Conclusie
“Overweging met betrekking tot het bewijs
"§ 2 Leerplicht
Artikel 2 Verantwoordelijke Pro personen
Artikel 3 Begin Pro en einde van de verplichting tot inschrijving
Artikel 4. Begin en einde van de verplichting tot geregeld schoolbezoek
§ 2a. Kwalificatieplicht
Artikel 4a. Inschrijving
Artikel 4b. Begin en einde verplichting tot inschrijving
Artikel 4c. De invulling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek
Artikel 11. Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek
Artikel 12. Ziekte van leerling
Artikel 13b. Kennisgeving bij beroep op vrijstelling
§ 5. Sanctiebepalingen
Artikel 26. Strafbedreiging verantwoordelijke personen
1
2Kennelijk vraagt de Leerplichtwet 1969 voor een beroep op vrijstelling wegens ziekte in beginsel niet méér dan een tijdige melding hiervan aan de directeur van de school. Het overleggen van een medische verklaring wordt niet expliciet voorgeschreven. Maar om het verband te kunnen vaststellen tussen ziekte en verhindering, zal om een dergelijke verklaring gevraagd kunnen worden. In ieder geval staat het de schooldirecteur vrij om bij een vermoeden van ongeoorloofd verzuim daarvan melding te maken bij de leerplichtambtenaar. Het is vervolgens aan de leerplichtambtenaar om een onderzoek in te stellen, zoals in de onderhavige zaak is gebeurd (zie bewijsmiddel 1).
“Diagnose volgens DSM-5
Onderzoeks-/behandelvoorstel
3Voor zover ik heb kunnen nagaan is omtrent deze stelplicht, en de onderbouwing ervan, nog geen uitspraak gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad. Wel heeft de Raad van State in zijn uitspraak van ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3953, Gst. 2015/19, m.nt. Sperling geoordeeld dat (i) de leerplichtambtenaar over beoordelingsvrijheid beschikt bij de verlening van vrijstelling op grond van art. 11, aanhef en onder g, Lpw (rov. 5.1); (ii) de rechter het besluit van de leerplichtambtenaar hierover dan ook terughoudend moet toetsen (rov. 5.1); en (iii) dat het aan degene is die een beroep doet op bijzondere omstandigheden deze aannemelijk te maken en bij voorkeur met bewijsmiddelen te staven (rov. 5.3).
4Ik vermag niet in te zien waarom dat anders zou zijn met betrekking tot de vrijstellingsgrond als bedoeld in art. 11, aanhef en onder d (gestelde ziekte), Lpw.
5