Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
winbarebodembestanddelen de eigenaar ten minste gedeeltelijk toekomt, spreekt vanzelf; de eliminatieregel zit nu niet in de weg, ook niet in schijn. Ook wat betreft winbare bodembestanddelen heeft uw Raad goedgevonden dat het met de winning te behalen voordeel bij helfte wordt gedeeld en wel in de vorm van een opslag bovenop een basiswaarde. [5] In de literatuur duikt echter zo nu en dan de opvatting op dat het onderscheid tussen winbare en onwinbare bodembestanddelen een verschil in behandeling zou rechtvaardigen, in de zin dat in beginsel het hele voordeel van de aanwezigheid van de bodembestanddelen aan de eigenaar toekomt. [6] Ik meen dat die opvatting op een misverstand berust.
onwinbarebodembestanddelen is in de regel slecht voorstelbaar dat die werkelijke waarde uitsluitend met de vergelijkingsmethode wordt vastgesteld. Er zullen immers doorgaans geen vergelijkingstransacties beschikbaar zijn waarin de unieke combinatie zich voordoet van de aanwezigheid van een vergelijkbare hoeveelheid van dezelfde bodembestanddelen die met de uitvoering van een werk in vergelijkbare mate vrijkomen. Daarom zal de werkwijze van de deskundigen en van de onteigeningsrechter steeds of vrijwel steeds zijn om een basiswaarde vast te stellen, waarover een opslag wordt berekend. De hoogte van die opslag is volgens de hiervoor bedoelde rechtspraak de helft van het voordeel dat de onteigenaar heeft doordat bij de uitvoering van het werk bodembestanddelen vrijkomen. Wat betreft
winbarebodembestanddelen is veel gemakkelijker voorstelbaar dat er relevante vergelijkingstransacties beschikbaar zijn. De onderhavige zaak illustreert dat: de eerste drie observaties van de deskundigen (hiervoor onder 2.3 sub c) hebben betrekking op vergelijkingstransacties. Welnu, zijn voldoende vergelijkingstransacties voorhanden om uitsluitend met de vergelijkingsmethode de werkelijke waarde vast te stellen, dan mag men ervan uitgaan dat in de aldus gevonden waarde de meerwaarde in verband met de aanwezigheid van de winbare bodembestanddelen is geïncorporeerd. En die waarde komt inderdaad ten volle aan de eigenaar toe.
meerwaardein verband met de aanwezigheid van de bodembestanddelen aan de eigenaar toekomt. Ook is er op dat punt geen verschil met het geval van onwinbare bodembestanddelen. In beide gevallen komt de volle werkelijke waarde aan de eigenaar toe, inclusief de bedoelde meerwaarde. Die meerwaarde is niet meer dan een deel van het voordeel dat bij winning kan worden behaald. Dat deel kan ook in beide gevallen op de helft worden gesteld. In het geval van onwinbare bodembestanddelen is dat vaste rechtspraak. In het geval van winbare bodembestanddelen is dezelfde verdeling toegelaten als ze in het licht van de gegeven omstandigheden passend wordt bevonden.
tezamenhet fundament van hun taxatie vormen. [12] Uit de uitdrukkelijke keuze van de rechtbank voor een ‘gemengde methode’ (rechtsoverweging 2.17.1) volgt dat ook de rechtbank zijn beslissing omtrent de werkelijke waarde mede op de vierde observatie van de deskundigen heeft gebaseerd: de eerste drie observaties zien op vergelijkingstransacties, de vierde op een residueel berekende opslag bovenop de comparatief begrote agrarische waarde (vergelijk nogmaals hiervoor onder 2.3 sub c).
onderdeel ICbouwt deels voort op de hiervoor bedoelde onjuiste lezing van het vonnis van de rechtbank. Ik lees in het onderdeel nog twee nadere klachten. Volgens de eerste klacht is de rechtbank uitgegaan van de aanwezigheid van onwinbare bodembestanddelen in plaats van winbare bodembestanddelen. Volgens de tweede klacht is het oordeel van de rechtbank dat de nettowinst bij helfte moet worden verdeeld in ieder geval onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd.
winbarebodembestanddelen, zij het ook dat de rechtbank met de deskundigen geen aanleiding heeft gezien voor een andere verdeling van het voordeel voor de onteigenaar dan in gevallen van onwinbare bodembestanddelen gebruikelijk. Ook de deskundigen zijn uitgegaan van de aanwezigheid van winbare bodembestanddelen. [17]
onderdeel IVbehoeft geen bespreking.