Conclusie
1.Feiten en procesverloop
dictumbeoogd. Ook in hoger beroep wenst de GI immers toewijzing van haar verzoek over die periode. In zoverre heeft de GI onvoldoende belang bij haar hoger beroep. Dit leidt tot verwerping van het hoger beroep voor dat gedeelte (rov. 5.3). De beslissing tot aanhouding van de behandeling van het verzoek voor zover het de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing ná 4 februari 2019 betreft, geldt als een tussenbeschikking. Op grond van art. 358 Rv Pro staat daarvan pas hoger beroep open tegelijk met dat van de eindbeschikking. Daarom is de GI niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen dát gedeelte van de beschikking (rov. 5.4).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
dictumwerd beoogd (namelijk: een langere geldigheidsduur, tot 15 november 2019). Het oordeel dat de grieven niet tot een ander oordeel leiden, is onbegrijpelijk. Rov. 5.3 houdt tevens een ontoelaatbare verrassingsbeslissing in.
dictumeen beslissing bevat die een einde maakt aan enig deel van het verzochte of gevorderde. Bevat het
dictumniet een dergelijke eindbeslissing, dan betreft het een tussenuitspraak (tussenbeschikking of tussenvonnis), ongeacht eventuele eindbeslissingen in de overwegingen die aan het
dictumvoorafgaan. Een tussenvorm is de zogenaamde ‘deeluitspraak’ (deelbeschikking of deelvonnis), waarvan het
dictumslechts een
gedeeltevan het geschil beslecht. [14]
dictumopgenomen eindbeslissingen omtrent enig deel van het verzochte of gevorderde. Indien de appellant daarvoor kiest, kán hij volgens deze rechtspraak ook het interlocutoire gedeelte van de uitspraak in hoger beroep aanvechten. (Hij kan daarmee ook wachten tot aan een eventueel hoger beroep tegen de daarop voortbouwende einduitspraak). Achtergrond van deze rechtspraak is de goede procesorde: een ander stelsel zou volgens de Hoge Raad tot gevolg kunnen hebben dat de berechting van met elkaar samenhangende verzoeken of vorderingen zou worden gesplitst, hetgeen de Hoge Raad onwenselijk acht omdat dit zou kunnen leiden tot tegenstrijdige beslissingen. [15]
einduitspraakgedeeltevan de deeluitspraak. Richt de appellant uitsluitend grieven tegen het interlocutoire gedeelte, dan is hij in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de goede procesorde in dat geval juist niet wordt gediend door een tussentijds hoger beroep. [16]
langertijdvak. Ook het hof heeft de grieven zo uitgelegd; over die uitleg is in cassatie niet geklaagd. [22] De GI streefde met haar hoger beroep slechts in díe zin een ander
dictumna, dat ook het resterende gedeelte van haar verzoek zou worden toegewezen (te weten een looptijd tot 15 november 2019). Over dát gedeelte van het verzoek bevatte het
dictumvan de beroepen beschikking van de kinderrechter echter nog geen eindbeslissing.
onderdeel I(gericht tegen rov. 5.3) falen bij gebrek aan belang. De klachten van
onderdeel II(gericht tegen rov. 5.4) falen omdat het hof terecht en begrijpelijk heeft geoordeeld dat de GI niet kon worden ontvangen in haar hoger beroep tegen het interlocutoire gedeelte van de beschikking van de kinderrechter.