6.4.Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [B] het volgende in:
“Vordering tot schadevergoeding [betrokkene 1]
In het onderhavige strafproces heeft [betrokkene 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade tot een bedrag van € 21.000,00 en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 500,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij overeenkomstig het vonnis waarvan beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 9.640,00 aan materiële schade is geleden, bestaande uit:
kosten Peter Poussenier ketting diamant: € 9.241,00
kosten ZAZARE ketting diamant: € 249,00
1 set Chanel oorbellen (gemiddelde prijs) € 150,00
Totaal: € 9.640,00
Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 4 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
(…)
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [betrokkene 1]
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 9.640,00. Voor deze schade is de verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Het hof zal derhalve de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Aangezien er in het kader van de schadevergoedingsmaatregel voldoende verhaalsmogelijkheden zijn ziet het hof -gezien de hoogte van dit bedrag- af van het opleggen van vervangende jeugddetentie.
Vordering tot schadevergoeding [betrokkene 2]
In het onderhavige strafproces heeft [betrokkene 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.000,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij overeenkomstig het vonnis waarvan beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 405,63 aan materiële schade is geleden, bestaande uit:
kosten deurslot: € 55,63
contant geld: € 150,00
schade aan meubelen (naar billijkheid): € 200,00
totaal: € 405,63
Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 4 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
(…)
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [betrokkene 2] .
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 405,63. Voor deze schade is de verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Het hof zal derhalve de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
(…)
Vordering tot schadevergoeding [B]
In het onderhavige strafproces heeft [B] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 993,63.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij overeenkomstig het vonnis waarvan beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat, gelet op de braaksporen van eerdere inbraken via hetzelfde raam, naar billijkheid tot een bedrag van € 273,73 (1/3 van het bruto bedrag) aan materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 6 bewezen verklaarde.
De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
(…)
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [B]
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 273,73. Voor deze schade is de verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Het hof zal derhalve de schadevergoedingsmaatregel opleggen.”