Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt een ontuchtige handeling plegen”. Het hof heeft het vonnis vernietigd ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes dagen opgelegd, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf voor de duur van dertig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door vijftien dagen hechtenis. Het hof heeft de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het bestreden arrest vermeld.
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het bestanddeel ‘ontuchtige handelingen plegen’, althans ontoereikend gemotiveerd is.
op 08 juli 2013 te [plaats], met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 2002), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een handeling heeft gepleegd, bestaande uit het uitkleden van die [slachtoffer].”
Op 22 juli 2013 doet [betrokkene 1] namens zijn dochter [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2002, aangifte van ontucht door verdachte. [slachtoffer] heeft verklaard dat haar oom haar heeft uitgekleed, dat haar tante binnenkwam en dat haar tante zag dat zij was uitgekleed. Getuige [betrokkene 2] heeft verklaard dat zij op 8 juli 2013 naar de gezamenlijke woning van haar en verdachte ging, dat zij de woonkamer binnenkwam en zag dat verdachte en [slachtoffer] dicht tegen elkaar aanzaten en naakt waren. Getuige [betrokkene 3], de oma van [slachtoffer] is gehoord en heeft verklaard dat getuige [betrokkene 2] die dag bij haar kwam met [slachtoffer] en dat [slachtoffer] aan haar heeft verteld dat verdachte haar had uitgekleed.
meerderjarige, zonder dat daarvoor een functionele reden bestond, is in strijd met enige sociaal ethische norm.”
Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat uit het voorhanden zijnde proces-verbaal onvoldoende in rechte is komen vast te staan dat verdachte zich aan het ten laste gelegde heeft schuldig gemaakt, gelet op de tegenstrijdige, niet consistente verklaringen van [slachtoffer] en [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Voorts is naar voren gebracht dat het al dan niet dragen van (slechts) een onderbroek door verdachte en het uitkleden van [slachtoffer] gezien de hitte van de dag en het zwemweer een functioneel karakter kan hebben gehad.
altijdeen ontuchtige handeling oplevert als bedoeld in de zedenwetgeving. Het kan ook zijn dat de strekking niet seksueel is, maar gericht op het disciplineren, in welk verband hij wijst op het met een disciplinerend karakter slaan van een kind. Dat is in strijd met de sociaal-ethische norm, maar geen zedendelict (wel mishandeling) en evenmin zonder meer ontuchtig te noemen, aldus nog steeds de steller van het middel. [2]
Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijk onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.”
altijdeen ontuchtige handeling oplevert als bedoeld in de zedenwetgeving. In die overwegingen ligt wél besloten dat het hof zich geconfronteerd heeft gezien met een geval waarin naar objectieve maatstaven getwijfeld kan worden over de (al dan niet seksuele) aard van de handeling, zoals beschreven in de vooropstellingen in het voorgaande. Voor zover het middel klaagt dat de rechtbank en het hof hebben miskend dat een handeling, om als ontuchtig in de zin van artikel 247 Sr Pro te kunnen worden aangemerkt, ook seksueel van aard moet zijn c.q. een seksuele strekking moet hebben, kan het aldus niet slagen.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd een bedrag van € 400,- aan nadeel dat niet in vermogensschade bestaat als schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] heeft toegewezen.
derde middelklaagt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is bevolen, in plaat van gijzeling als bedoeld in artikel 36f (nieuw) Sr.