Conclusie
verkeerde detaillering(…) naar binnen kan treden veroorzaakt de corrosie aan stalen ligger en aantasting kalkzandsteen gevels in de kelder, en wateroverlast in de kelderruimte van het rechter woon gedeelte, zo geeft bewoner aan.
tegelvloer, welke tijdens vorst periodes los zijn komen te liggen.
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdelen 1.1 t/m 1.3klagen over de overweging in rov. 3.4, eerste volzin, dat ‘niet is betwist dat de handtekening op het meerwerkoverzicht de handtekening van [eiser 1] is’.
onderdelen 1.1 en 1.2gaan ervan uit dat het hof hiermee heeft bedoeld dat [eisers] niet stellig hebben ontkend in de zin van art. 159 lid 2 Rv Pro dat het meerwerkoverzicht door [eiser 1] ondertekend zou zijn. Volgens
onderdeel 1.1is dit oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd omdat grief 1 ook zag op het oordeel van de rechtbank dat [eisers] ter comparitie niet langer betwist zouden hebben dat het de handtekening van [eiser 1] is die op het meerwerkoverzicht staat en omdat [eisers] de in de klacht genoemde stellingen a t/m k hebben betrokken die (i) een stellige ontkenning vormen van de ondertekening (stellingen a t/m e), (ii) wijzen op krachtige aanwijzingen dat [verweerster] ‘vals spel’ heeft gespeeld (stellingen f t/m i) en (iii) het ‘handschriftonderzoek’ aanvallen (stellingen j t/m k). [18]
onderdeel 1.2. In dat geval heeft het hof, samengevat, te strenge eisen gesteld aan de in art. 159 lid 2 Rv Pro bedoelde stellige ontkenning en miskend dat met een stellige ontkenning van de ondertekening kan worden volstaan en de wet verder geen bijzonder regels kent over stelplicht en bewijslast met betrekking tot de (on)echtheid van de handtekening.
“ [eiser 1] betwist niet dat het zijn handtekening is, hij betwist dat hij de handtekening onder deze stukken heeft geplaatst. [eiser 1] heeft dergelijke documenten niet eerder gezien. Ten overvloede heeft [eiser 1] als verweer gevoerd dat de handtekening anders is.”. [eiser 1] zelf heeft op de comparitie verklaard: “
Ik zeg niet dat het mijn handtekening niet is, maar er is geplakt en geknipt.” [22] De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat [eiser 1] niet langer betwist dat het zijn handtekening is die op het meerwerkoverzicht staat (rov. 5.12 van het vonnis van 2 april 2014).
onderdelen 1.1 en 1.2). [25]
onderdeel 1.3).
onderdelen 1.5 t/m 1.7, waarin (deels voortbouwende) klachten worden geformuleerd tegen de derde t/m vijfde volzin van rov. 3.4, geen behandeling.
onderdelen 1.8 en 1.9(voor zover dat voortbouwt op onderdeel 1.8) klagen terecht over het oordeel in rov. 3.4, zevende volzin, dat [eisers] geen specifiek bewijs hebben aangeboden, nu op hen geen bewijslast rust ten aanzien van de onechtheid van de handtekening. Ook de voortbouwende klacht van
onderdeel 1.10, die is gericht tegen de slotzin van rov. 3.4, slaagt.
Conclusie voor wat betreft schadevergoeding door verbouwingswerkzaamheden
onderdeel 2.2slaagt voor zover deze klacht ziet op de daarin genoemde oordelen (v) dat, zo begrijp ik, voor het passeren van het bewijsaanbod relevant zou zijn dat geen deskundigenbewijs is aangeboden en (vi) dat de grief faalt.
onderdeel 3van middel I slaagt. Dit geldt ook voor de tegen het eindarrest gerichte voortbouwende klacht van
middel II.