Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in beginsel(mijn cursivering A-G) moeten betekenen dat alleen de moeder het gezag over [de minderjarige] zou moeten hebben. Toch is het hof in deze zaak van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de ouders samen het gezag hebben en houden. De moeder biedt immers op geen enkele wijze opening aan de vader om betrokken te zijn in het leven van [de minderjarige] . Zij gaat hierin zo ver dat zij de rol van vaders in het algemeen, en de vader in het bijzonder, in het leven van kinderen bagatelliseert en hierover de publiciteit zoekt. Het hof is niet gebleken van enig aanknopingspunt of vooruitzicht dat de opstelling van de moeder op dit punt zal veranderen. Evenmin is gebleken dat de moeder hulp heeft ingeschakeld om haar weerstand tegen contact met de vader, ook als dit alleen contact met betrekking tot [de minderjarige] betreft, weg te nemen. De moeder stelt dat zij aan zichzelf werkt door middel van meditatie, yoga, mindfullness en hypnotherapie. Het is het hof niet gebleken dat deze methoden zijn gericht op het verminderen of wegnemen van de barrière van de moeder jegens de vader. Enige (medische) onderbouwing ontbreekt in dit kader ook. Zij veronachtzaamt hierdoor op grove wijze haar verplichting de ontwikkeling van de banden tussen [de minderjarige] en haar vader te bevorderen. Het hof is van oordeel dat de moeder hierdoor zo duidelijk tegen het belang van [de minderjarige] handelt, dat het onverantwoord zou zijn dat zij als enige het gezag over [de minderjarige] heeft. Het hof acht deze beslissing, ook al is voldaan aan het zogeheten klem of verloren criterium toch verantwoord, omdat [de minderjarige] onder toezicht van de GI is gesteld.”
onderdeel 2dat het hof met deze redenering uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, omdat art. 1:253c lid 2 sub a BW geen uitzondering toelaat. Indien voldaan is aan het zogenoemde ‘klemcriterium’ dient het gezamenlijk gezag te worden afgewezen, aldus de moeder. Daaraan doet in haar visie niet af dat de moeder tegen het belang van de minderjarige zou handelen of dat de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling is gesteld. Dit speelt geen rol en het hof motiveert bovendien niet waarom de ondertoezichtstelling zijn beslissing verantwoord maakt, aldus de moeder. In de aanvulling op het verzoekschrift stelt de moeder dat de overweging van het hof inzake de ondertoezichtstelling onbegrijpelijk is nu de opmerking van de raad over de gecertificeerde instelling als tussenpersoon ziet op de omgang en de raad juist opmerkt dat het bij ouderlijk gezag moeilijker te zeggen is.
slechtsafgewezen indien:
slechtsplaats indien hetzij (het onaanvaardbare risico bestaat dat) het kind
als gevolg van die niet-nakomingklem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, hetzij die gezagswijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
slechtsuitdrukkelijk wijst op terughoudend omgaan met afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag en dat een reden tot afwijzing
kanzijn dat het kind klem of verloren raakt of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is, maar dat een rechter niet verplicht is het verzoek af te wijzen indien een kind weliswaar klem of verloren raakt, maar toewijzing in het belang van het kind noodzakelijk is. Ik vind daarvoor ook steun in de Memorie van Antwoord bij wetsvoorstel 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam en het verkrijgen van gezamenlijk gezag [18] waarin is opgenomen:
In situaties waarin
het belang van het kind(mijn cursivering A-G) een andere beslissing vereist, de verhoudingen er werkelijk niet naar zijn dat tot gezamenlijk gezag kan worden overgegaan, kan de grond van het tweede lid van artikel 253c
zonodig(mijn cursivering A-G) toepassing vinden.”