Conclusie
group collateral-overeenkomst gesloten. Nadat Daysun c.s. herhaaldelijk niet voldeden aan hun aflossingsverplichtingen, is Banco di Caribe overgegaan tot consolidatie van de schulden van de verschillende vennootschappen. In deze procedure heeft Banco di Caribe betaling gevorderd van de nog openstaande schulden. In reconventie stellen Daysun c.s. (voor zover in cassatie nog van belang) dat Banco di Caribe misbruik van omstandigheden heeft gemaakt door Daysun c.s. zeer stringente voorwaarden op te leggen, terwijl zij in een benarde financiële situatie verkeerden. Ook zou Banco di Caribe haar bancaire zorgplicht hebben geschonden, onder meer door zonder instemming van Daysun c.s. tot de hiervoor genoemde consolidatie over te gaan. Hierbij speelt volgens Daysun c.s. een rol dat Banco di Caribe 100% van de aandelen in verschillende vennootschappen in fiduciaire eigendom overgedragen had gekregen, maar in de hoedanigheid van (fiduciair) aandeelhouder zou hebben geweigerd in te stemmen met een in overleg opgestelde minnelijke regeling.
group collateral-overeenkomst gesloten. Daysun heeft extra zekerheden aan Banco di Caribe verschaft. Banco di Caribe heeft de aandelen in Daysun, Atrium en Rewachand in fiduciaire eigendom verkregen. Daysun c.s. hebben zich verbonden om onroerend goed te verkopen.
2.Procesverloop
hidden virus’ dat Daysun c.s. ‘van binnenuit opeet’. [4] Banco di Caribe zou strenge voorwaarden hebben gesteld aan Daysun c.s. in het kader van de herstructurering, om vervolgens zonder instemming van Daysun c.s. over te gaan tot consolidatie. [5] In dit geval had Banco di Caribe bovendien een bijzondere zorgplicht, omdat zij heeft bedongen dat de aandelen in Rewachand, Atrium en Daysun in fiduciair eigendom aan haar zouden worden overgedragen. Als fiduciair aandeelhouder was zij gehouden te handelen in het belang van deze vennootschappen. [6] Verder hebben Daysun c.s. gesteld dat [betrokkene 1] noch Daysun c.s. kunnen gelden als professionele wederpartij van Banco di Caribe. De rechtsverhouding tussen partijen brengt daarom mee dat aan Banco di Caribe als professionele, deskundige kredietverschaffer hoge eisen worden gesteld in het beschermen van de belangen van haar wederpartij, ook al is deze een professionele partij (wat voor [betrokkene 1] in casu nadrukkelijk niet zou opgaan). [7]
balloon payment) zouden doen. Deze zou door Banco di Caribe kunnen worden gefinancierd, afhankelijk van de eigen keuze van de bank. Daysun c.s. konden niet voorzien dat deze clausule hen de nekslag zou geven. Banco di Caribe had Daysun c.s. eerder moeten meedelen dat zij in 2007 slechts tegen dergelijke stringente voorwaarden de leningsovereenkomst zou willen verlengen. Ten aanzien van het beroep op misbruik van omstandigheden is volgens Daysun c.s. in het bijzonder van belang dat Daysun c.s. echter geen andere mogelijkheden hadden om financiering te verkrijgen. [9] Voorts zou Banco di Caribe Daysun c.s. ten onrechte de indruk hebben gegeven dat de consolidatie van de schulden van Daysun c.s. in 2009 gebeurde in het kader van een herfinanciering, terwijl deze er in werkelijkheid voor zorgde dat Daysun c.s. in een
defaultpositie terecht kwamen, zonder dat hier herfinanciering tegenover stond. [10]
group collateral-overeenkomst gerechtigd was de schulden van de verschillende vennootschappen te consolideren.
balloon paymentin 2007. Daysun c.s. hebben in dit verband aangevoerd dat de toen overeengekomen voorwaarde over herfinanciering van een
balloon paymenthen fataal zou worden en Banco di Caribe ruim van te voren had moeten aankondigen dat verlenging van de overeenkomst uit 2007 onder stringentere voorwaarden zou geschieden en dat Daysun c.s. anders maar een andere financierder zouden moeten zoeken. In dit verband heeft het hof echter geoordeeld dat het voor Daysun c.s. duidelijk moet zijn geweest dat herfinanciering van de
balloon paymentnaar eigen goeddunken van Banco di Caribe zou gebeuren:
group collateral-overeenkomst gerechtigd was tot consolidatie van de schulden van Daysun c.s. over te gaan. Op beide punten heeft het hof het betoog van Daysun c.s. verworpen en vervolgens geoordeeld dat (ook overigens) grief 5 faalt (rov. 2.26):
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdelen 1.1en
1.2keren zich tegen het oordeel van het hof in rov. 2.11, herhaald in rov. 2.15 en 2.23, dat Daysun c.s. door een ervaren zakenman – [betrokkene 1] – werden aangestuurd en dat zij in staat waren voor hun eigen belangen op te komen en risico’s in te schatten en af te wegen.
Subonderdeel 1.1faalt daarom.
Subonderdeel 1.2is dus vergeefs voorgesteld.
balloon payment.
Subonderdeel 1.4faalt in zoverre.
subonderdeel 1.4stuk.
Subonderdeel 1.5faalt.
subonderdeel 1.6.
in die contextin vrijheid niet zou hebben gekozen. [22] Het oordeel is tegen deze achtergrond evenmin onbegrijpelijk.
Subonderdeel 1.7faalt dus.
Subonderdeel 2.2kan daarom niet slagen. [29]
group collateral-overeenkomst geen voldoende grondslag vormde om tot consolidatie over te gaan.
group collateral-overeenkomst geen voldoende grondslag vormde om de consolidatie in de boeken van Banco di Caribe door te voeren. Het hof heeft dus niet (zoals het subonderdeel tot uitgangspunt lijkt te nemen) geoordeeld dat Daysun c.s. met de consolidatie akkoord waren, maar geoordeeld dat niet is gebleken dat dit een voorwaarde was voor Banco di Caribe om de consolidatie door te voeren. Daarop loopt
subonderdeel 2.3 onder astuk.
group collateral-overeenkomst in rov. 2.25. Volgens het subonderdeel is het hof ten eerste zonder motivering voorbijgegaan aan de stelling van Daysun c.s. dat Banco di Caribe op grond van de
group collateral-overeenkomst niet zonder meer tot consolidatie mocht overgaan, maar de betrokken vennootschappen daartoe eerst in gebreke had moeten stellen (zie ook randnummer 3.29, hierna). Ook zou het hof de stelling hebben miskend dat Banco di Caribe Daysun c.s. door de consolidatie moedwillig in een schuldpositie heeft gehouden om hen onder de geldleningsovereenkomst c.q. herfinanciering in 2007 in
defaultte plaatsen en 18% als boeterente te (kunnen) rekenen en de
balloon paymentals herfinanciering in 2009 te laten vervallen.
group collateral-overeenkomst
.Het GEA heeft daarover in rov. 4.16. van zijn vonnis overwogen dat het Banco di Caribe niet kan worden verweten dat geldleningen van de verschillende vennootschappen zijn geconsolideerd, omdat partijen voordien al waren overeengekomen dat de vennootschappen instaan voor elkaars schulden en dat de vennootschappen hun kredieten niet tijdig terugbetaalden. Tegen dat oordeel hebben Daysun c.s. een grief gericht en in dat verband hebben zij gesteld dat Banco di Caribe ‘eenzijdig’ is overgegaan tot consolidatie. [31] Zij hebben echter niet nader geconcretiseerd waaruit blijkt dat Banco di Caribe hiertoe niet gerechtigd zou zijn. Dat hadden zij bijvoorbeeld kunnen doen door te verwijzen naar (passages uit) de
group collateral-overeenkomst of andere schriftelijke stukken, zoals correspondentie, waaruit dit zou blijken. Zulke verwijzingen ontbreken echter. Overigens is in hoger beroep, voor zover ik heb kunnen nagaan, niet gesteld dat voor consolidatie een ingebrekestelling vereist was. [32] Het hof kon in rov. 2.25 dus oordelen dat onvoldoende was gesteld om aan te nemen dat de
group collateral-overeenkomst geen voldoende grondslag was om de consolidatie door te voeren.
Subonderdeel 2.3faalt daarom.
subonderdeel 3.1dus.
subonderdeel 3.3is dus vergeefs voorgesteld.