Conclusie
middelklaagt dat het hof, in strijd met het bepaalde in art. 341, derde lid, Sv, de verklaring van medeverdachte [betrokkene 1] voor het bewijs heeft gebezigd.
op 11 mei 2016 te Oss tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (tot een totaalbedrag van euro 1300,- of daaromtrent) en sieraden, te weten een of meer gouden kettinkjes, toebehorende aan [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar),
ten aanzien van feit 2:
In de woning waar de verdachte verbleef en is aangehouden, is een Samsung tablet aangetroffen waarop is gezocht naar het adres waar de overval is gepleegd. Door de medeverdachte [betrokkene 1] is, ter gelegenheid van zijn verhoor door de raadsheer-commissaris als getuige in de strafzaak tegen de verdachte, verklaard dat hij deze zoekopdracht heeft verricht op de tablet van verdachte. De door de medeverdachte [betrokkene 1] - die ter terechtzitting in hoger beroep de overval heeft bekend - afgelegde verklaring houdt in dat deze zoekopdracht op 29 april 2016 op de tablet in de woning van de verdachte past in de voorbereiding van de beide verdachten van de overval die later op 11 mei zou plaatsvinden.”