Conclusie
dezelfde gedraging. Dat moet, naast de aard en kennelijke strekking van de gedraging mede worden beoordeeld aan de hand van a) de tijd waarop, b) de plaats waar en c) de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte opzet heeft gehad op het bedreigen van [betrokkene 2] en dat sprake is van een strafbare bedreiging.