Conclusie
eerste middelricht zich tegen ‘s hofs oordeel dat er bij de verdachte sprake zou zijn geweest van voorbedachte rade.
tweede middelklaagt dat het hof ervan is uitgegaan dat in casu sprake is van eerwraak, hetgeen van belang is voor de opgelegde straf.
20.Het derde middelklaagt over het bewezenverklaarde medeplegen (van moord).
vierde middelklaagt over de verwerping van de verweren inhoudende dat sprake is van psychische overmacht en noodweerexces.