“1. Een in de wettelijke vorm op 1 juni 2017 opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, nummer PL0100-2017141851-2, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , brigadier respectievelijk hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland, district Groningen, basisteam Groningen-Noord, opgenomen in een in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] voormeld opgemaakt dossier, met registratienummer PL0100-2017141851, niet voorzien van paginanummering, en gesloten op 6 september 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 1 juni 2017, omstreeks 16.50 uur, bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , ons samen met andere collega's in een bedrijfspand, gevestigd aan de [a-straat 1] in [plaats]. Dit pand betreft een bedrijfspand met daarboven een woongedeelte. Wij bevonden ons in het bedrijfspand naar aanleiding van een TCI-melding dat er zich in dit pand een partij weed zou bevinden. In het pand werden door ons drie personen aangetroffen. Dit betrof verdachte [verdachte] en twee personen, genaamd [betrokkene 1] en [betrokkene 2] .
(...) Wij zagen dat het hele pand vol lag met attributen die gebruikt worden in hennepplantages. Voorts roken wij op meerdere plaatsen een sterke henneplucht.
Het was mij, verbalisant [verbalisant 2] , ambtshalve bekend van een eerdere doorzoeking op dit adres dat er zich in het pand een verborgen ruimte bevond. Ik zag dat deze ruimte nog steeds bestond.
(...) Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] zijn de ruimte ingelopen en zagen dat er achter in de ruimte een archiefkast stond. Wij zagen dat deze kast openstond en wij zagen dat er in de kast een zak met hennepgruis lag. Wij zagen verder dat de ruimte kennelijk was ingericht voor het inpakken van gedroogde hennep. Wij zagen in de ruimte een sealapparaat en een strijkijzer welke gebruikt worden om plastic zakken mee af te sluiten. Hierop is [verdachte] door ons, verbalisanten, aangemerkt als verdachte.
2. Een in de wettelijke vorm op 9 augustus 2017 opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0100-2017141851-20, opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie Eenheid Noord-Nederland, district Groningen, basisteam Groningen-Noord, opgenomen in het onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 1 juni 2017 omstreeks 16.00 uur, werd ik aangesproken door de Hulpofficier van Justitie [betrokkene 3] . Hij vertelde mij dat hij een proces-verbaal had ontvangen van de Criminele Inlichtingen Eenheid. Tevens vertelde hij mij dat er een grote hoeveelheid softdrugs aanwezig zou zijn in het pand.
Hierop heb ik samen met collega [verbalisant 2] en [betrokkene 3] en met verschillende andere collega's het pand via de voordeur betreden. Ik zag dat de voordeur openstond waardoor ik vrij toegang had tot het pand. Hierna bevond ik mij in de hal van het pand. (…) Kort hierna zag ik een manspersoon, die later bleek te zijn [verdachte] , door de deuropening kwam. Ik hoorde dat hij vroeg wat er aan de hand was. Hierop heb ik [verdachte] verteld dat er mogelijk een hoeveelheid softdrugs aanwezig was in het pand. Tevens vroeg ik hem wat zijn functie was binnen het bedrijf. Ik hoorde hem zeggen dat hij de eigenaar was. Hierop heb ik hem gevraagd of hij mij voor wilde gaan en mij het pand wilde laten zien. [verdachte] vond dit goed en gaf aan aan alles mee te willen werken. Wij zijn samen door de deuropening gelopen. Ik ben de opslagruimte doorgelopen in de richting van de rechterzijde van het pand. In dit gedeelte zag ik een personenauto staan. Tevens zag ik dat de achterklep van het voertuig openstond. Ik vroeg aan [verdachte] van wie het voertuig was. Ik hoorde hem zeggen dat hij de auto gehuurd had. Hierop hoorde ik mijn collega [verbalisant 2] zeggen dat hij een hoeveelheid hennepgruis had aangetroffen.
Tevens zag ik een openstaande kast. Ik zag dat er in de kast een doorzichtige sealzak lag. Ik zag dat deze zak gedeeltelijk gevuld was met hennepgruis.
Vervolgens ben ik teruggegaan naar [verdachte] . Ik heb hem verteld wat we hadden aangetroffen. Ook heb ik [verdachte] verteld dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die hem gesteld worden. Ook heb ik [verdachte] verteld dat hij voor aanvang van een eerste verhoor mag spreken met zijn advocaat. Tevens vroeg ik hem in het bijzijn van de hulpofficier van justitie [betrokkene 3] of wij zijn bedrijfspand mochten doorzoeken. Ik hoorde dat hij dit goed vond en mee wilde werken. Hierop ben ik nogmaals naar de opslag/loods gelopen.
Gezien het feit dat de startinformatie, te weten een grote hoeveelheid softdrugs, nog niet was aangetroffen, heb ik het voertuig omstreeks 17.35 uur ter waarheidsvinding in beslag genomen. Hierna heb ik de portieren van het voertuig geopend en in het voertuig gekeken. Dit heb ik ook gedaan achter en onder de passagiersstoel, welke zich rechts voor in het voertuig bevindt. Hier zag ik een openstaande Albert Heijn tas liggen. Ik heb in de tas gekeken en zag dat er drie rechthoekige pakketten in lagen. Ik zag dat deze van aluminiumfolie waren. Hierop heb ik de tas met inhoud in beslag genomen. Vervolgens opende ik een van de pakketten. Ik zag dat er veel bankbiljetten in zaten. Deze biljetten zijn door mij in beslag genomen.
3. Een in de wettelijke vorm op 6 juni 2017 opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0100-2017141851-25, opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , hoofdagent respectievelijk aspirant van politie Eenheid Noord-Nederland, district Groningen, basisteam
Groningen-Noord, opgenomen in het onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Kregen wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] het verzoek om het inbeslaggenomen geld te tellen, welke was aangetroffen aan de [a-straat] te [plaats]. Wij zijn met het geld naar de ING bank aan de Pleiadenlaan 1 te Groningen toegereden. Hier hebben wij met behulp van een geldtelmachine het aantal coupures per eenheid geteld. Aan de hand hiervan hebben wij de volgende telling gedaan:
10 maal biljet €500,- € 5.000,-
19 maal biljet €100,- € 1.900,-
339 maal biljet € 50,- € 16.950,-
244 maal biljet € 20,- € 4.880,-
75 maal biljet € 10,- € 750,-
10 maal biljet € 5,- € 50,-
Totaal aantal biljetten: 697.
Totale waarde biljetten: € 29.530,-.
4. Een in de wettelijke vorm op 6 juni 2017 opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0100-2017141851-26, opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie Eenheid Noord-Nederland, district Groningen, basisteam Groningen-Noord, opgenomen in het onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op dinsdag, 6 juni 2017, omstreeks 10.05 uur, was ik, vergezeld van collega [verbalisant 5] in het beslagbureau aan de Sontweg in Groningen voor het wegen van hennepgruis en henneptoppen.
Deze goederen zijn op donderdag, 1 juni 2017, in beslag genomen in het bedrijfspand welke gevestigd zit aan de [a-straat 1] te [plaats].
Ik heb de goederen gewogen met de aldaar aanwezige weegschaal van het merk: Dyka tvpe, spider 2.
Hennepgruis kas winkel 635 gram
Hennepgruis garage 35 gram