Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
12.00 uurtelefonisch contact met de bodebalie te Almelo
zojuisthad gebeld en had laten weten dat hij op
datmoment op de Ringweg bij Amsterdam reed en pas over anderhalf uur in Almelo kon zijn door uitloop van een zitting in Alkmaar. Gelet op de reisafstand tussen Amsterdam en Almelo per auto leek het de politierechter aannemelijk dat de raadsman vanaf
“van een rechterlijke instantie [is] beroofd”, aangezien de politierechter ten onrechte heeft afgewezen het namens de raadsman gedane verzoek om te wachten met de terechtzitting tot hij zou arriveren, dan wel die terechtzitting aan te houden tot een later tijdstip. Het aanwezigheidsrecht van de verdachte, dan wel het recht van de verdachte op bijstand van een raadsman, had volgens de verdediging zwaarder moeten wegen dan het belang om de zaak tegen de verdachte direct af te doen. Het aanwezigheidsrecht van de verdachte als bedoeld art. 6, derde lid, sub c van het EVRM is zodoende geschonden waardoor de verdachte ten onrechte bij verstek is veroordeeld. De raadsman verzoekt het hof op grond van deze omstandigheden een ruime(re) uitleg te geven aan art. 423, tweede lid, Sv, door de zaak terug te wijzen naar de rechtbank. Het hof kan dit verzuim, te weten de schending van verdachtes aanwezigheidsrecht, immers niet zelf herstellen; [5]
De beoordeling van het verzoek tot terugwijzing
Herhaald verzoek tot terugwijzing
5.8.