Conclusie
middelklaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer(exces).
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte, een Litouwse vrachtwagenchauffeur, werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 7 jaar en 10 maanden gevangenisstraf wegens doodslag op zijn collega, die hij met een mes in het hart stak. De fatale steek vond plaats in een vrachtwagencabine te Breda, nadat de verdachte door het slachtoffer met vuisten was geslagen.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat sprake was van noodweer of noodweerexces, omdat de verdachte zich proportioneel zou hebben verdedigd tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Het hof oordeelde dat het steken met een mes in het hart niet in redelijke verhouding stond tot de vuistslagen en dat de verdachte andere minder ingrijpende verdedigingsmogelijkheden had. Ook het beroep op noodweerexces werd verworpen, mede vanwege het hoge alcoholpromillage van de verdachte en het ontbreken van bewijs voor een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding.
De Hoge Raad benadrukte het belang van nauwkeurige en consistente feitelijke vaststellingen bij de beoordeling van noodweer(exces). De vaststellingen van het hof over de omstandigheden, de aard van het geweld en de disproportionaliteit van de reactie waren volgens de Hoge Raad begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. De klachten van de verdediging over de disproportionaliteit en bewijslastverdeling faalden. De conclusie van de procureur-generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor doodslag waarbij het beroep op noodweer en noodweerexces wordt afgewezen.