Conclusie
middelbevat de klacht dat de ongegrondverklaring van het beklag onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende met redenen is omkleed, nu niet duidelijk is welk strafvorderlijk belang bestaat bij voortduring het beslag op de geldbedragen gelet op het overlijden van de gewezen verdachte.
NJ2006/612 m.nt. Borgers (rov. 8.4). Wel brengt volgens de Hoge Raad redelijke wetsuitleg mee dat het voorhanden hebben van die goederen door de erfgenaam niet steeds zal kunnen worden gekwalificeerd als witwassen in de zin van art. 420bis Sr. De Hoge Raad heeft hierover overwogen: