Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het bewezenverklaarde “oogmerk van uitbuiting” niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.
Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
Oordeel van het hof
, NJ2019/402 maakte ik een uitstapje naar onderdeel 5˚ van art. 273f, eerste lid, Sr waarin, anders dan in onderdeel 2˚, het samengestelde delictsbestanddeel “oogmerk van uitbuiting” ontbreekt. Ik vroeg mij in die conclusie af hoe het arrest van HR 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1823,
NJ2018/402, waarin is geoordeeld dat “geen grond is 'uitbuiting' naast de overige bestanddelen aan te merken als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 5°, Sr”, kan worden uitgelegd en wat hiervan de gevolgen zijn voor onderdeel 2˚ van art. 273f Sr. In het arrest van 1 oktober 2019 ging het om prostitutie van een minderjarig meisje waarbij de verdachte het meisje had vervoerd, gehuisvest en opgenomen. De verdachte had van het meisje geld voor boodschappen gekregen en ook had het meisje een auto voor de verdachte en haarzelf gekocht, met dien verstande dat zijzelf geen rijbewijs had en de verdachte reed. In WhatsApp berichten spraken zij over gezamenlijke inkomsten uit die prostitutie. In voormelde conclusie kwam ik tot het standpunt dat als prostitutie van een minderjarige op zichzelf niet
per definitieuitbuiting oplevert, bij de beoordeling van de vraag óf van oogmerk tot uitbuiting sprake is de waardering van de omstandigheden van het geval (wel) in overwegende mate wordt ingekleurd door de opvatting van de wetgever dat “in het algemeen aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is”. [16] Niet het economisch gewin voor de verdachte staat in zo een geval voorop, maar het gebrek aan inzicht en het ontbreken van een vrijwillige keuze bij de minderjarige, de kwetsbare positie van de minderjarige en de vrijheidsbeperkingen voor de minderjarige zijn in dit verband de factoren die in het beoordelingskader overheersend of doorslaggevend zijn.