Conclusie
Nummer17/05173
medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging” en 4. “
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van eenentwintig maanden, met aftrek van het voorarrest.
turnkey-basis zal kopen. [1] Dit project staat bekend als het ‘ […] ’. Het hof heeft geoordeeld dat de koopovereenkomst tezamen en in vereniging valselijk is opgemaakt en dat de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan deze gedraging. Tegen dit oordeel van het hof komt de schriftuur in de eerste twee middelen op. Verder is door [C] B.V., een bedrijf waarvan het dagelijks beheer in handen was van [D] , opzettelijk een onjuiste aangifte voor de vennootschapsbelasting gedaan door ten onrechte willekeurig af te schrijven op een bedrijfspand in de gemeente Beek. Onder 4 is bewezenverklaard dat de verdachte aan deze gedraging feitelijk leiding heeft gegeven. Tegen dit oordeel komt de schriftuur in het derde middel op. Het vierde en vijfde middel zien op de strafmotivering.
eerste middelvalt uiteen in drie deelklachten.
met de overeenkomst ten tijde van het opmaken is voorgewend (i.e. schijn) dat sprake was van een concreet vakantieresort dat zou worden gekocht” onbegrijpelijk is in het licht van de daaraan voorafgaande vaststelling dat “
de overeenkomst niet voldoet aan een overeenkomst zoals men die bij een dergelijk turnkeyproject mag verwachten”. Ten slotte wordt aangevoerd dat het oordeel van het hof dat de overeenkomst voorwendt dat sprake was van volledigheid van documentatie, onderhandelingen over de grondprijs en een samenwerkingsverband met de plaatselijke autoriteiten, onbegrijpelijk is, nu dit niet uit de overeenkomst volgt.
ten onrechte de indruk (schijn)[wekt]
dat er op dat moment over en weer rechtens afdwingbare verplichtingen bestonden” zou dan ook onbegrijpelijk zijn. Ik volg de steller van het middel hierin echter niet. Artikel 1 van Pro de aan de schriftuur gehechte en tot de stukken van het geding behorende koopovereenkomst, die nota bene is betiteld als ‘koopcontract’, bepaalt namelijk dat ‘hierbij’ – dat wil zeggen:
bijdit koopcontract – verkoper aan koper verkoopt en koper van verkoper koopt het vakantieresort […] . Op geen enkele wijze kan uit deze bewoordingen slechts een
intentietot koop worden afgeleid. Integendeel, de bewoordingen wijzen er juist op dat de partijen met dit contract over en weer rechtens afdwingbare verplichtingen zijn aangegaan.
turnkeyproject mag verwachten, heeft het hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de wijze waarop de vermeende afspraken omtrent het
turnkeyproject aan het papier zijn toevertrouwd een aanwijzing oplevert dat die afspraken in werkelijkheid niet hebben bestaan. Dit heeft tot gevolg dat het onderwerpelijke schriftelijke contract van 6 maart 2001 (welbewust) niet correspondeert met de werkelijkheid en dus als ‘intellectueel vals’ kan worden aangemerkt. Immers, dat dit contract slechts vier pagina’s telde en dat een groot aantal details ontbrak past veel beter bij het
simulerenvan afspraken (waarbij de details er simpelweg niet toe doen) dan bij een uitonderhandeld internationaal
turnkeyproject met immense financiële belangen en risico’s (waaromtrent ‘in het echt’ reeds bij het aangaan van de verplichtingen een regeling dient te worden getroffen). Daaraan doet niet af dat ook met een dergelijk schriftelijk contract een schijn kan worden gewekt, namelijk de schijn van afspraken met betrekking tot een vakantieresort dat zou worden gebouwd in Montenegro, terwijl dit in werkelijkheid niet zo was. Aldus bezien is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Daarvoor moeten een soort hiërarchische structuur en een causaal verband tussen leidinggeven en de verboden gedraging aannemelijk zijn”, zo vervolgt hij. Als ideaaltype wordt ‘feitelijk leidinggeven’ vertolkt door actief en effectief gedrag waarbij de verdachte het initiatief neemt en een sleutelpositie vervult in de uitvoering van een verboden gedraging door een rechtspersoon. [3] ‘Feitelijk leidinggeven’ doet zich eveneens voor indien de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte gevoerde beleid binnen de organisatie van de rechtspersoon. [4] Ook kan worden gedacht aan het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van verrichtingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging door de rechtspersoon en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden feitelijke leiding te hebben gegeven aan die verboden gedraging. [5]
tweede middelklaagt dat het
medeplegenvan de valsheid in geschrift niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.
derde middelziet op de bewezenverklaring van feit 4. Ik geef hier eerst de bewijsoverwegingen van het hof met betrekking tot dit feit weer (met weglating van voetnoten):
H.
- in eerste instantie gebruik maken van de regeling van willekeurige afschrijving’. Voorts heeft belastingadviseur [betrokkene 6] verklaard dat de omstandigheid dat een meldingsformulier niet tijdig is ingediend bij het Bureau investeringsregelingen en willekeurige afschrijving, niet in zijn beantwoording van de vraag over toepassing van de willekeurige afschrijvingsregeling is meegenomen.
feitelijkgezien voor het zeggen heeft. [10]
vierde middelbehelst de klacht dat de strafmotivering ten aanzien van feit 4 onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is.
isgeleden en anderzijds dat de onterechte toepassing van de willekeurige afschrijvingsfaciliteit ertoe strekte dat
in de toekomstte weinig vennootschapsbelasting zou worden geheven. Bovendien is de belastingaangifte niet door de Belastingdienst geaccepteerd.
zou zijn geledenindien de aangifte door de inspecteur was gevolgd. Dit nadeel had in de voorliggende zaak als volgt kunnen materialiseren. Onterechte toepassing van de willekeurige afschrijvingsregeling leidt ten eerste tot belastingnadeel voor de Staat in het jaar waarin de willekeurige afschrijving ten onrechte wordt toegepast. Daarnaast beschikte [C] B.V. blijkens de stukken van het geding, meer specifiek de aangifte vennootschapsbelasting, over aanzienlijke compensabele verliezen die het bedrag van de ten onrechte toegepaste willekeurige afschrijving ruimschoots overtroffen. De belastbare winst kon daardoor in de komende jaren nog verder worden gedrukt. Dit maakt dat de onterechte toepassing van de willekeurige afschrijvingsregeling er tevens toe strekte dat in de toekomst, nadat de compensabele verliezen zouden zijn verrekend, te weinig belasting zou worden geheven. Ten slotte merk ik nog op dat inherent is aan de (willekeurige) afschrijvingsregeling dat deze meer jaren beslaat en dus zowel betrekking heeft op het heden als op de toekomst. Een en ander gaat gepaard met onzekerheden, als gevolg waarvan het onduidelijk is welke omvang precies het nadeel zou hebben indien de (onjuiste) aangifte door de inspecteur was geaccepteerd. Dit neemt echter niet weg dat het hof heeft kunnen oordelen dat het nadeel waartoe de onjuiste aangifte strekte “
zeer groot” zou zijn. Aldus bezien zijn de aangehaalde overwegingen van het hof noch innerlijk tegenstrijdig, noch onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof de strafoplegging (mede) heeft gebaseerd op de inhoud van de uittreksels uit de Justitiële Documentatie van 25 mei 2012 en 20 juli 2017, waaruit zou blijken dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrift, terwijl deze uittreksels zich niet bij de stukken bevinden en/of niet uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor valsheid in geschrift.