2.3.Het hof heeft zich, behalve ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [A] en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de Rabobank, verenigd met de gronden en beslissingen van de rechtbank en heeft onder aanvulling van gronden het vonnis van de rechtbank bevestigd. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL1700- 2015294293-1, opgemaakt en op 17 augustus 2015 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , voor zover inhoudende als de op 17 augustus 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [betrokkene 2] namens [A] , inclusief bijlagen:
“Op 14 juli 2015 ben ik aangesteld als curator in het faillissement van [A] is eigenaar van de onroerende zaak aan de [a-straat 1] te Rotterdam en heeft het pand verhuurd aan [verdachte] .[...] Op 9 juli 2015 was de ontruiming op grond van een vonnis van de kantonrechter aangezegd aan [verdachte] . Daarop is afgesproken dat de sleuteloverdracht op 23 juli 2015 zou plaatsvinden. [verdachte] heeft mij toen gedreigd omvangrijke schade in het pand te zullen aanrichten. Ik ben op 23 juli 2015 benaderd door omwonenden van het genoemde pand die mij meldden dat personen als beesten tekeer zijn gegaan in het pand. Een deurwaarder heeft een proces-verbaal van constateringen opgemaakt. Gebleken is dat [verdachte] omvangrijke vernielingen in en aan het pand heeft aangericht of heeft laten aanrichten. Er is verder cement gestort in de waterafvoer en in de inpandige hemelwaterafvoer, met als gevolg dat de afvoer onbruikbaar is geworden en dient te worden vervangen. Later is ook gebleken dat dakpannen/dakbedekking is vernield. Gebleken is dat [verdachte] de inventaris uit het pand heeft weggenomen. Blijkens de huurovereenkomst is de inventaris eigendom van de [A] Als gevolg van het faillissement lag er bovendien het faillissementsbeslag op de inventaris, met als gevolg dat hij de inventaris ook heeft onttrokken aan het beslag. Gebleken is ten slotte ook dat [verdachte] tot het pand behorende installaties (keuken, radiatoren, airco, alarmsystemen) uit het pand heeft weggenomen.”
2. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een schriftelijk verslag van gerechtsdeurwaarder M. de Vos, d.d. 23 juli 2015, welk geschrift voor zover van belang inhoudt:
“Ten verzoeke van [betrokkene 2] heb ik, [betrokkene 3] , als gerechtsdeurwaarder, mij bevonden te Rotterdam aan het adres [a-straat 1] . Vervolgens heb ik geconstateerd: dat de ruiten van de entree van het [B] beschadigd zijn dan wel vernield; dat de inboedel in de lobby op een fauteuil en stoel na volledig is weggehaald; dat de muren van de lobby beschadigd zijn dan wel vernield, er bevinden zich gaten in de muren; dat het systeemplafond van de lobby grotendeels is vernield; dat onder de trapopgang naar de eerste verdieping een groot gat in de wand zit; dat de toiletpotten op de begane grond beschadigd zijn dan wel vernield; dat de inboedel in de bijkeuken volledig is weggehaald; dat de muren van beide trapopgangen beschadigd zijn dan wel vernield; dat in alle hotelkamers de muren en systeemplafonds zijn beschadigd dan wel vernield; dat de inboedel in alle hotelkamers op de eerste verdieping grotendeels is weggehaald; dat in de badkamers wasbakken, toiletpotten, douchecabines zijn beschadigd dan wel vernield; de ramen op de eerste verdieping zijn beschadigd danwel vernield.”
3. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL 1700- 2015308356-1, opgemaakt en op 25 augustus 2015 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , voor zover inhoudende als de op 25 augustus 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [betrokkene 1] , bestuurder van [A] :
“Op 1 december 2010 heb ik een huurovereenkomst gesloten met [verdachte] en [betrokkene 4] . [verdachte] en [betrokkene 4] zijn overeengekomen dat zij een pand huren en de inboedel pachten om te gebruiken naar eigen inzicht. Vanaf het moment dat ik heb aangegeven dat ik procedures over de in de loop van de tijd gegroeide huurachterstand ging starten heeft [verdachte] mij whatsapp-berichten gestuurd waarin [verdachte] aangeeft dat hij alles met de grond gelijk zou maken als hij eruit gezet zou worden. [verdachte] heeft in deze berichten ook aangegeven dat hij het pand helemaal leeg zou halen. Ik heb deze berichten geprint en zal ze bij mijn aangifte voegen. Het hotel was gebruiksklaar aan hem verhuurd en de inboedel was eigendom van [A] . Op 24 juli 2015 ben ik naar het pand gegaan en heb zelf gezien dat werkelijk alles in het pand opzettelijk is vernield. Ik heb ook gezien dat al mijn eigendommen waar onder ook persoonlijke eigendommen waren weggenomen. Dit zijn onder andere een schilderij van bloemen, maar ook de airconditioners zijn uit het plafond gehaald en weggenomen. Alle brandvertragende ramen waren kapotgeslagen. In de muren en wanden zijn gaten geslagen met vermoedelijk een moker. In de plafonds heeft men gaten gemaakt, op de deuren is graffiti gespoten, de toiletten zijn verwijderd en vernield, de vloer is totaal vernield.”
4. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een uitdraai van whatsapp-berichten. gevoegd als bijlage bij het onder 3 weergegeven proces-verbaal, welk geschrift voor zover van belang inhoudt:
09-06-15 15:08: [verdachte] : Wat wil hij zien want ik laat hem helemaal slopen
09-06-15 15:08: [verdachte] : Mijn neven wachten tot ik zeg dat het genoeg is
09-06-15 15:09: [verdachte] : Ik ben het ook zat aan het worden
09-06-15 15:10: [verdachte] : De bank kan de ziekte krijgen
09-06-15 15:10: [verdachte] : Ik wacht op jou deurwaarde
09-07-15 00:39: [verdachte] : [betrokkene 1] ik heb er over nagedacht dat de man die morgen komt niets heeft. Want ik gaat het pand toch slopen. Een ding is zeker dat ik heel veel schade gaat maken aan de bank. Ik wacht tot ik de deurwaarder over de vloer krijgt. En heb ik 2 weken de tyg om hem 09-07-15 00:40: [verdachte] : Dus het heeft geen nut dat de man morgen langs komt
09-07-15 08:43: [betrokkene 1] : Jammer. Je berokkend de bank geen schade maar mij
09-07-15 14:15: [betrokkene 1] : Het schilderij is van mij privé. U begrijpt ook dat ik nooit toestemming geef om welke eigendommen van wie dan ook ter vernietigen en of te beschadigen
5. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL1700- 2015338203-1, opgemaakt en op 22 september 2015 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , voor zover inhoudende als de op 21 september 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [betrokkene 5] , namens Rabobank, inclusief bijlagen:
“Rabobank is hypotheekhouder met betrekking tot een bedrijfspand welke is gelegen aan de [a-straat 1] te Rotterdam. [...] In die procedure trad Rabobank op als pandhouder met betrekking tot alle vorderingen van [A] op derden. [...] Op 23 juli 2015 heeft [verdachte] de onroerende zaak ontruimd achtergelaten. Het ernstige vermoeden bestaat dat de heer [verdachte] , voordat hij de sleutel had ingeleverd, het hotel volledig kort en klein heeft geslagen. Daarnaast is de inventaris volledig verdwenen. Voor zover de bank bekend hoorde deze inventaris bij het hotel en was ook door de heer [verdachte] gehuurd. De bank had namelijk een pandrecht op deze spullen. Rabobank is als hypotheekhouder als gevolg van de vernieling in ernstige mate benadeeld. Een schade-expert welke is ingeschakeld heeft de omvang van de schade voorlopig vastgesteld op ongeveer 174.318,80 euro exclusief btw.”
6. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL 1700- 2015294293-5, opgemaakt en op 16 november 2015 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4] , voor zover inhoudende als de op 16 november 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 6]:
“Op 21 juli 2015 werd ik gebeld door mijn buurman. Hij vertelde dat hij harde geluiden hoorde uit het voormalige [B] aan de [a-straat 1] te Rotterdam. Ik ben gaan kijken en zag bij het [B] vijf mannen die met spullen aan het sjouwen waren. Ik zag dat zij uit het hotel richting een bestelbusje liepen en dat zij spullen in een bestelbusje laadde. Ik zag dat zij ook de letters ‘restaurant’ die op de gevel hingen er af haalden.”
7. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL1700- 2015294293-6, opgemaakt en op 9 maart 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 5] , voor zover inhoudende als de op 9 maart 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 7] :
“V: Wat kunt u over de vernieling van het [B] aan de [a-straat] in Rotterdam verklaren?
A: Ik was daar aanwezig. Ik denk dat er wel een stuk of 30 a 40 man aan het werk waren. Ik was daar om een diepvries mee te nemen. [...] Ik ben een dag daarvoor in het hotel geweest om te kijken naar de diepvries. Een man, ik denk de eigenaar (het hof begrijpt: [verdachte] ), zei dat hij de diepvries apart zou houden voor mij. Hij, die eigenaar heet geloof ik [verdachte] . Ik vond het niet gek dat ik de diepvries zo mee mocht nemen want de eigenaar zei dat hij het pand moest verlaten en dat alles opgeruimd moest worden. ”
8. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL 1700- 2015268528-2, opgemaakt en op 3 november 2015 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , voor zover inhoudende als relaas van eigen waarneming, bevindingen en verrichtingen:
“Op 22 juli 2015 onderzoek ingesteld in het voormalig [B] . Ter plaatse werd ik aangesproken door [verdachte] , huurder van het pand. [...] [verdachte] verklaarde heel de zaak leeg te halen. Ik zag dat in het pand veel muren en plafonds kapot waren.”
9. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juni 201.8 verklaard -zakelijk weergegeven-:
“Ik huurde het pand van het [B] aan de [a-straat 1] te Rotterdam van [A] Ik huurde het pand vanaf 1 december 2010. Het klopt dat ik vanaf een bepaald moment geen huur meer betaalde. Ik heb een gesprek gehad met de Rabobank. In het gesprek gaf de bank aan dat [betrokkene 1] zijn hypotheek niet betaalde. Ik moest voortaan rechtstreeks de huur aan de Rabobank betalen.
U houdt de aangifte van [betrokkene 1] aan mij voor. U zegt mij dat ik WhatsApp-berichten heb gestuurd aan [betrokkene 1] , waarin ik zou hebben aangegeven dat ik alles met de grond gelijk zou maken als ik uit het pand gezet zou worden. Ik zou voorts in deze berichten hebben aangegeven dat ik het pand helemaal leeg zou halen.
U houdt mij voorts pagina 128 van het dossier voor. Ik zou in een WhatsApp-bericht hebben geschreven dat ik het pand toch ga slopen en dat het zeker is dat ik heel veel schade ga maken.
Het zal wel dat ik deze WhatsApp-berichten aan [betrokkene 1] heb verzonden. Ik ga er inderdaad vanuit dat ik de door u voorgehouden berichten heb verstuurd. Ik heb die berichten uit boosheid verzonden.”