Conclusie
middelklaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, althans dat ’s hofs motivering van deze beslissing onbegrijpelijk is.
Richtlijn, wetgeving en rechtspraak
NJ2016/367 m.nt. Klip besliste het, kort gezegd, dat het recht op vertolking en vertaling niet in de weg staat aan een (Duitse) nationale regeling die degene jegens wie een strafbeschikking is gegeven niet toestaat om tegen deze beschikking schriftelijk verzet in te stellen in een andere taal dan de taal van de procedure, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten een dergelijk verzet niet beschouwen als een essentieel processtuk. Het HvJEU stelt onder meer vast dat het verzet ook mondeling kan worden gedaan en dat art. 2 van Pro richtlijn 2010/64/EU in dat geval het recht op kosteloze bijstand van een tolk waarborgt. En dat in het geval schriftelijk verzet wordt ingesteld het recht op bijstand van een raadsman bestaat, ‘die het bijbehorende processtuk in de taal van de procedure zal opstellen’ (ov. 41 en 42).
Urteil) in § 37, lid 3, StPO mede ziet op strafbeschikkingen (
Strafbefehle) in de zin van de §§ 407 en volgende van de StPO? Het HvJEU overweegt:
Stb.2013, 85. [1] Wat betreft het recht op een vertaling van essentiële processtukken kan, voor zover in dit kader relevant, worden gewezen op de volgende in het Wetboek van Strafvordering nieuw ingevoerde artikelleden:
Vaststelling of de verdachte al dan niet de bijstand van een tolk behoeft
Wanneer schriftelijk vonnis wordt gewezen (meervoudige strafkamer), heeft de verdachte ingevolge de richtlijn recht op een schriftelijke vertaling van de relevante onderdelen van het vonnis. In de huidige Nederlandse systematiek (artikel 365, derde lid, Sv) wordt de verdachte slechts een afschrift van hetvonnis verstrekt wanneer hij daarom heeft verzocht. Alleen wanneer de verdachte niet bij de uitspraak aanwezig was en niet wist of had kunnen weten wanneer de uitspraak zou plaatsvinden, wordt de verdachte door het openbaar ministerie in kennis gesteld van een beknopte weergave van het vonnis (de vonnismededeling, artikel 366 Sv Pro). De beknopte weergave van het vonnis stelt de veroordeelde in staat te beslissen over het al dan niet instellen van een rechtsmiddel. Voorgesteld wordt ter implementatie van de richtlijn de genoemde artikelen 365 en 366 Sv aan te passen.’ [4]
Onderdeel P (artikel 260)
Onderdelen U (artikel 365) en V (artikel 366)
3.1 Doel en reikwijdte van de richtlijn
4. Adviezen
NJ2014/411 m.nt. Schalken. [12] Uw Raad overwoog:
NJ2004/551 aansluit bij ’s hofs oordeel ‘dat verdachte bekend is met de einduitspraak wanneer deze hem in schriftelijke vorm wordt ter hand gesteld ook al begrijpt hij niet wat het geschrift houdende die einduitspraak inhoudt’. [13] Bij de implementatie van richtlijn 2010/64/EU heeft de wetgever deze systematiek in stand gelaten. [14]
De bestreden beslissing
Aantekening mondeling arrest
BFK: in) een verzuim van vormen maar) maakt het arrest onbegrijpelijk’, aldus de steller van het middel.