ECLI:NL:HR:2010:BL5563
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering ontuchtige handeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor het dwingen van het slachtoffer tot het dulden van een ontuchtige handeling door het betasten van diens billen. De bewezenverklaring steunde op verklaringen van verdachte, het slachtoffer en getuigen, waarin werd gesteld dat verdachte het slachtoffer onverwachts vastpakte en betastte tijdens een barbecue in een café.
De verdediging voerde aan dat er geen seksuele bedoelingen waren en dat het betasten deel uitmaakte van dollen binnen de context van de bouw en de feeststemming. Dit zogenoemde dakdekkerverweer werd door het hof niet gemotiveerd weerlegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte nagelaten had om nader te motiveren waarom het betasten als een opzettelijke ontuchtige handeling werd aangemerkt.
De Hoge Raad herhaalde relevante jurisprudentie en benadrukte dat bij een uitdrukkelijk en onderbouwd verweer zoals het dakdekkerverweer het hof verplicht is dit gemotiveerd te behandelen. Omdat het hof dit naliet, werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De Hoge Raad wees tevens op het belang van een duidelijke motivering bij het beantwoorden van de rechtsvraag omtrent het begrip 'ontuchtige handeling' in de zin van artikel 246 Sr Pro. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 25 mei 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.