ECLI:NL:PHR:2020:1218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ambtshalve toepassing art. 26 lid 7 Wzd bij medische verklaring verbonden aan zorgaanbieder verblijf
In deze zaak verzocht het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om verlenging van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een zorgaccommodatie. De medische verklaring was afgegeven door een specialist ouderengeneeskunde die verbonden was aan de zorgaanbieder waar betrokkene verbleef, hetgeen volgens art. 26 lid Pro 7 (oud) Wzd niet is toegestaan. Betrokkene klaagde hierover in cassatie, hoewel dit niet expliciet was aangevoerd in de eerdere procedure.
De rechtbank had geoordeeld dat de specialist ouderengeneeskunde een ter zake kundige arts is en dat de diagnose Korsakov passend was, mede gelet op eerdere diagnoses door een psychiater. De Hoge Raad stelt dat art. 26 lid Pro 7 (oud) Wzd een regel van openbare orde betreft die de rechter ambtshalve moet toepassen, ook als partijen dit niet aanvoeren. Het niet toepassen van deze regel leidt tot onrechtmatige vrijheidsbeneming in strijd met art. 15 Grondwet Pro en art. 5 EVRM Pro.
De Hoge Raad concludeert dat de bestreden beschikking vernietigd moet worden en de zaak moet worden terugverwezen. Tevens wordt gewezen op de recente wetswijziging waarbij de eis van art. 26 lid Pro 7 (oud) Wzd is komen te vervallen met ingang van 31 oktober 2020, zonder terugwerkende kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug, omdat art. 26 lid 7 (oud) Wzd ambtshalve had moeten worden toegepast.