Conclusie
1.Feiten
[eiseres]) in dienst getreden van FNV Bondgenoten, de rechtsvoorganger van verweerster in cassatie (hierna:
FNV). [3]
de Algemene Voorwaarden). [6]
het Statuut) zijn nadere voorzieningen getroffen met betrekking tot de belangenbehartiging van de leden die vallen onder de sector vakbonden van FNV Bondgenoten en die tevens werknemers van FNV zijn. Art. 2 van Pro Deel II van het Statuut (Rechten van de Leden) luidt als volgt: [9]
2.Procesverloop
Eerste aanleg
het hof) in hoger beroep gekomen. [eiseres] heeft zes grieven aangevoerd, waarvan alleen de eerste drie in cassatie nog relevant zijn.
3.Juridisch kader: rechtsbijstandverzekering en recht op vrije advocaatkeuze
Europese richtlijnen
Richtlijn 87/344) voorziet in harmonisatie van de nationale wet- en regelgeving inzake rechtsbijstandverzekeringen. Deze richtlijn maakt onderdeel uit van richtlijnen die tot doel hebben een Europese interne markt voor schadeverzekeringsdiensten tot stand te brengen (i) door maatregelen vast te stellen die de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening van verzekeringsondernemingen vergemakkelijken en (ii) door nationale regelgeving te harmoniseren voor zover algemene belangen, waaronder de bescherming van de verzekeringnemer, dat vereisen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op art. 53 VWEU Pro. [12] Op grond van die verdragsbepaling is de Europese Unie bevoegd om richtlijnen vast te stellen teneinde de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst te vergemakkelijken. Primaire invalshoek van deze Europese wetgeving is het aanbod van verzekeringsdiensten, niet de bescherming van de consument. [13]
Solvabiliteit II) [14] en herschikt. De datum voor intrekking van de bestaande verzekeringsrichtlijnen, waaronder Richtlijn 87/344, was 1 november 2012. [15] Die datum is in twee stappen opgeschoven naar 1 januari 2016. [16]
iedere onderneming waaraan overeenkomstig artikel 6 van Pro Richtlijn 73/239/EEG vergunning is verleend.” Art. 13 lid 1 van Pro Solvabiliteit II definieert een verzekeringsonderneming als “
een directe schade- of levensverzekeringsonderneming waaraan (…) vergunning is verleend.” [20]
toegangtot het schadeverzekeringsbedrijf, neergelegd in de Eerste richtlijn schadeverzekering, zoals gewijzigd met de Tweede en Derde richtlijn schadeverzekering. Bovendien dienden zij te voldoen aan de voorwaarden die golden voor de
uitoefeningvan het schadeverzekeringsbedrijf, zoals de verplichting toereikende technische voorzieningen aan te houden.
specifieke eisendie Richtlijn 87/344 stelde en nu in Solvabiliteit II staan.
HvJEU) is het recht op vrije advocaatkeuze ruim uitgelegd en steeds meer losgekoppeld van de specifieke gevallen waarin een belangenconflict kan ontstaan.
Eschig [30] uit 2009 bepaalde het Hof van Justitie dat art. 4 van Pro Richtlijn 87/344 ertoe strekt de belangen van de verzekerde ruim te beschermen. Een rechtsbijstandverlener kan zich derhalve niet het recht voorbehouden zelf de rechtshulpverlener voor alle betrokken verzekerden te kiezen wanneer een groot aantal verzekeringnemers (massa)schade lijdt door eenzelfde feit. Het Hof van Justitie oordeelde verder dat Richtlijn 87/344 geen volledige harmonisatie beoogt van de regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake de rechtsbijstandverzekering, waardoor lidstaten vrij blijven om de op deze overeenkomsten toepasselijke regeling vast te stellen, voor zover zij dit doen met inachtneming van het Unierecht en in het bijzonder art. 4 Richtlijn Pro 87/344.
Starkuitgemaakt dat de keuzevrijheid die is opgenomen in art. 4 Richtlijn Pro niet betekent dat verzekeraars verplicht zijn de volledige kosten van de externe rechtsbijstand te vergoeden. [31] De eventueel door de verzekeraar opgelegde beperkingen aan de vergoedingen mogen echter slechts betrekking hebben op de reikwijdte van de dekking van de kosten van de bijstand (en dus niet op de persoon van de rechtshulpverlener) en niet zó ver gaan dat het recht op vrije advocatenkeuze illusoir wordt.
Sneller/DASbouwt op deze zaken voort. In antwoord op prejudiciële vragen van de Hoge Raad [32] bepaalde het HvJEU dat het rechtsbijstandverzekeraars niet is toegestaan te bedingen dat de kosten van een vrij gekozen advocaat of rechtsbijstandverlener slechts worden vergoed indien de rechtsbijstandverzekeraar van mening is dat (i) een procedure moet worden gevoerd en (ii) de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed. [33] In overeenstemming hiermee heeft de Hoge Raad op 21 februari 2014 beslist dat het recht op vrije advocaatkeuze niet afhankelijk is van een besluit van de rechtsbijstandverzekeraar dat de zaak door een externe rechtshulpverlener zal worden behandeld. [34] Die uitspraak had gevolgen voor het in Nederland gebruikelijke ‘natura model’, waarin uitgangspunt is dat de rechtsbijstandverzekerde recht heeft op rechtsbijstand (en niet op vergoeding van kosten), die in beginsel wordt geleverd door een medewerker in dienst van de rechtsbijstandverzekeraar. [35]
[…]/DAS [36] en
Büyuktipi/Achmea [37] uit 2016 draaiden om het begrip ‘administratieve procedure’ in de zin van art. 4 lid 1 Richtlijn Pro 87/344, nadat de Hoge Raad [38] respectievelijk het gerechtshof Amsterdam [39] hierover prejudiciële vragen hadden gesteld. Het HvJEU oordeelde dat het begrip ‘administratieve procedure’ mede omvat (i) een procedure die ertoe leidt dat een bestuursorgaan (het UWV) de werkgever vergunning verleent om de voor rechtsbijstand verzekerde werknemer te ontslaan (
[…]/DAS) en (ii) de fase van bezwaar tegen het primaire besluit van een bestuursorgaan (
Büyüktipi/Achmea).
gerechtshof Arnhem-Leeuwardengeoordeeld dat FNV Bondgenoten geen rechtsbijstandverzekeraar is en daarmee ook niet is gelijk te stellen. [40] Het ging om een werknemer van FNV Bondgenoten, die uit hoofde van zijn dienstverband tevens lid was van FNV Bondgenoten. Leden hadden recht op kosteloze rechtsbijstand onder meer op het gebied van arbeidsrecht. Nadat een arbeidsconflict tussen de werknemer en FNV Bondgenoten was ontstaan, heeft de werknemer op grond van zijn lidmaatschap aanspraak gemaakt op rechtshulp. Daarop heeft FNV Bondgenoten aangegeven dat het lid de zaak op kosten van FNV Bondgenoten kon voorleggen aan een door FNV Bondgenoten geselecteerd advocatenkantoor. Het lid wilde echter een ander advocatenkantoor inschakelen en betrok FNV Bondgenoten in rechte.De rechtbank stelde FNV Bondgenoten in het gelijk en wees de vorderingen van het lid af.
gerechtshof Den Haaguitspraak gedaan in een zaak tussen Abvakabo FNV (dat net als FNV Bondgenoten per 1 januari 2015 in FNV is opgegaan) en een lid dat in een arbeidsgeschil verwikkeld was geraakt. [41] Aanvankelijk was het betrokken lid bijgestaan door juristen van Abvakabo FNV, maar op enig moment is de rechtsbijstand, met instemming en voor rekening van Abvakabo FNV, overgenomen door een externe advocaat. Vervolgens ontstond er een geschil over de financiering van die externe rechtsbijstand. Bij een comparitie van partijen hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten over de kosten tot en met de datum van de comparitie. Daarna was er echter nog een geschil over de kosten ná die datum.
gerechtshof Arnhem-Leeuwardenarrest gewezen in een zaak betreffende Nieuwe Unie, een beroepsorganisatie in de verpleging en verzorging. Onderdeel van de service die Nieuwe Unie haar leden aanbood was juridische dienstverlening. Op de website van Nieuwe Unie stond dat lidmaatschap van Nieuwe Unie het lid verzekert van ‘een beroepsgebonden rechtsbijstandverzekering’. Het juridisch reglement bepaalde onder meer dat de juridische dienstverlening intern dan wel extern wordt verstrekt en dat in geval van externe rechtsbijstand de advocaat aan wie de zaak in behandeling wordt gegeven door Nieuwe Unie wordt aangewezen. Een lid maakte aanspraak op de door Nieuwe Unie geboden rechtsbijstand. Nieuwe Unie heeft het lid meegedeeld dat de zaak werd uitbesteed aan een advocatenkantoor in het netwerk van Nieuwe Unie. Het lid wenste echter een advocaat van zijn eigen keuze in te schakelen. Nieuwe Unie heeft de daarmee verbonden kosten niet willen vergoeden, waarna het lid haar in rechte heeft betrokken.
rechtsbijstandsverzekeringen
beroepsgebonden rechtsbijstandin het kader van de door haar verleende juridische dienstverlening;
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel A van het middel
FNV is geen (schade-)verzekeraar in de zin van de Wft”. Het hof heeft zich derhalve niet slechts op Richtlijn 87/344 gebaseerd.
Eschig, (‘
de op deze overeenkomsten toepasselijke regeling’; zie hiervoor, 3.22), maar niet voor de begrippen die het toepassingsgebied van de in die richtlijn vervatte regels afbakenen. Dit zou slechts anders zijn indien Richtlijn 87/344 de lidstaten expliciet zou toestaan om de nationale omzettingsmaatregelen een ruimer toepassingsgebied te geven dan de richtlijn zelf heeft. Een richtlijnbepaling met die strekking ontbreekt echter. [48]
Nieuwe Unie-arrest (hiervoor, 3.33 en 3.34) tot het oordeel komt dat het lidmaatschap van de Nieuwe Unie mede een rechtsbijstandverzekering in de zin van de Wft oplevert en het hof hier niet tot een dergelijk oordeel komt, terwijl de feiten in beide zaken in essentie niet van elkaar verschillen. Het hof had daarom het
Nieuwe Unie-arrest in zijn motivering moeten betrekken.
Nieuwe Unieen de onderhavige zaak in feitelijk opzicht van elkaar verschillen (zie reeds hiervoor, 3.33 en 3.35). Het juridisch reglement van Nieuwe Unie bepaalde dat de juridische dienstverlening
intern dan wel externwordt verstrekt en dat in geval van externe rechtsbijstand de advocaat aan wie de zaak in behandeling wordt gegeven, door Nieuwe Unie wordt aangewezen. In de onderhavige zaak bepalen de algemene voorwaarden van FNV en het Statuut daarentegen dat de geboden rechtshulp
louter internwordt verstrekt (al dan niet vanuit een onafhankelijke organisatie binnen FNV). Behandeling door een extern advocaat, op initiatief van het lid, is niet voorzien. FNV had – anders Nieuwe Unie had gedaan – ook niet ingestemd met het op haar kosten inschakelen door [eiseres] van een externe advocaat.
Nieuwe Unie-arrest genoemde gronden waarop het oordeelde dat het lid van Nieuwe Unie recht had op vrije advocaatkeuze (zie hiervoor, 3.34). De ruime uitleg van Richtlijn 87/344, zoals die volgt uit het arrest
Sneller/DAS(eerste en tweede gedachtestreepje), heeft geen betrekking op de reikwijdte van die richtlijn, maar op een onderdeel van de door die richtlijn gegeven bescherming van de verzekerde. Verder is het weliswaar juist dat een schadeverzekeringsbedrijf in de zin van art. 1:1 Wft Pro ook aan de orde kan zijn wanneer maar een deel van de activiteiten als zodanig is aan te merken (derde gedachtestreepje), het gaat er evenwel om óf met het bewuste deel van de activiteiten het schadeverzekeringsbedrijf wordt uitgeoefend. Kennelijk presenteerde Nieuwe Unie zich uitdrukkelijk als aanbieder van rechtsbijstandverzekeringen (vierde en vijfde gedachtestreepje), maar daaruit volgt niet dat juridische dienstverlening van een vereniging aan haar leden alle kenmerken van een rechtsbijstandverzekering vertoont. Tot slot: de rechtsbijstand door Nieuwe Unie werd betaald uit contributies van de leden (zesde gedachtestreepje), maar of dat voldoende is om betaling van een ‘premie’ te kunnen aannemen valt te betwijfelen (zie ook hiervoor, 4.15). Het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden uit 2013, waar FNV zich op heeft beroepen, vind ik in dat opzicht overtuigender (zie hiervoor, 3.29).
niettot de conclusie zouden nopen dat [eiseres] de dienstverlening van FNV als een verzekeringsovereenkomst zou aanmerken, klaagt zij erover dat het hof op grond van art. 25 Rv Pro de aangevoerde feiten had moeten toetsen aan de toepasselijke wettelijke bepalingen en zodoende alsnog tot de conclusie had moeten komen dat sprake is van een rechtsbijstandverzekering. In de stellingen van [eiseres] ligt immers besloten dat zij de dienstverlening van FNV identiek achtte aan een verzekeringsovereenkomst.
overige aangevallen overwegingen van het arrest, in het bijzonder rov. 14 en 18” vitieert. Omdat onderdeel A faalt, faalt ook deze voortbouwklacht.