(…) [betrokkene] (het hof begrijpt: [betrokkene], verdachte) en ik zijn getrouwd. We wonen in [plaats] aan de [a-straat 1].
(…)
Mijn broer is naar [plaats] gekomen. Ik heb hem de hennepplantage laten zien.
In [plaats] bestaat de woning uit twee etages. Boven links is een kamer, die staat vol, ik gok zo’n 250 planten. Ons huis in [plaats] daar zijn zo een 500 planten. Dit heeft [betrokkene] opgezet met zijn vrienden.
2. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten (…), respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-2015022034-1, gedateerd 13 januari 2015, dossierpagina 37-42, voor zover inhoudende alsverklaring van [betrokkene 1],zakelijk weergegeven:
[benadeelde] is mijn zus. [benadeelde] en [betrokkene] woonden op een vakantiepark in [plaats].
(…)
Ik ben naar [plaats] gereden. [benadeelde] vertelde mij dat ik naar de [a-straat 1] in [plaats] moest gaan. (…). Toen ik we woning in kwam, rook ik meteen een wietgeur. Ik zag dat er in de kelder drie kamers waren. Twee waren ingericht als hennepkwekerij. [benadeelde] vertelde dat zij en [betrokkene] vanmorgen vanuit [plaats] waren gekomen en dat [betrokkene] een hennepkwekerij had met zijn vrienden.
(…)
5.Het proces-verbaal van de terechtzitting van dit hof van 28 januari 2019, voor zover inhoudende alsverklaring van verdachte,zakelijk weergegeven:
De hennepkwekerij in [plaats] was van mij. Ik ben hennepplanten gaan kweken om de mensen terug te betalen waar wij geld van hadden geleend. In [plaats] stond een tent met 100 hennepplanten. Ik heb de stroom aangelegd. Toen de politie kwam kijken, was de kwekerij net geruimd. Ik heb de woning in [plaats] 2,5 of 3 maanden voor de inval gehuurd. Ik ben in oktober 2014 de woning in [plaats] gaan huren.
De woning in [plaats] was onze gezamenlijk woning. Ik heb daar ongeveer een jaar gewoond. Ik wist wel dat de hennepkwekerij daar zat.”