De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het opzettelijk telen van ongeveer 426 hennepplanten, waarvoor hij een gevangenisstraf van vier maanden kreeg opgelegd, waarvan twee voorwaardelijk. Tevens werd een boksbeugel in beslag genomen en onttrokken aan het verkeer.
In cassatie werd betoogd dat het opleggen van een taakstraf niet mogelijk was vanwege eerdere taakstraffen die niet waren uitgevoerd, hetgeen het hof bevestigde. Dit middel faalt omdat uit stukken blijkt dat de vervangende hechtenis was bevolen.
Het tweede middel klaagt over de onttrekking van de boksbeugel. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de boksbeugel kan dienen tot het plegen of voorbereiden van soortgelijke feiten als de hennepteelt of tot belemmering van opsporing. Daarom wordt dit deel van het arrest vernietigd.
De Hoge Raad overweegt dat het beslag op de boksbeugel voortgezet kan worden op andere gronden en dat de verdachte zich kan beroepen op het ontbreken van een last tot teruggave. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.