Conclusie
1.Feiten
[verweerster 1]) exploiteert een tandartspraktijk in [vestigingsplaats] . Haar enig aandeelhouder en bestuurder is [A] B.V., waarvan [verweerder 2] (hierna:
[verweerder 2]) enig aandeelhouder en bestuurder is. [verweerder 2] , heeft daarnaast een tandartspraktijk in Düsseldorf. [verweerster 1] en [verweerder 2] worden hierna gezamenlijk aangeduid als
[verweerders]
[eiseres]), woont in Duitsland op 30 km van [vestigingsplaats] . Zij is sinds 4 januari 2007 werkzaam als tandartsassistente in [vestigingsplaats] . Zij heeft voor 15,20 uur per week een arbeidsovereenkomst met [verweerster 1] en voor 15 uur per week met [verweerder 2] . In 2012 bedroeg het salaris € 1.505,70 bruto per maand, waarvan [verweerster 1] € 755,70 betaalde en [verweerder 2] € 750,--. [eiseres] werkt uitsluitend in Nederland.
2.Procesverloop
de kantonrechter) en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerders] te veroordelen tot betaling van achterstallig loon, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, alsmede tot betaling van de wettelijke verhoging van 50%, met veroordeling van [verweerders] in de proceskosten.
vanaf december 2012achterwege hebben mogen laten:
het hof). Zij heeft gevorderd dat het hof de bestreden vonnissen vernietigt voor zover haar vordering is afgewezen, en [verweerders] alsnog veroordeelt tot hetgeen zij in eerste aanleg heeft gevorderd, met veroordeling van [verweerders] in de kosten van beide instanties. Daartoe heeft [eiseres] grieven aangevoerd tegen de afwijzing van de loonvorderingen (grief 1 en 2) en de matiging van de wettelijke verhoging (grief 3).
3.Kort Europees intermezzo
basisverordening) en Verordening (EG) nr. 987/09 (
toepassingsverordening) en zien op alle belangrijke takken van sociale zekerheid, waaronder prestaties bij ziekte. [17] In beginsel is het socialezekerheidsstelsel van het werkland van toepassing op werkzaamheden die in loondienst worden verricht. Deze Europese ‘aanwijsregel’ staat los van de conflictregels op grond waarvan moet worden bepaald welk recht op een arbeidsovereenkomst van toepassing is als geen rechtskeuze is gedaan. [18]
Krankenkasseheeft aangemeld, dat haar ziekte daar ook is gemeld en dat haar
Krankengeld, en dus vervangende inkomsten, is toegekend. [20]
4.Juridisch kader opschortingsrecht
Inleiding
opeisbarevordering van de schuldenaar op zijn wederpartij; [23] (b) de wederpartij
komthaar verbintenis
niet na; (c)
voldoende samenhangtussen de op te schorten vordering van de schuldenaar en de niet-nagekomen verbintenis van de wederpartij. [24]
exceptio non adimpleti contractus(afgekort ‘
enac’). Voor beide geldt dat tussen de op te schorten verbintenis en de niet-nagekomen verbintenis over en weer samenhang moet bestaan om de opschorting te rechtvaardigen.
indien tussen de vordering en de verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen.”
uitoefeningvan het opschortingsrecht.
5.Bespreking van het cassatiemiddel
de verschijningsplicht).
voor zover die verbintenis ziet op reeds verstreken loonperioden”. Geklaagd wordt dat het hof aldus is uitgegaan van ofwel een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de betekenis van ‘daartegenover staande verplichtingen
’in art. 6:262 lid 1 BW Pro, ofwel van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het verband tussen de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever en de verplichtingen van een door ziekte arbeidsongeschikte werknemer. Volgens het subonderdeel heeft te gelden dat de zieke werknemer in beginsel is bevrijd van zijn (re-integratie)verplichtingen indien de niet-betaling van het loon een definitief karakter gaat dragen. Dit geldt niet alleen ten aanzien van het loon dat verschuldigd wordt in de periode dat de werknemer deze verplichtingen nakomt, maar ook ten aanzien van het in de daaraan voorafgaande periode verschuldigde loon. De loondoorbetalingsverplichting staat daarmee tegenover de door het hof bedoelde verplichting van de werknemer, aldus het subonderdeel. [56]
Het nakomen van die verplichtingen [door de arbeidsongeschikte werknemer; A-G] is daarmee niet de tegenover de doorbetaling van het loon staande verbintenis in de zin van artikel 6:262 BW Pro, voor zover die verbintenis ziet op reeds verstreken loonperioden.” Verwarrend is m.i. het laatste zinsdeel, omdat “
die verbintenis” taalkundig slaat op de eerder in de zin genoemde verplichtingen waar [eiseres] zich aan moest houden om recht te houden op loondoorbetaling. De verbintenis die [eiseres] wil opschorten ziet echter
nietop de voorafgaande periode waarover haar loon niet was doorbetaald. Zij diende immers pas eind november 2012 te verschijnen na daartoe door [verweerders] te zijn opgeroepen.
voorwaardewas c.q. kon zijn voor het recht op loondoorbetaling en dus in zoverre niet tegenover de loondoorbetalingsplicht uit eerdere periodes zag. Pas na het ontstaan van de verschijningsplicht werd het nakomen van deze plicht voorwaarde om recht te houden op loondoorbetaling. Aan de voor de toepassing van de enac gestelde strikte eis van een nauwe band tussen de op te schorten verbintenis en de niet-nagekomen verbintenis is niet voldaan.
“niet om een verplichting die in voldoende nauw verband staat met”uit de eerste volzin lijken er op het eerste gezicht op te duiden dat het hof heeft geoordeeld dat [eiseres] geen beroep toekomt op het algemene opschortingsrecht van art. 6:52 lid 1 BW Pro, op de grond dat onvoldoende connexiteit bestaat tussen de betrokken verbintenissen om de opschorting te rechtvaardigen. In het vervolg van rov. 5.6 overweegt het hof – en dat lijkt mij redengevend voor het oordeel dat [eiseres] zich niet kan beroepen op een algemeen opschortingsrecht – dat de reden voor de verschijningsplicht vooral is gelegen in de noodzaak dat beide partijen daadwerkelijk werk kunnen maken van hun beider re-integratieverplichting. Gelet op die reden (
“daarom”) acht het hof het niet
gerechtvaardigdom opschorting van de verschijningsplicht in te zetten
als middel om betaling te verkrijgenvan vóór de aanvang van de verschijningsplicht verstreken loonperiodes. Daar voegt het hof – m.i. bij wijze van overweging ten overvloede – aan toe dat [eiseres]
in redelijkheidhaar re-integratiewerkzaamheden
paszou mogen opschorten als haar werkgevers het loon over de periode nadat zij aan haar verplichting tot verschijning heeft voldaan niet zouden betalen. Ik lees het oordeel zo dat de opschorting van de verschijningsplicht
in dit gevalmaar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet is gerechtvaardigd.
“voldoende samenhang tussen vordering en verbintenis om de opschorting te rechtvaardigen”van art. 6:52 lid 1 BW Pro, althans is zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd
vanwege de reden voor de verschijningsplicht. De door het subonderdeel bestreden overweging kan bovendien niet los worden gezien van het vervolg van de derde alinea van rov. 5.6 van het bestreden arrest.
uitoefeningvan het opschortingsrecht in dit geval – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid – niet gerechtvaardigd is (de tweede toets van art. 6:52 lid 1 BW Pro) aan opschorting van de verschijningsplicht in de weg.
“steekhoudende reden”hadden om te menen dat zij gerechtigd waren het loon vanaf mei 2012 niet uit te betalen. Deze beoordelingswijze is in cassatie als zodanig niet bestreden.
zoals deze waren op het moment van het stoppen van de loonbetaling per mei 2012, althans in de periode waarin het loon volgens het hof doorbetaald had moeten worden [63] . Het hof overweegt immers dat beide partijen kennelijk
“meenden”dat – kort gezegd – Duits recht van toepassing was en wijst bovendien op de omstandigheid dat
“ [eiseres] ookdaadwerkelijkeen uitkering uit de Krankenkasseverkreeg”(mijn onderstrepingen), welke uitkering [eiseres] over de periode mei 2012 tot en met november 2012 heeft ontvangen.
voorde procedure op het standpunt heeft gesteld dat op de (beide) arbeidsovereenkomsten Nederlands recht van toepassing is – zoals het subonderdeel aanvoert – volgt niet uit de door het subonderdeel genoemde processtukken in feitelijke instanties. Productie 12 bij de inleidende dagvaarding betreft de door [verweerster 1] aan [eiseres] verstuurde ontslagbrief van 3 november 2012 (zie hiervoor, 1.7). Nog daargelaten dat deze brief niet ziet op de tussen [verweerder 2] en [eiseres] gesloten arbeidsovereenkomst, valt hierin geen standpunt van [eiseres] inzake het op de voornoemde arbeidsovereenkomst toepasselijke recht te ontwaren. In het eveneens door het subonderdeel genoemde punt 31 van de inleidende dagvaarding wordt gesteld dat beide arbeidsovereenkomsten worden beheerst door Nederlands recht. Dat [eiseres] deze stelling (ook) vóór de procedure al betrokken heeft, volgt hier niet uit. Punt 31 schraagt aldus slechts de stelling dat [eiseres]
tijdensde procedure heeft aangevoerd dat Nederlands recht van toepassing was. Deze stelling kan niet af doen aan afdoen aan de begrijpelijkheid van het aangevochten oordeel van het hof.
“de verplichtingen van een Nederlandse werkgever in een overeenkomst waarop Nederlands arbeidsrecht van toepassing is en [verweerder 2] als werkgever met een andere EU-nationaliteit in een overeenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is.”Volgens het subonderdeel differentieert het hof aldus ten onrechte en in strijd met het algemene verbod van discriminatie op grond van nationaliteit (art. 18 VWEU Pro) tussen verplichtingen van Nederlandse en van andere EU-werkgevers.
“als Nederlandse werkgever”, die slaan op [verweerster 1] , kan niet worden opgemaakt dat het hof een (verboden) onderscheid heeft aangebracht tussen de
“verplichtingen van Nederlandse en andere EU-werkgevers”, zoals de klacht ingang wil doen vinden. Ik laat daarbij in het midden of [eiseres] , indien het hof wél een dergelijk onderscheid tussen werkgevers zou hebben gemaakt, daar als werknemer een beroep op had kunnen doen.
Krankenkasseziekengeld. De Nederlandse werkgever ( [verweerster 1] ) daarentegen kon aan de omstandigheden van het geval
“geen enkele steekhoudende reden”voor een loonstop ontlenen, aldus het hof. Tegen die achtergrond is het niet onbegrijpelijk dat het hof de wettelijke verhoging van het niet-betaalde loon heeft vastgesteld op 25% in plaats van op het maximum van 50%.
veegklachtdeelt het lot van de voorgaande klachten.