Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het hof “ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in art. 404, tweede lid onder a Wetboek van Strafvordering” omdat – naar het oordeel van het hof – “geen hoger beroep open[staat] tegen een vonnis betreffende een overtreding waarbij met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel is toegepast.” Aangevoerd wordt hoofdzakelijk dat het hof, door art. 404 Sv Pro toe te passen in een zaak die gelet op de opgelegde schadevergoedingsmaatregel geen bagatelzaak betreft, inbreuk heeft gemaakt op het recht op berechting in twee instanties.
of maatregel. Uit de memorie van toelichting op het voorstel van de Wet vermogenssancties blijkt dat het woord maatregel voor het volwassenenstrafrecht zonder betekenis is, omdat voor geen enkele strafrechtelijke maatregel geldt, dat zij in bepaalde gevallen
moetworden opgelegd. Daarbij werd opgemerkt:
moetopleggen. De commissie [gedoeld wordt op de Commissie vermogensstraffen, D.P.] had in haar eindrapport in artikel 9a de woorden “of maatregel” willen weglaten en artikel 77f, derde lid, in een op artikel 9a afgestemde formulering willen handhaven. Ik geef de voorkeur aan één artikel over rechterlijk pardon, vooral met het oog op verwijzingen. Daar komt bij dat de woorden “of maatregel” voor het volwassenenstrafrecht weliswaar niet noodzakelijk zijn, maar wel bijdragen tot duidelijkheid.” [6]