Conclusie
1. Het proces-verbaal van de rechter Timm van het kantongerecht Duisburg van 30 juni 2015, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 1] .
5.2 Parketnummer 08/952304-14
Door de verdediging gevoerde verweren
derdemiddel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte ‘in de hoedanigheid van juridisch medepleger’ op 21 februari 2013 zonder consent vuurwapens en munitie naar Duitsland heeft doen uitgaan. De steller van het middel wijst er daarbij op dat de enkele lijfelijke aanwezigheid en het niet distantiëren onvoldoende is voor het aannemen van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen en aanvullende bewijsmotivering zou niet volgen dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het delict die van voldoende gewicht is om van medeplegen te kunnen spreken.
eerstemiddel behelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte op 21 februari 2013 vuurwapens van categorie II en een hoeveelheid munitie van categorie II en/of III heeft doen uitgaan naar Duitsland. De steller van het middel wijst erop dat onder de bewijsmiddelen geen ‘wapenrapportage’ is opgenomen en dat onder de bewijsmiddelen ook geen verklaring van één van de betrokkenen is opgenomen ‘over het feit of de wapens en munitie werkzaam waren’. Voorts zou ‘de classificering van een wapen (…) nooit een feit van algemene bekendheid’ betreffen.
tweedemiddel behelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte op 21 februari 2013 zonder consent vuurwapens en munitie naar Duitsland heeft doen uitgaan. De bewijsmiddelen houden volgens de steller ‘niets in omtrent de vraag of er sprake was van een consent op basis waarvan deze vuurwapens en munitie rechtmatig naar Duitsland’ konden worden gebracht.