing van het EOB, aldus het subonderdeel.
ubonderdeel 2.8is gericht tegen rov. 2.8, waarin het hof als volgt heeft geoordeeld:
Scimed/Medinol(HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412). In die zaak ging het om een centrale beperking van een octrooi die overeen kwam met een hulpverzoek dat het hof uitdrukkelijk
nietontoelaatbaar had gevonden en dus al inhoudelijk had beoordeeld. Anders dan High Point in deze zaak, omzeilde Scimed met het beroep op de centraal beperkte conclusies dus niet een eerdere weigering van gewijzigde octrooiconclusies. Bovendien vormden de toelaatbaarheid van dat hulpverzoek en de verenigbaarheid van het beroep op centraal beperkte octrooiconclusies met de eisen van de goede procesorde geen onderwerp van het geschil in cassatie. In het arrest heeft de Hoge Raad dan ook geen oordeel gegeven over de verenigbaarheid van het beroep op centraal beperkte octrooiconclusies met de eisen van de goede procesorde. In dat licht kan de door High Point aangehaalde overweging in het Scimed/Medinol-arrest dat doel en strekking van het EOV enerzijds en de proceseconomie anderzijds meebrengen dat het hof moet uitgaan van het door de centrale beperking gewijzigde octrooi, niet worden gelezen als een absolute regel die onder alle omstandigheden voorgaat op de eisen van de goede procesorde.
Court of Appealin de Samsung/Apple-zaak, die beide partijen aanhalen, uitdrukkelijk geoordeeld dat bij samenloop van een centrale beperkingsprocedure en een hoger beroep in een inbreuk- en nietigheidszaak ‘
the English courts do retain the power to control their own proceedings and to prevent activities which would amount to abuse of process’ (CoA 12 februari 2014, [2014] EWCA Civ 250, r.o. 54). Dat de
Court of Appealin die zaak tot de conclusie kwam dat het enkele feit dat een centrale beperkingsprocedure is gestart nadat de rechter in eerste aanleg het octrooi nietig had verklaard, onvoldoende is om misbruik van procesrecht aan te nemen, staat niet op gespannen voet met het bovengenoemde oordeel van het hof in de onderhavige zaak. In de onderhavige zaak zijn de feiten immers anders. Het gaat om een betoog dat een octrooi in de beperkte vorm geldig is dat pas naar voren wordt gebracht na de memories in hoger beroep en nadat het hof en de Hoge Raad hebben beslist dat het niet is toegestaan beperkingen naar voren te brengen in de vorm van hulpverzoeken.
subonderdeel 3.2voorts blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans zijn oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd door de belangen van High Point, waaronder de belangen die het hof bij het tussenarrest in rov. 2.15 van het bestreden arrest heeft genoemd [79] , niet (kenbaar) te betrekken bij zijn oordeel dat High Point geen beroep kan doen op de centrale beperking, maar KPN wel.
[…] /NOMen
[.../...]. [80] De maatstaf die geldt voor de beoordeling of KPN zich als verweer mag beroepen op de centrale beperking van het octrooi komt derhalve overeen met de maatstaf die geldt voor de beoordeling van de toelating van het beroep door High Point hierop: dit beroep is toelaatbaar, tenzij dit in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Het hof heeft deze maatstaf in het bestreden oordeel niet miskend. De uitkomst van de toets behoeft niet voor beide partijen uniform te zijn. Het oordeel van het hof dat KPN niet kan worden verweten dat zij het desbetreffende beroep als verweer pas nu doet omdat de centrale beperking pas recentelijk heeft plaatsgevonden, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Subonderdeel 3.1 faalt mitsdien.