Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over het opmaken van “een ‘verzamel’ proces-verbaal” van hetgeen is voorgevallen op de terechtzitting van het hof van 18 oktober 2017. In het proces-verbaal van de terechtzitting is volgens de steller van het middel “niet alleen aantekening [geschied] van de in acht genomen vormen en al hetgeen met betrekking tot de zaak van [de verdachte] op de terechtzitting is voorgevallen, doch ook van de in acht genomen vormen en al hetgeen in twee zaken van medeverdachten, die gelijktijdig doch niet gevoegd met de zaak van [de verdachte] door het gerechtshof werden behandeld, is voorgevallen.” Met een viertal deelklachten wordt onderbouwd dat dit in strijd is met art. 326 en Pro 341 Sv en met een behoorlijke procesorde. Ten eerste omdat de wet de mogelijkheid van een dergelijk “‘verzamel’ proces-verbaal” niet kent. Uit de tekst van art. 326, eerste lid, Sv volgt bovendien dat in het proces-verbaal van de terechtzitting slechts datgene mag worden opgetekend dat betrekking heeft op “de zaak” tegen de verdachte en niet ook op de zaken tegen andere verdachten. In het verlengde hiervan ligt de derde deelklacht dat door het opmaken van een dergelijk proces-verbaal niet kan worden nagegaan of in de zaak tegen alle verdachten alle vormen zijn nageleefd. Als vierde deelklacht wordt aangevoerd dat het opmaken van een “verzamel proces-verbaal” in strijd is met een behoorlijke procesorde en met de in art. 341, derde lid, Sv neergelegde regel dat de opgaven van de verdachte “alleen te zijnen aanzien gelden.
nietgevoegde behandeling met zaken van de medeverdachten en dat geen van de verklaringen die door de medeverdachten ter terechtzitting van het hof zijn afgelegd, door het hof voor de bewijsvoering zijn gebruikt, terwijl ook niet wordt aangegeven in welk belang de verdachte door de wijze waarop het proces-verbaal is vorm gegeven, is geschaad. Daarmee faalt ook de vierde deelklacht.
tweede middelklaagt over de afwijzing door het hof van verzoeken tot het horen van getuigen die zouden kunnen verklaren over het plaatsen van de verdachte op de lijst voor Persoonsgerichte Aanpak (PGA) wat ten grondslag lag aan het opstarten van een onderzoek tegen de verdachte. Het
derde middelklaagt over de verwerping door het hof van het beroep dat strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, respectievelijk bewijsuitsluiting wegens het onrechtmatig opstarten van een onderzoek tegen de verdachte. De middelen lenen zich ervoor gezamenlijk te worden besproken omdat beide samenhangen met de aanleiding voor het onderzoek op basis van de verdenking die tegen de verdachte was gerezen.
vierde middelklaagt over de door het hof gebruikte bewijsmiddelen en de bewijsvoering van de onder 1 bewezenverklaarde valsheid in geschrift. De eerste deelklacht richt zich op de bewijsvoering van het “gebruikmaken” van een vals geschrift omdat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte de werkgeversverklaring heeft verstrekt bij de hypotheekaanvraag. De tweede deelklacht richt zich op de bewijsvoering van de valsheid van de werkgeversverklaring, doordat de gebruikte bewijsmiddelen innerlijk tegenstrijdig zijn en de “niet met de bewijsmiddelen strijdige mogelijkheid [is] opengelaten dat [de verdachte] voor [A] (thuis) werkzaam was.” De derde deelklacht betreft de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die niet de inhoud zouden vermelden. De resterende deelklacht die betrekking heeft op de bewijsvoering van het onder 2 bewezenverklaarde witwassen overlapt met het vijfde middel en zal ik bij de bespreking daarvan beoordelen.
verhoor van verdachte:
verhoor van verdachte:
verhoor van [medeverdachte 1]:
verklaring van de getuige [getuige]:
Na het tonen van een foto van verdachte, verklaarde de getuige dat zij deze vrouw nooit eerder had gezien en niet als collega te hebben gehad bij [A] . Ook de naam [verdachte] zegt haar niets.
vijfde middelklaagt dat de bewijsmiddelen niet redengevend zijn voor het onder 2 bewezenverklaarde witwassen. De bewijsvoering zou tekortschieten omdat de aankoop van de woning vooraf is gegaan aan de hypothecaire lening die zou zijn verkregen door middel van valsheid in geschrift.
- een woning gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] ,