Conclusie
Nummer18/03123
eerste middelklaagt dat het onderzoek op de terechtzitting van het hof niet in zijn geheel openbaar is geweest en/of 's hofs afwijzende beslissing op het verzoek om getuige [getuige] te horen niet voldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd.
16.februari 2018
Het hof onderbreekt het onderzoek tot 19 februari 2018 te 09:00 uur.
Ik kan de rechtbank niet bijkomen op de vermelde dag en datum, omdat ik niemand kon vinden om te gaan zitten of een babysitter te veroorloven, voor mijn kinderen van 6 en 9 jaar oud. Ik ben een alleenstaande moeder en ik ben net begonnen aan een nieuwe baan waar ik als restaurant zorg voor. Ik heb om hulp gevraagd, maar niemand kon me niet helpen. Ik ben heel bedroefd, want ik zou graag de hoorzitting bijwonen waar nodig is als een potentiële wickness. Ik vraag dat de rechtbank mijn beroep tegen mijn afwezigheid met in overweging neemt en verontschuldig mij voor mijn afwezigheid. Als het Hof verdere informatie nodig heeft, kan ik via mijn advocaat worden gecontacteerd en ben ik bereid om alle hulp te bieden die van mij wordt verlangd.”
NJ2000/633, maar dit arrest is hier niet van betekenis. In de desbetreffende zaak had het hof het onderzoek onderbroken en in raadkamer de raadsvrouw in aanwezigheid van de procureur-generaal haar verzoek tot het horen van een getuige nader laten toelichten.
tweede middelklaagt dat “in het proces-verbaal van 's hofs terechtzittingen van 19, 21 en 22 september 2016 en 16, 19 en 20 februari 2018 naast dat aantekening is geschied van de in acht genomen vormen en al hetgeen met betrekking tot de zaak van verzoekster op de terechtzitting is voorgevallen, ook aantekening is geschied van de in acht genomen vormen en al hetgeen in de zaken van vier respectievelijk zes medeverdachten, die gelijktijdig doch niet gevoegd met de zaak van verzoekster door het gerechtshof werden behandeld”, zodat, nu “de wet de mogelijkheid van een dergelijk (verzamel) proces-verbaal niet kent, de processen-verbaal van de hiervoor genoemde zittingen en het arrest dat mede aan de hand daarvan is gewezen aan nietigheid [lijden]”.