Conclusie
1.Inleiding
2.De behandeling van het klaagschrift
Het standpunt van klager
Klager voert het woord:
Klager voert het woord:
Klager voert het woord:
(…)
Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De verdachte verklaart:
De raadsman van [klager] heeft in diens e-mail d.d. 21 februari 2019 aangegeven dat sprake is van een financieel onhoudbare situatie en verzocht om het beslag (ook) om die reden op te heffen. Bij e-mail d.d. 4 maart 2019 heeft het Openbaar Ministerie echter laten weten dat het beslag op de handelsvoorraad vooralsnog gehandhaafd blijft. [1] Gezien deze beslissing verzoekt [klager] U.E.A. het beslag op te heffen en de teruggave van deze auto’s aan [klager] te gelasten.
Over de andere in beslag genomen goederen in verband waarmee ook om opheffing werd verzocht, werd door het Openbaar Ministerie geen beslissing genomen, althans volgde geen reactie. Echter in verband met diens bedrijfsvoering en het doen van fiscale aangiften, dient [klager] te beschikken over de in beslag genomen diverse administratieve bescheiden (D.03.02.001) en diens boekhouding (D.04.02.001). Voorts, in verband met de veiligheid van [klager] en diens werknemers, doch even zeer om de in de in beslag genomen goederen te kunnen bewaken, dient [klager] te beschikken over de inbeslaggenomen bewakingscamera’s met recorder (D.01.01.001 / D.01.01.002 / D07.01.001). Ook ter zake deze goederen zal [klager] Uw rechtbank verzoeken het beslag op te heffen en de teruggave hiervan te gelasten.’’