Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, het aanhoudingsverzoek van de verdachte heeft afgewezen aangezien niet aannemelijk is dat de verdachte uit medisch oogpunt niet in staat is om ter terechtzitting in hoger beroep aanwezig te zijn.
(ii) Op 5 juni 2015 is door de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
(iii) Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2017 blijkt – kort gezegd – dat het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst teneinde de oproeping in hoger beroep alsnog te betekenen op alle adressen die op dat moment van de verdachte bekend waren.
(iv) Het onderzoek ter terechtzitting is vervolgens op 12 juli 2017 opnieuw aangevangen in verband met een gewijzigde samenstelling van het hof. Het proces-verbaal van deze terechtzitting houdt, voor zover van belang, het volgende in:
Opvalt dat de datum van de brief van de kliniek een ander lettertype heeft dan de rest van de brief. Ik weet niet of het in relatie staat tot de datum van de zitting van vandaag.
Ik merk op dat er medische informatie in de brief staat weergegeven, waarvan ik overigens het waarheidsgehalte waag te betwijfelen. Daaruit volgt in ieder geval niet dat verdachte vandaag een medische behandeling moet ondergaan. Derhalve dient het aanhoudingsverzoek mijns inziens te worden afgewezen.
(…)”