Conclusie
tweede middel. Dat middel klaagt over het door het hof bewezenverklaarde medeplegen van – kort gezegd – diefstal met geweld.
een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op voomoemde [aangever] en
vervolgens tegen die [aangever] heeft gezegd dat hij op de bank moest zitten, omdat hij anders in zijn been zou worden geschoten en meermalen heeft geroepen 'ik schiet je door je been' en
vervolgens met voornoemd vuurwapen en met gebalde vuist meermalen op/tegen het hoofd en/of het gezicht van die [aangever] heeft geslagen en
vervolgens met een houten afdekpaneel op/tegen het hoofd en/of het gezicht van die [aangever] heeft geslagen.”
eerste middelklaagt dat het hof het namens de verdediging bij appelschriftuur gedane en ter terechtzitting van het hof herhaalde getuigenverzoek met toepassing van het onjuiste toetsingscriterium en onbegrijpelijk, althans onvoldoende onderbouwd heeft afgewezen.
[getuige 1]
de getuige [getuige 2]
‘verklaren over de toestand waarin’de verdachte
‘zich op dat moment bevond’, aldus de verdediging. Aangezien de rechtbank de verklaring van de aangever als bewijs heeft gebezigd en de verklaring van de verdachte als ongeloofwaardig ter zijde heeft geschoven, dienen de beide getuigen in het kader van de waarheidsvinding te worden gehoord, aldus de verdediging.