Conclusie
[verweerder]) dat hij geen betaling verschuldigd is aan eiseres tot cassatie (hierna:
Waternet) voor door hem verbruikt leidingwater zo lang hij met Waternet geen leveringscontract had. [verweerder] beroept zich onder andere op art. 7:7 lid 2 BW Pro (en de daaraan ten grondslag liggende Europese regelgeving). Op grond van die bepaling hoeft een consument niet te betalen voor ongevraagde leveringen. Kantonrechter en hof hebben [verweerder] in het gelijk gesteld. M.i. ten onrechte.
1.Feiten
2.Procesverloop
de kantonrechter). Na wijziging van eis heeft Waternet – samengevat – gevorderd: [4]
het hof). Na wijziging van eis heeft zij gevorderd – samengevat – dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 283,79 (te vermeerderen met de wettelijke rente) voor watergebruik over de periode van 1 januari 2014 tot 18 november 2016. [7]
3.Algemene inleiding
de Richtlijn koop op afstand).
inertia selling’, de Franse versie ‘
fourniture non-demandée’en de Duitse versie ‘
unbestellte Waren oder Dienstleistungen’. De term
inertia sellingwas ook in ons land al vroeg in zwang. [16]
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken). [17]
onder alle omstandighedenals oneerlijk worden beschouwd. Blijkens punt 29 van bijlage I horen tot de verboden agressieve prakijken ook niet-gevraagde leveringen waarvoor betaling wordt gevraagd of waarvan terugzending of bewaring wordt verzocht. Punt 29 luidt:
de Richtlijn consumentenrechten) heeft de EU-regelgeving op het gebied van consumentenbescherming deels vervangen en deels aangepast. De Richtlijn colportage [19] en de Richtlijn koop op afstand zijn ingetrokken, de Richtlijn oneerlijke bedingen [20] en de Richtlijn consumentenkoop [21] zijn gewijzigd.
contractual remedy) enigszins verwarrend vind omdat in veel gevallen er juist geen overeenkomst tot stand komt.
Deze richtlijnis van toepassing, onder de voorwaarden en in die mate als aangegeven in de bepalingen ervan, op alle tussen een handelaar en een consument gesloten overeenkomsten. Zij
is ook van toepassing op overeenkomsten voor de levering van water, gas, elektriciteit of stadsverwarming,
ook door openbare leveranciers, voor zover deze producten op een contractuele basis worden geleverd.
Consumenten zijn vrijgesteld van enige betalingsverplichting in gevallen van ongevraagde levering van goederen,
water, gas, elektriciteit, stadsverwarming of digitale inhoud, dan wel ongevraagde verstrekking van diensten,
zoals verboden door artikel 5, lid 5, en punt 29 van bijlage I van Richtlijn 2005/29/EG. In deze gevallen betekent het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering of verstrekking niet dat hij met deze instemt.”
inertia selling’, de Franse versie ‘
vente forcée’ en de Duitse versie ‘
unbestellte Waren und Dienstleistungen’. Meer dan de Engelse term
inertia sellingstraalt de Franse term
vente forcéeuit dat de handelaar het initiatief neemt om de consument tot een transactie te bewegen of zelfs te dwingen.
product’vervangen door ‘
goods or provision of a service’(amendement 188; de wijzigingen zijn in het origineel cursief afgedrukt): [23]
goods or provision of a serviceprohibited
pursuant toArticle 5(5) and point 29 of Annex I of Directive 2005/29/EC,
In such cases,the absence of a response from the consumer following such unsolicited supply shall not constitute consent.”
de Raad), geprobeerd om in de eerste fase van de wetgevende procedure algehele overeenstemming te bereiken. [24] Daartoe worden ‘trilogen’ georganiseerd tussen (delegaties van) het Europees Parlement, het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie. Om er vooral maar uit te komen wordt in dit onderhandelingsproces niet zelden de transparantie opgeofferd aan de efficiëntie. Daarom is het soms niet goed mogelijk precies te achterhalen hoe in de eindfase van de onderhandelingen bepaalde wijzigingen in de tekst van het wetgevend voorstel zijn beland. Met betrekking tot de Richtlijn consumentenrechten is daarover enige informatie te vinden in documenten die te raadplegen zijn op de website van de Raad. [25] Het gaat om:
unsolicited supply” aangevuld met de woorden “
of goods, water, gas, electricity heating and digital content”. Dit is de eerste keer dat water opduikt in de bepaling over niet-gevraagde leveringen.
Problems with interpretation’, staat onder meer:
art. 7:7 lid Pro 2 (oud) BW):
Geen verplichting tot betaling ontstaatvoor een natuurlijke persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit,
bij de ongevraagde levering vanzaken, financiële producten,
water, gas, elektriciteit, stadsverwarming of digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, ongeacht of de digitale inhoud individualiseerbaar is en of er feitelijke macht over kan worden uitgeoefend, dan wel de ongevraagde verrichting van diensten, als bedoeld in artikel 193i onderdeel f van Boek 6 BW. Het uitblijven van een reactie van een natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit, op de ongevraagde levering of verstrekking wordt niet als aanvaarding aangemerkt. Wordt desalniettemin een zaak toegezonden als bedoeld in de eerste zin, dan is het in lid 1 bepaalde omtrent de bevoegdheid, de zaak om niet te behouden, van overeenkomstige toepassing. (…).”
Artikel 230h (toepassingsgebied)
In 2004 is echter bepaald, naar aanleiding van de liberalisering van de energiemarkten, dat die uitzondering niet langer gerechtvaardigd was. Daarover merkte de regering toen het volgende op: [36]
overeenkomstigetoepassing. [37]
zonderzich als klant te hebben aangemeld, zoals in het geval van [verweerder] , dan is voormelde praktijk vanuit juridisch opzicht niet geheel ‘waterdicht’. Er ligt dan namelijk niet een verzoek van de nieuwe bewoner op de voet van art. 8 lid 2 Drinkwaterwet Pro. De vraag of drinkwater dat is verbruikt voorafgaand aan het afsluiten van een waterleveringscontract ongevraagd is geleverd, komt aan de orde bij de bespreking van onderdeel 1 van het middel. In dit hoofdstuk ga ik verder alleen nog in op lagere rechtspraak over beweerdelijk niet-gevraagde leveringen van water of energie.
Dat zou wellicht anders zijn geweest indien [gedaagde] wél water had verbruikt, omdat in dat geval het daadwerkelijk waterverbruik aangemerkt zou kunnen worden als een stilzwijgende instemming met de daaraan door Waternet gestelde contractuele voorwaarden.”
de levering van water aan het adres van [betrokkene] voor zover Waternet daarbij het oog heeft op de levering aan [betrokkene] [moet] worden aangemerkt als ongevraagde levering” (rov. 3.13). Daarom staat art. 7:7 lid 2 BW Pro aan toewijzing van de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking in de weg. Dit arrest, waartegen geen cassatieberoep is ingesteld, is op dezelfde dag en in dezelfde samenstelling gewezen als het hier in cassatie bestreden arrest.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1richt zich tegen rov. 3.12-3.14 van het bestreden arrest, waarin het hof oordeelt dat sprake is van een ongevraagde levering als bedoeld in art. 7:7 lid 2 BW Pro.
Onderdeel 2is gekant tegen rov. 3.9-3.10, waarin het hof het betoog van Waternet verwerpt dat tussen haar en [verweerder] sinds begin 2014 een overeenkomst tot waterlevering bestaat.
Onderdeel 3bevat een veegklacht.
onderdeel 2bespreken.
om te beginnendat het hof de wilsvertrouwensleer (art. 3:33 jo Pro. art. 3:35 BW Pro) c.q. de Haviltex-maatstaf heeft miskend dan wel onjuist en/of onvoldoende gemotiveerd heeft toegepast. Gesteld wordt dat het hof de mededeling van [verweerder] dat hij geen overeenkomst wilde als enige aanknopingspunt heeft gebruikt ter motivering van zijn oordeel, terwijl Waternet feitelijke omstandigheden heeft gesteld die [verweerder] ’s mededeling dat hij geen overeenkomst wenste tegenspreken. [54] Daarbij gaat het gaat om de volgende omstandigheden: i) [verweerder] wist dat water niet gratis is; ii) hij heeft structureel water verbruikt; iii) na in november 2014 een welkombrief en twee facturen te hebben ontvangen, heeft hij het watergebruik voortgezet en pas vier maanden later aan Waternet meegedeeld geen contractuele relatie te wensen, en iv) [verweerder] wilde wel een overeenkomst afsluiten direct nadat aan Waternet een rechterlijke machtiging was verleend.
vervolgvan onderdeel 2 ontwaar ik drie andere klachten.
eersteklacht houdt in dat het hof zonder toereikende motivering is voorbij gegaan aan de stellingen van Waternet dat [verweerder] in de periode tussen de welkombrief en het eerste contactmoment met Waternet stil heeft gezeten en pas liet weten geen overeenkomst te wensen na sommaties van een incassobureau.
tweedemotiveringsklacht ziet op de overweging van het hof dat [verweerder] binnen
“betrekkelijk korte tijd”nadat Waternet schriftelijk contact met hem had opgenomen kenbaar heeft gemaakt dat hij geen leveringscontract had en dat ook niet wenste (rov. 3.9). Volgens de klacht is de kwalificatie ‘betrekkelijk korte tijd’ onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd.
derdemotiveringsklacht komt in de kern hierop neer dat aan de mededeling van [verweerder] in maart/april 2015 dat er geen overeenkomst was en hij deze ook niet wenste aan te gaan geen betekenis kan toekomen, omdat deze mededeling (direct) werd tegengesproken door het feitelijk handelen van [verweerder] , die immers doorging water af te nemen. Na hetgeen ik heb opgemerkt in 4.5, behoeft deze klacht geen afzonderlijke behandeling.
HvJEU) in de zaak
Wind Tre, [60] waarin het begrip ‘niet-gevraagde levering’ is verduidelijkt. [61]
leveringmoet plaatsvinden, doordat een handelaar aan de consument een product toezendt of dat anderszins aan hem ter beschikking stelt.
unsolicited,
non demandée,
unbestellt,
non richiesta,
no solicitadoen
não solicitado.
travaux préparatoiresbij de richtlijn(en) zeggen niet iets over de precieze strekking van het begrip ‘ongevraagd’. Ook de Nederlandse parlementaire geschiedenis bevat geen duidelijke aanknopingspunten voor de duiding van dit begrip. [63] Dat wijst erop dat bij het normale spraakgebruik moet worden aangesloten. ‘Ongevraagd’ ziet dan op de situatie waarin de consument geen bestelling heeft geplaatst en ook geen andere handeling heeft verricht waartoe de hem toegegane levering is te herleiden. Van een ongevraagde levering is sprake als de toezending van een product of het verrichten van een dienst is geschied zonder dat de consument daar om had verzocht (vooraf) en zonder dat de consument daar nadien mee akkoord is gegaan. [64] Het initiatief moet derhalve van de handelaar zijn uitgegaan.
unbestellt). [65] Doorgaans wordt aangenomen dat een levering ongevraagd is indien een zaak wordt toegezonden zonder dat de consument daartoe op enigerlei (hem toerekenbare) wijze een verzoek heeft gedaan. [66] Opgemerkt is dat de toezending een eenzijdig en autonoom initiatief van de handelaar moet zijn. [67] Onder verwijzing naar de Engelse en Franse taalversies van art. 27 Richtlijn Pro consumentenrechten stelt Köhler onder meer dat “
der Unternehmer dem Verbraucher die Ware oder Dienstleistung aufgedrängt haben muss.”Dit lijkt mij op zich juist, al kan de discussie zich dan verplaatsen naar de vraag hoe dwingend ‘
aufgedrängt’ moet zijn. [68] Dezelfde auteur wijst erop dat een handelaar alleen dan het verwijt van een ongevraagde levering kan worden gemaakt, als hij ‘
Kenntnis vom Fehlen einer Bestellung hatte”. [69] Echt veel nieuws levert dit uitstapje naar de Duitse literatuur niet op.
Wind Tre, waar Waternet in haar schriftelijke toelichting uitvoerig bij stilstaat. [71] Italiaanse aanbieders van mobiele telecommunicatiediensten leverden aan hun klanten met wie zij een overeenkomst hadden een simkaart voor telefonie waarop ook voicemaildiensten en internetdiensten waren geïnstalleerd en bovendien al waren geactiveerd. Sommige internetdiensten konden daardoor leiden tot het maken van verbindingen zonder medeweten van de gebruiker, wat voor deze kosten veroorzaakte. Volgens de Italiaanse mededingingsautoriteit hadden de exploitanten de consumenten niet vooraf naar behoren geïnformeerd over de voorafgaande installatie en activering van genoemde diensten, en evenmin over de kosten daarvan. De
Consiglio di Statostelde prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip ‘niet-gevraagde levering’ in bijlage I, punt 29, Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.
Wind Trebevat de volgende afsluitende overwegingen over de uitleg van het begrip ‘niet-gevraagde levering’:
activeren(in plaats van de-activeren) en ook pas dan voor hem kosten zouden ontstaan in verband met die diensten, zou m.i. van een ongevraagde levering geen sprake zijn. In dat opzicht zie ik een parallel met het opendraaien van de kraan. Ook dat is een handeling van de consument waarmee een geïnstalleerde dienst wordt geactiveerd.
Dimitrovaen
Dimitrov. [77] Daar gaat het om warmtelevering in Bulgarije aan appartementsgebouwen met een gemeenschappelijk verwarmingssysteem. Elke appartementseigenaar wordt aangeslagen voor heet water dat via een aansluiting op de stadsverwarming wordt geleverd. Twee eigenaren weigeren aan de collectieve lasten mee te betalen omdat zij in hun appartement de radiatoren hebben weggehaald en dat op een andere manier verwarmen. Zij stellen zich op het standpunt dat zij niet hebben ingestemd met de levering van warmte. Op grond van een Bulgaarse wettelijke regeling zijn appartementseigenaren echter verplicht om de vergoeding voor door de – op stadsverwarming aangesloten – installatie van het appartementsgebouw aangeleverde warmte-energie te betalen. Twee Bulgaarse rechtbanken hebben vrijwel gelijktijdig het HvJEU gevraagd of die wettelijke regeling verenigbaar is met art. 27 Richtlijn Pro consumentenrechten.
59(…)
. Je doute fort qu’une fourniture effectuée au titre d’une obligation légale puisse être qualifiée de « fourniture non demandée », au sens de l’article 27 de la directive 2011/83.”
aansluitingmet bijbehorende apparatuur, waaronder een meetinrichting, leveren. [79] De woning van [verweerder] bevindt zich kennelijk in een gesplitst pand met appartementen, gelet op het toevoegsel aan zijn huisnummer ( [001] ). Op enig moment in de tijd moet de eigenaar of de vereniging van eigenaren aan Waternet of haar rechtsvoorganger hebben verzocht om een aansluiting op het Amsterdamse leidingwaternetwerk aan te leggen. Daarmee heeft het waterbedrijf voldaan aan zijn verplichting om op verzoek een aansluiting aan te leggen. Latere eigenaren en gebruikers zijn aan die beslissing gebonden. Ook als [verweerder] huurder is, is hij dus gebonden aan de destijds genomen beslissing de door hem bewoonde woning en de andere woningen in het complex aan te sluiten op de waterleiding. Uit het dossier blijkt niet dat [verweerder] Waternet of in voorkomend geval zijn verhuurder heeft gevraagd de in zijn woning aanwezige wateraansluiting onklaar te maken. Daarom moet het er voor worden gehouden dat de wateraansluiting in zijn woning
niet ongevraagdis geplaatst.
leveringvan het drinkwater zelf. Het drinkwaterbedrijf moet er voor zorgen dat er genoeg druk op de waterleiding staat, zodat (voldoende) water uit de kraan komt. Het bedrijf voldoet daarmee aan een wettelijke verplichting. Dat enkele gegeven strookt niet met het concept ‘ongevraagde levering’. [80] Het drinkwaterbedrijf stelt de bewoner tot afname van water in staat. Die bewoner heeft de keuzevrijheid tussen wel of geen water verbruiken. Dat die vrijheid alleen op papier bestaat komt doordat water een primaire levensbehoefte is, maar niet door handelen of nalaten van de leverancier. Maakt de bewoner van de mogelijkheid water af te nemen gebruik, door de kraan open te draaien, dan vindt er feitelijk een levering van water plaats. Het drinkwaterbedrijf hoeft geen enkel initiatief te nemen om de bewoner tot afname te bewegen. Er is daarom
geen ongevraagde leveringin de zin van bijlage 1, punt 29 Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.
Wind Tre. Om onnodige kosten te voorkomen voor op initiatief van de exploitant geleverde extra diensten moest in die zaak de consument die diensten uitzetten. Hier moet de klant het water aanzetten en gaat ook dan pas de watermeter tikken. Het arrest
Wind Trebiedt daarom steun voor de door Waternet verdedigde opvatting, al wordt die steun door Waternet in de schriftelijke toelichting misschien wat zwaar aangezet. In elk geval biedt genoemd arrest, dat qua feiten sterk afwijkt van de onderhavige zaak, geen aanknopingspunt voor de door [verweerder] voorgestane uitleg van het begrip ‘ongevraagde levering’.
in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid” kan sauveren. [81] Ik acht zelfs verdedigbaar dat de door [verweerder] voorgestane uitleg, zoals bijgetreden door het hof, in een feitenconstellatie als hier aan de orde, kan leiden tot misbruik van het door het Unierecht aan consumenten toegekende verweer tegen een verzoek om betaling.
free ridergedrag in de hand worden gewerkt. Aan de productie en de distributie van drinkwater zijn kosten verbonden. De kosten die een
free riderveroorzaakt komen, als zij niet aan hem zelf in rekening mogen worden gebracht, ten laste van de gezamenlijkheid van gebruikers. Er is m.i. geen rechtvaardiging om de gemeenschap op te zadelen met een financiële last omdat bepaalde burgers om hen moverende redenen het drinkwaterbedrijf niet om een leveringscontract vragen.
ultimum remedium(zie hiervoor, 3.41 en 3.42).
tweedetegenwerping houdt in dat het niet geoorloofd is om op grond van nationale omstandigheden een Europese verbodsnorm te omzeilen. Bovendien wordt daarmee afbreuk gedaan aan de uniforme toepassing van die norm binnen de Europese interne markt.
derdetegenwerping houdt in dat de hiervoor genoemde uitleg onvoldoende recht doet aan de nagestreefde doelstelling van een hoog niveau van consumentenbescherming, waardoor het nuttig effect van art. 27 Richtlijn Pro consumentenrechten wordt aangetast. Het feit dat de consument geen keus heeft vanwege het monopolie van het drinkwaterbedrijf kan geen reden zijn hem de in art. 7:7 lid 2 BW Pro genoemde remedie te onthouden. Eerder zou dat een reden moeten zijn hem te beschermen tegen betalingsverzoeken van de monopolist.
vierdeen laatste tegenwerping heeft betrekking op de feiten van dit geval: Waternet heeft facturen gezonden en dus een betalingsverzoek gedaan terwijl [verweerder] niet, en zeker niet uitdrukkelijk, aan Waternet had aangegeven water te willen ontvangen. De memorie van toelichting bij de Implementatiewet Richtlijn consumentenrechten is duidelijk: “
Zo zal bij een verhuizing de nieuwe bewoneruitdrukkelijkmoeten aangeven dat hij de levering van water, gas en elektriciteit wil, bijvoorbeeld door overname van het oude contract of een dergelijke mededeling te doen aan de leverancier energie of water.” (onderstreping toegevoegd). [87] Daarom kan hier van een
gevraagdelevering geen sprake zijn. Dat Waternet geen reële mogelijkheden heeft om waterverbruik te beletten moge zo zijn, maar dat ligt in haar eigen risicosfeer.
“op overeenkomstige gronden als hiervoor genoemd”gebaseerd op dezelfde overwegingen die het hof ten grondslag heeft gelegd aan zijn op het huidige art. 7:7 lid 2 BW Pro gebaseerde oordeel.
eersteplaats dat
“het hof een en ander in rov. 3.14”heeft miskend, waarmee het subonderdeel klaarblijkelijk het oog heeft de hoger genoemde uiteenzetting. Ik meen dat de klacht faalt.
“een en ander”heeft miskend, nog daargelaten dat niet duidelijk is waar de klacht daarbij precies het oog heeft.
tweedeplaats dat het hof niet, althans niet toereikend gemotiveerd, heeft gerespondeerd op het volgende betoog van Waternet in de memorie van grieven:
“dat de consument in een monopolistische markt met een door de overheid gereguleerde prijsstelling (kostprijs) niet beschermd [hoeft] te worden tegen een niet commerciële aanbieder van drinkwater”en dat de door de Richtlijn consumentenrechten en de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken nagestreefde doelstelling van consumentenbescherming zich dus niet tegen de door Waternet voorgestane uitleg van ‘ongevraagde levering’ verzet. Volgens het subonderdeel doet juist de door het hof voorgestane interpretatie van ‘ongevraagd’ afbreuk aan de bescherming van de consument. Daarnaast klaagt het subonderdeel dat het hof ten onrechte niet in zijn motivering heeft meegenomen dat het feit dat er geen interne markt voor drinkwater bestaat, een aanwijzing is dat het leveren van drinkwater niet onder de reikwijdte van genoemde richtlijnen valt.
inertia selling. Het hof oordeelt slechts dat
een onderscheid naar achtergronden en achterliggende motievente zeer afbreuk zou doen aan het beoogde doel van consumentenbescherming. Dat er geen interne markt voor drinkwater bestaat lijkt mij, anders dan het subonderdeel stelt, geen aanwijzing om het leveren van drinkwater aan consumenten categorisch buiten het toepassingsbereik van de Europese regels inzake
inertia sellingte houden.