Uitspraak
,nummer RK 12/1673
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
1 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van een ondernemer tegen het beslag op twee bedrijfsauto's, gelegd in verband met een verdenking van overtreding van de Opiumwet en een geschat wederrechtelijk verkregen voordeel van circa €59.000.
De ondernemer betoogde dat het beslag zijn bedrijfsvoering ernstig belemmert, met risico op faillissement en verlies van werkgelegenheid. Hij bood aan om als bewaarder op te treden en aanvullende zekerheden te stellen, maar dit werd door het Openbaar Ministerie afgewezen.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond, waarbij zij de juiste maatstaf hanteerde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist tenzij het hoogst onwaarschijnlijk is dat verbeurdverklaring zal volgen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de rechtbank onvoldoende blijk heeft gegeven van een onderzoek naar de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag, terwijl omstandigheden van het geval daartoe noodzaken. Daarom wordt de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling met expliciet onderzoek naar proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.