Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
condicio sine qua nonvoor de uitvoering van het businessplan dat uitzicht gaf op een kans op een succesvolle
turn around.Omdat die beschikbaarheid niet is komen vast te staan, is het hof niet toegekomen aan een begroting van geleden kansschade. Anders dan de cassatiemiddelen in het principaal beroep betogen, is dit niet in strijd met de ratio van de leer van verlies van een kans. Wat betreft het voorwaardelijk incidenteel beroep volsta ik met het maken van enkele korte opmerkingen.
2.Feiten en procesverloop
primairgevorderd dat KTC zal worden veroordeeld tot betaling van € 20,2 miljoen, althans € 17,1 miljoen, althans € 5.556.441,— en
subsidiairtot betaling van een ex aequo et bono vast te stellen schadevergoeding, te vermeerderen met rente en kosten. [6]
turn aroundmanager van textielbedrijven was voor de toekomst van TGT. UF had haar meerderheidspakket in TGT gekocht om TGT door [betrokkene 1] weer gezond te laten maken. Door toedoen van KTC is [betrokkene 1] niet volledig beschikbaar gekomen voor TGT. De gestelde schade is onvoldoende onderbouwd, maar de mogelijkheid dat schade is geleden is wel voldoende aannemelijk, reden waarom de zaak is verwezen naar de schadestaatprocedure. (onder 4.2)
turn aroundmanager een belangrijke overweging voor UF was om een meerderheidsbelang in TGT te verwerven. (onder 4.2)
turn aroundals neergelegd in het businessplan te realiseren. KTC is aansprakelijk voor het positieve contractsbelang. (onder 4.3)
turn aroundals weergegeven in het businessplan. De
turn aroundleunde sterk op de opbouw en uitbouw van TGT door acquisitie van bedrijven en met behulp van financiering door de bank. Niet aannemelijk is geworden dat het bedrijf zelf de daarvoor benodigde extra financiering had kunnen genereren. Ook valt niet zonder meer in te zien dat de banken de extra benodigde financiering ter beschikking zouden stellen. Redelijkerwijs is niet te verwachten dat het businessplan volledig en succesvol zou zijn uitgevoerd. De daarop steunende schadeberekeningen kunnen daarom niet tot uitgangspunt worden genomen. (onder 4.6)
turn aroundsteunde in belangrijke mate op de acquisitie van bedrijven ter versterking en uitbouw van het bedrijf. Daarvoor was zonder meer extra financiering nodig van financier ABN Amro of Artesia. Er was bij de betrokken banken veel vertrouwen in [betrokkene 1] waar het de uitvoering van het businessplan betrof, maar vanuit het perspectief van de banken beschouwd is het niet waarschijnlijk dat zij op korte termijn tot additionele financiering bereid zouden zijn geweest. ABN Amro noemt zelfs expliciet dat de extra financiering van UF diende te komen. Dat de aanwezigheid van [betrokkene 1] de opstelling van de banken in positieve zin had kunnen beïnvloeden, ligt daarom niet zeer voor de hand.
turn around.UF had immers geïnvesteerd in TGT omdat [betrokkene 1] als
turn aroundmanager de leiding van het bedrijf op zich zou nemen. In dat geval zou het gebrek aan eigen financiering door TGT en een gebrek aan additionele financiering door de bank zijn opgelost en zou het bedrijf voortgang hebben kunnen maken met de voor haar levensvatbaarheid noodzakelijke acquisitie ter opbouw en uitbouw. (onder 4.8)
turn arounddaadwerkelijk zou hebben gerealiseerd. Vanwege zijn expertise op dit terrein en het in hem gestelde vertrouwen acht het hof de kans daarop voorshands reëel. Het verweer dat het condicio-sine-qua-non-verband tussen de schade en het vertrek en [betrokkene 1] ook ontbreekt indien de schade wordt bepaald op verlies van een kans wordt verworpen. Het is aannemelijk dat het vertrek van [betrokkene 1] de realisatie van de
turn aroundnegatief heeft beïnvloed en UF de kans op een betere uitkomst is onthouden, als komt vast te staan dat UF voldoende geldmiddelen tot haar beschikking had en bereid was deze in te zetten. Daaraan doet niet zonder meer af dat UF na het vertrek van [betrokkene 1] (mogelijk) voorzichtig is geweest met het verstrekken van investeringsgelden. (onder 4.9)
turn around, rekening houdend met en voorzien van een toelichting op het navolgende:
turn aroundwas gerealiseerd als [betrokkene 1] als manager bij TGT was gebleven en het faillissement van TGT zou zijn afgewend. (onder 4.10)
turn aroundte financieren. Niet onderbouwd is dat andere investeerders bereid zouden zijn geweest om gelden te investeren als [betrokkene 1] was gebleven. Het standpunt dat Artesia bereid zou zijn geweest om meer financiering ter beschikking te stellen is al in het tussenarrest verworpen. Het hof ziet geen aanleiding om terug te komen op het daarin onder 4.8 ad (1) weergegeven oordeel. (onder 2.6)
turn aroundsterk leunde op de opbouw en uitbouw van TGT door acquisitie van bedrijven met hulp van financiering door de bank, en de overweging dat niet aannemelijk is geworden dat het bedrijf zelf de benodigde extra financiering daarvoor zou hebben kunnen genereren, of dat de banken naast de reeds verstrekte kredieten de extra benodigde financiering ter beschikking zouden stellen, zodat de additionele financiering van UF diende te komen. Volgens Artocarpus dienen deze elementen bovendien als onzekerheden te worden verdisconteerd in de leer van de kansschade. (onder 2.7)
turn aroundwas geslaagd, is de causale keten tussen de aansprakelijkheid scheppende gedraging van KTC en het ontstaan van (kans)schade doorbroken. Het hof ziet geen aanleiding terug te komen op de eerdere beslissingen. (onder 2.8)
3.Bespreking van de middelen in het principaal cassatieberoep
turn around, en niet – zoals het hof heeft gedaan – in de sleutel behoort te worden geplaatst van het voor een aanspraak op schadevergoeding vereiste
condicio sine qua non-verband.
onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op succes zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd.’
condicio sine qua non-verband bestaat tussen de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust en het verlies van de kans op het gunstiger resultaat. [16] Dit veronderstelt dus dat de rechter eerst (digitaal) vaststelt of het bedoelde
condicio sine qua non-verband met het verlies van de kans bewezen is, en zo ja, vervolgens (gradueel) vaststelt hoe groot die kans was. Ik zei: dit is het gewone geval. Soms is het
condicio sine qua non-verband zonder meer gegeven, [17] zoals in het geval dat een advocaat geen hoger beroep instelt, uitsluitend omdat hij dit is vergeten. Hier bevindt zich tussen de beroepsfout van de advocaat en de verloren kans niet nog een causale schakel die aan de hand van de
condicio sine qua non-maatstaf behoeft te worden getoetst.
condicio sine qua non-verband wordt onttrokken – behoort tot het domein van de rechter die over de feiten oordeelt. Die afgrenzing vindt niet naar willekeur plaats, maar naar aanleiding van het partijdebat, en kan bovendien in cassatie op begrijpelijkheid worden getoetst. Niet te ontkennen lijkt me intussen dat het zich voor kán doen dat een element van onzekerheid over wat zou hebben plaatsgehad in het hypothetische geval dat de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust niet zou hebben plaatsgevonden, begrijpelijk kan worden ondergebracht bij de vraag naar het
condicio sine qua non-verband, maar evenzeer begrijpelijk bij de schatting van de goede en kwade kansen zoals die voor de vaststelling van de kansschade bepalend is. Mijns inziens is dit, behalve onvermijdelijk, om twee redenen ook niet zeer bezwaarlijk.
condicio sine qua non-verband wordt geplaatst. Alleen indien de cliënt bewijst dat hij die middelen inderdaad had, is aan te nemen dat een kans verloren is gegaan. Slaagt hij in dit bewijs, dan wordt vervolgens de verloren kans op een succesvol hoger beroep vastgesteld op basis van een inschatting van goede en kwade kansen.
condicio sine qua non-verband onderbrengt, terwijl evengoed mogelijk was om dat element onder te brengen bij de schatting van de goede en kwade kansen zoals die voor de vaststelling van de kansschade bepalend is, zal dit vanwege de bedoelde ondergrens er niet toe leiden dat een vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen die in de alternatieve benadering zou zijn toegewezen. Komt de rechter tot het oordeel dat het
condicio sine qua non-verband niet voldoende aannemelijk is geworden, dan zou diezelfde rechter in de alternatieve benadering immers hebben geoordeeld dat de kans op een gunstiger uitkomst hooguit zeer klein is. Beide benaderingen leiden hier tot dezelfde uitkomst, namelijk afwijzing van de vordering tot schadevergoeding.
turn around, omdat niet waarschijnlijk was dat de op korte termijn benodigde financiering van de banken zou zijn gekomen (tussenarrest onder 4.8 onder 1; idem eindarrest onder 2.5). Indien UF daartoe wél in staat was, dán geldt volgens het hof dat als gevolg van de tekortkoming van KTC (bestaande in de niet-aanwezigheid van [betrokkene 1] als operationeel manager van TGT) een kans op een succesvolle
turn aroundverloren is gegaan (tussenarrest onder 4.8 onder 2 en 4.9). Het hof heeft bij het tussenarrest Artocarpus onder meer in de gelegenheid gesteld om met stukken te onderbouwen dat UF over de benodigde financieringsgelden kon beschikken (tussenarrest onder 4.10 onder I). Die gelegenheid heeft Artocarpus niet benut. Bij het eindarrest heeft het hof vervolgens geoordeeld dat het oorzakelijk verband tussen de tekortkoming van KTC en het verlies van een kans op een succesvolle
turn aroundniet kan worden vastgesteld en dat op die grond de door Artocarpus opgeworpen grieven falen (eindarrest onder 2.5, 2.6 en 2.8).
turn around, en niet – zoals het hof heeft gedaan – in de sleutel behoorde te worden geplaatst van het voor een aanspraak op schadevergoeding vereiste
condicio sine qua non-verband. Mijns inziens treffen die middelen geen doel.
condicio sine qua non-verband bestaat tussen de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, hier de niet-aanwezigheid van [betrokkene 1] als operationeel manager van TGT, en het verlies van de kans (hiervoor 3.7). Volgens het hof bestaat dit verband niet, kort gezegd omdat niet aannemelijk is geworden dat, de niet-aanwezigheid van [betrokkene 1] weggedacht, de voor de uitvoering van het businessplan benodigde financiering er zou zijn gekomen.
turn aroundin belangrijke mate op de acquisitie van bedrijven ter versterking en uitbouw van het bedrijf. Daarvoor was zonder meer extra financiering nodig. KTC heeft betoogd dat als [betrokkene 1] was gebleven (ook) hij geen extra financiering van de bank had verkregen voor de
turn aroundvan TGT. Artocarpus heeft betoogd dat het vertrouwen in [betrokkene 1] zodanig groot was dat als hij als operationeel manager van TGT zou zijn aangebleven de betrokken financiers (ABN Amro en/of Artesia) wel degelijk (additioneel) bankkrediet en/of groeifinanciering zouden hebben verstrekt. Het hof leidt uit de getuigenverklaring van [betrokkene 6] , destijds werkzaam bij ABN Amro, de toenmalige huisbankier van TGT, af dat die bank
nietbereid was extra financiering te verstrekken. Volgens [betrokkene 6] had de investeerder (UF) financieel moeten bijspringen, zowel om de solvabiliteit te verbeteren als ter uitvoering van het businessplan. Wel verklaart hij dat andere banken bereid bleken de kredietpositie van ABN Amro over te nemen en had hij vertrouwen in het businessplan en dat de
turn around door[betrokkene 1] (in samenwerking met [betrokkene 2] ) zou kunnen worden gerealiseerd. Dit vertrouwen berustte ook op de samenwerking tussen KTC en TGT. Ook uit de verklaring van [betrokkene 7] , destijds werkzaam bij Artesia, de bank van de investeerder UF, spreekt vertrouwen in het businessplan en in [betrokkene 1] . Of Artesia bereid zou zijn geweest om kort na de verwerving van de aandelen additionele financiering te verschaffen, is onduidelijk. Artocarpus stelt zelf dat als bij de aanvraag van de aankoopfinanciering al naar voren zou zijn gekomen dat op relatief korte termijn extra aandeelhouderskapitaal noodzakelijk was, Artesia het overnamekrediet nooit had verstrekt. Kortom: er was bij de betrokken banken veel vertrouwen in [betrokkene 1] waar het de uitvoering van het businessplan betrof, maar vanuit het perspectief van de banken beschouwd is het niet waarschijnlijk dat zij op korte termijn tot additionele financiering bereid zouden zijn geweest. ABN Amro noemt zelfs expliciet dat de extra financiering van UF diende te komen. Dat de aanwezigheid van [betrokkene 1] de opstelling van de banken in positieve zin had kunnen beïnvloeden, ligt daarom niet zeer voor de hand.
turn around. UF had immers geïnvesteerd in TGT omdat [betrokkene 1] als
turn aroundmanager de leiding van het bedrijf op zich zou nemen. In dat geval zou het gebrek aan eigen financiering door TGT en een gebrek aan additionele financiering door de bank zijn opgelost en zou het bedrijf voortgang hebben kunnen maken met de voor haar levensvatbaarheid noodzakelijke acquisitie ter opbouw en uitbouw.’
turn aroundte beproeven, berust erop dat dit plan in belangrijke mate steunde op de acquisitie van bedrijven, teneinde zo het noodlijdende TGT te versterken. Zonder financiële middelen uiteraard geen acquisitie. Uitgaande van (deze waardering van) het partijdebat, is mijns inziens alleszins begrijpelijk dat het hof de aanwezigheid van voldoende financiële middelen bij UF heeft geduid als een
condicio sine qua nonvoor de uitvoering van het businessplan, in de zin dat zonder van het verlies van een kans op een succesvolle
turn aroundniet kan worden gesproken. De af- of aanwezigheid van [betrokkene 1] is een omstandigheid die naar zijn aard niet van invloed is op de vraag of UF over de benodigde financiële middelen beschikte. Daarom zou het mijns inziens juist onbegrijpelijk zijn geweest als het hof de kwestie van die beschikbaarheid
binnenhet terrein van de kansschade had gebracht. Kortom, de keuze tussen beide benaderingen (de digitale benadering van oorzaken en gevolgen en de graduele van de goede en kwade kansen) was in verband met de aard van de aan de orde zijnde kwestie hier
niet arbitrair(vergelijk hiervoor 3.9 e.v.).
turn around.
condicio sine qua non-verband ontbreekt omdat UF niet tot investeren bereid was, maar omdat niet aannemelijk is geworden dat zij over de benodigde investeringsgelden beschikte. [19]
turn aroundwas geslaagd, is de causale keten tussen de aansprakelijkheidscheppende gedraging van KTC en het ontstaan van (kans)schade doorbroken. Het hof ziet geen aanleiding om terug te komen op de aangevallen beslissingen.’
condicio sine qua nonis voor de schade, maar dit verband vervolgens door een hypothetische gebeurtenis is doorbroken. [20] Het is enigszins ongelukkig dat het hof het werkwoord ‘doorbreken’ gebruikt. Uit het geheel van de overwegingen van het hof is echter alleszins duidelijk dat het vertrek van [betrokkene 1]
nietde schade (in de zin van het verloren gaan van de kans op een succesvolle
turn around) heeft veroorzaakt; uitvoering van het businessplan was bij gebreke van de benodigde financiële middelen bij UF bij voorbaat onmogelijk.
nietbereid waren (kort na de verwerving van de aandelen) extra financiering te verschaffen (rechtsoverweging 4.8 onder 1 van het tussenarrest, zoals uitgelegd in rechtsoverweging 2.6 van het eindarrest; vergelijk hierna naar aanleiding van het tweede cassatiemiddel onder 2). Er is in zoverre niet sprake van een
onzekerheiddie het hof voor rekening van Artocarpus heeft laten komen. Voor zover Artocarpus met derden doelt op UF, geldt dat het hof Artocarpus evenmin op enige
onzekerheidheeft afgerekend
.Artocarpus heeft gesteld dat UF de beschikking had over investeringsgelden. Dat was wel of niet het geval. In het licht van de gemotiveerde betwisting door KTC lag het op de weg van Artocarpus haar stelling te voorzien van een nadere (uit stukken blijkende) onderbouwing. Dat heeft zij niet gedaan. Dat laatste heeft het hof voor haar rekening mogen laten komen. [21]
turn around.Dat gaat langs de beslissing van het hof heen. Die beslissing berust erop dat voor het in werking stellen van het businessplan financiële middelen van UF nodig waren, waarvan niet is komen vast te staan dat ze er waren. Het gewicht van de persoon van [betrokkene 1] kan daaraan niets veranderen.
4.In het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep
turn aroundverkeken was, lag in de stellingen van Artocarpus zonder meer besloten. Volgens die stellingen was die afwezigheid de oorzaak van de schade, omdat mét aanwezigheid van [betrokkene 1] een succesvolle
turn aroundzou hebben plaatsgevonden. Ook kan hier onmogelijk van een verrassingsbeslissing worden gesproken. Uit de memorie van antwoord onder 11.52 blijkt ondubbelzinnig dat KTC
zelfde grieven van Artocarpus aldus had begrepen, dat daarin een oproep aan het hof besloten lag om de leer van de kansschade toe te passen.
daadwerkelijkeen kans op een gunstiger resultaat verloren is gegaan: er moet
condicio sine qua non-verband bestaan tussen de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust en het verlies van de kans (hiervoor 3.7); ook is vereist dat een reële, dat wil zeggen niet zeer kleine, kans op de gunstiger uitkomst verloren is gegaan (hiervoor 3.13). Een en ander impliceert dat daadwerkelijk schade is geleden die de aansprakelijke persoon heeft veroorzaakt, want reële kansen zijn op geld waardeerbaar en vertegenwoordigen een vermogenswaarde. Het vereiste van een reële kans heeft het hof niet miskend, zie rechtsoverweging 4.9 van het tussenarrest (uitgaande van de beschikbaarheid van voldoende investeringsgelden bij UF, acht het hof de kans op een geslaagde
turn around‘voorshands reëel’).