Conclusie
middelklaagt dat het hof het verweer van de verdachte, inhoudende dat door de werking van art. 77gg, tweede lid, Sr geen ruimte meer bestaat voor enige strafoplegging in de zin van jeugddetentie, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
A. Ruimte voor strafoplegging en ongelijktijdige berechting (art. 77gg, tweede lid, Sr)
niethet samenloopmaximum uit het volwassenenstrafrecht tot uitgangspunt te nemen, aangezien dat de extra bescherming die artikel 77gg Sr aan jeugdigen beoogt te bieden in zeer veel gevallen illusoir zou maken. In de meeste strafzaken zal het samenloopmaximum zoals berekend volgens het volwassenenrecht - in dit geval 30 jaar gevangenisstraf - immers ver uitstijgen boven het strafmaximum uit het jeugdstrafrecht - in onderhavig geval 1 jaar jeugddetentie. Bovendien sluit een keuze voor het samenloopmaximum uit het volwassenenstrafrecht niet goed aan bij het bepaalde in artikel 77g, eerste lid, Sr. De woorden ‘in plaats van’ uit die bepaling [kunnen] immers aldus worden begrepen dat ook bij de toepassing van artikel 77gg, tweede lid, Sr niet met het ‘reguliere’ samenloopmaximum rekening dient te worden gehouden.
specifiekewettelijke beperkingen op grond van artikel 77gg Sr in verbinding met artikel 63 Sr Pro en uiteraard wegens de maximumstraf die kan worden opgelegd wegens het te berechten feit, geldt in het jeugdstrafrecht, op grond van artikel 77i, eerste lid, Sr, voorts een
algemenewettelijke beperking dat de duur van de op te leggen jeugddetentie voor degene die ten tijde van het begaan van het misdrijf de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ten hoogste twaalf maanden bedraagt.
15 maanden gevangenisstrafter zake van onder meer het misdrijf van art. 311 Sr Pro;
3 maanden gevangenisstrafter zake van onder meer het misdrijf van artikel 311 Sr Pro;
4 weken jeugddetentie, voorwaardelijk, wegens het misdrijf van artikel 310 Sr Pro;
68 dagen jeugddetentie, waarvan 30 dagen voorwaardelijk wegens onder meer medeplegen van het misdrijf van artikel 417bis Sr;
2 maanden jeugddetentie,voorwaardelijk, wegens het misdrijf van artikel 416 Sr Pro;
2 weken jeugddetentievoorwaardelijk wegens het misdrijf van artikel 311 Sr Pro, en
10 weken jeugddetentievoorwaardelijk wegens onder meer het misdrijf van artikel 311 Sr Pro.