Conclusie
1.Aanduiding partijen en korte inhoud zaak en cassatieberoep
Verweerster in cassatie wordt aangeduid als Rail Side. [1]
Onderdeel 2 richt motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat Rail Side(Waalstede) in de hypothetische situatie zonder samenwerking tussen [betrokkene 1] en [eisers] haar bod daadwerkelijk zou hebben verbeterd en een kans van 45% zou hebben gehad op het verkrijgen van de GreeNS-portefeuille.
2.Feiten en procesverloop
[eiseres 3] heeft [eiseres 4] B.V. (hierna: [eiseres 4] ) en [eiseres 4] opgericht.
[eiser 1] en [eiseres 2] houden de aandelen in [eiseres 3] en zijn samen statutair bestuurder.
[eiseres 3] is statutair bestuurder van [eiseres 4] en [eiseres 4] en houdt alle aandelen in die vennootschappen.
[eiser 1] is statutair bestuurder van [eiseres 5] en houdt alle aandelen.
[eiseres 5] heeft [eiseres 6] opgericht en is statutair bestuurder van [eiseres 6] en houdt alle aandelen.
Aan dit oordeel heeft hof in rov. 2.11 van genoemd tussenarrest de gevolgtrekking verbonden dat als vaststaand wordt aangenomen dat [eiseres 4] van de diensten van [betrokkene 1] gebruik heeft gemaakt bij haar deelname aan de tender en hem daarvoor heeft betaald, terwijl [eisers] op de hoogte waren van de (dubbel)rol van [betrokkene 1] als adviseur van Waalstede bij haar bieding in dezelfde tenderprocedure. Het hof heeft geoordeeld dat [eisers] daarmee onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Waalstede.
(…)
(…)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Stellingen [eisers] met betrekking tot de gang van zaken na sluiting van het partijdebat
Onderdeel 1 betreft blijkens par. 1.7 en 1.12 van de procesinleiding echter rechts- en motiveringsklachten tegen (i) het kennisnemen van het heropeningsverzoek van Rail Side; (ii) het gelegenheid bieden aan Rail Side om haar verzoek toe te lichten en (iii) het inhoudelijk beoordelen van die toelichting.
In het bestreden arrest wordt op geen enkele wijze verwezen naar deze in het cassatieberoep genoemde stappen.
Toelichting Na advies van de deken te hebben ingewonnen on na consultatie van geïntimeerden (die (…) weigeren om medewerking te verlenen) verzoeken wij het hof om de procedure naar de rol te verwijzen voor het nemen van een akte met producties. De officier van justitie heeft recent een aantal stukken uit het strafrechtelijk onderzoek (…) aan appellanten verstrekt welke aan hen eerder door de officier van Justitie werden onthouden (welk onderzoek hetzelfde feitencomplex betreft als de appelprocedure en waarvan het bestaan appellanten ook deels onbekend was). Uit die stukken blijkt volgens appellanten dat sprake is van omstandigheden ex artikel 382 Rv Pro.
Deze brief luidt als volgt:
Overigens zou aan de zijde van [eisers] het belang bij een dergelijke klacht ontbreken nu zij door het hof in het gelijk zijn gesteld en Rail Side geen gelegenheid is geboden een nadere akte in te dienen, en verder op de inhoud van de toelichting en reacties daarop bij de beoordeling van de zaak geen acht is geslagen door het hof.
mogelijkheiddat de oordeelsvorming van het hof is beïnvloed door de toelichting op het heropeningsverzoek.
Staat van wijzen en heropening behandeling [24]
Transautrex/De Staat [25] is overwogen dat het in het algemeen in strijd is met een goede procesorde dat partijen zich nog door middel van conclusies of akten in de procedure uitlaten, als een zaak eenmaal in staat van wijzen is. In dit verband is ook de proceshouding van de wederpartij van belang, bijvoorbeeld of deze daarmee toch instemt.
Hetzelfde is bepaald in artikel 5.5 Lpr. [26] Daarin is voorgeschreven dat het hof geen kennis neemt van berichten van een partij die het hof bereiken nadat arrest is bepaald, tenzij de wederpartij met de kennisneming heeft ingestemd. [27]
Transautrex/De Staatis door de Hoge Raad herhaald in het arrest
Transavia/Racadio c.s.van 3 mei 2013 [28] , waarna met betrekking tot de mogelijkheid om heropening van de behandeling te vragen, het volgende is geoordeeld:
in een laat stadium van de procedure(slotwoord tijdens de mondelinge behandeling) heeft de Hoge Raad in een beschikking van 17 november 2023 [30] het volgende overwogen:
tussen sluiting van het partijdebat en de uitspraakdatum, er wat voor te zeggen is dat de eisen van een goede procesorde niet spoedig in de weg zullen staan aan inwilliging van een verzoek tot heropening van het debat op die grond. [31]
Het voorschrift is bij de herziening in 2002 ingevoerd, en stemt inhoudelijk overeen met art. 147 lid 3 Rv Pro (oud). [34] Met betrekking tot het “geen rekening houden met het stuk” heeft Van Rossem/Cleveringa in zijn commentaar op art. 147 Rv Pro (oud) opgemerkt dat de rechter het overgelegde stuk ter zijde kan leggen en “hiermee diensvolgens bij zijn oordeel geen rekening hoeft te houden”, alsmede dat de rechter in dezen vrij is in zijn beslissing. [35]
Ook hierin manifesteert zich een beslissingsvrijheid van de rechter.
Volgens Van de Hel-Koedoot is de verhouding tussen beide bepalingen dat art. 85 lid 4 Rv Pro als gevolg van de invoering van art. 87 lid 6 Rv Pro aan belang zal inboeten en met name een vangnetfunctie zal hebben ter naleving van art. 85 Rv Pro. [39]
Lightning Casinoen
Telegraaf/Staatvan de Hoge Raad [42] en zorgt daarnaast voor harmonisatie met art. 8:29 Awb Pro. [43] De rechter die gesteld voor de vraag of gewichtige redenen geheimhouding met betrekking tot bepaalde stukken (of gedeelten daarvan) of bepaalde inlichtingen rechtvaardigen, moet zich, zonder de wederpartij te horen, een oordeel vormen over de stukken of inlichtingen. De rechter kan dan beslissen dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is en hij de inlichtingen of de stukken wil betrekken bij de einduitspraak, zonder dat de wederpartij daarvan kennis kan nemen. Dat kan hij echter alleen met toestemming van de andere partij(en). Weigeren die partijen die toestemming te geven, dan moet de zaak worden verwezen naar een andere kamer, omdat de eerste rechter inmiddels wel kennis heeft genomen van de inlichtingen of de stukken. [44]
geenkennis genomen van de stukken, maar alleen van het verzoek en de toelichting daarop van Rail Side en het commentaar van [eisers]
Honorering van de stelling dat de rechter ook dan ‘besmet’ is, zou m.i. een te grote inbreuk op het hiervoor onder 3.34 genoemde uitgangspunt vormen.
Deloitte/H [54] heeft de Hoge Raad over (toepassing van) de leer van de kansschade het volgende overwogen:
[…] / […] [59] heeft de Hoge Raad overwogen dat de rechter die over de feiten oordeelt de vrijheid heeft om schade reeds aannemelijk te achten op grond van het vaststaan van feiten waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid en de omvang van die schade te schatten.
De wijze van schadebegroting is sterk met de feiten verwezen en kan in zoverre in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Met betrekking tot aan het vaststellen van de schade te stellen motiveringseisen gelden geen strenge eisen, maar is voldoende dat de begroting of schatting zodanig is gemotiveerd dat de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang begrijpelijk is. [60]
Vervolgens is het hof in het bestreden arrest tot de conclusie gekomen dat (a) Waalstede in haar bewijsopdracht is geslaagd (rov. 2.11). Verder heeft het hof in het bestreden arrest:
Bij de beoordeling van de vraag of Waalstede een reële kans op de tender had gehad, als [eisers] niet onrechtmatig met [betrokkene 1] had samengespannen, moet volgens het hof worden beoordeeld wat voor Waalstede de kans op succes was geweest zonder deelname van [eiseres 4] (vervolg rov. 2.29).
Genoemde rechtsoverwegingen luiden als volgt:
Waalstede had haar openingsbod daadwerkelijk verbeterd
De klacht dat het hof niet kenbaar heeft gemaakt op welke omstandigheden het doelt, faalt daarom.
Deze vaststellingen zijn in cassatie niet bestreden.
wellichtten tijde van de tender al mogelijkheden zag
om de grondstukken na gunning door te verkopen”. Uit het procesdossier zou niet af te leiden zijn dat die mogelijkheid al in 2014 bekend was (par. 2.10).
“de waardering van de toekomstige onderhoudskosten [is] veel te laag" en "niet toereikend voor de te maken kosten er zou een gat zijn van "8 tot 12 mln”; [84]
dat de bijbetaling door de NS van 6.750.000 euro te weinig is voor onderhoud en saneringen van die gronden; het lijkt [betrokkene 4] "heel onwaarschijnlijk dat iemand dat [voor dat bedrag] dan netjes kan doen. Sterker nog, je moet je best al doen om het onderhoud daar van te kunnen doen. Onderhoud is levenslang.” [85]
Het hof heeft de stellingen in de “feiten” onder i en ii dus beoordeeld en verworpen. Deze kunnen dan ook niet veronderstellenderwijs als juist worden aangemerkt.
Onderdeel 2 faalt daarmee in zijn geheel.
4.Conclusie
- tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] in het cassatieberoep voor zover gericht tegen het kennisnemen van het H16 formulier van 7 november 2022, het telefoongesprek van 29 november 2022 en de brief van 1 december 2022,
en voor het overige
- tot verwerping van het cassatieberoep.