Conclusie
Ryanair. Verweerders in cassatie worden hierna gezamenlijk aangeduid als
de passagiers.
1.Inleiding
de kantonrechter). Aanleíding voor het geschil is dat de door de passagiers geboekte vlucht van Faro (Portugal) naar vliegveld Eindhoven is geannuleerd als gevolg van een staking van een deel van het cabinepersoneel. De kantonrechter heeft Ryanair veroordeeld om op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna:
de Verordening) [1] aan de passagiers compensatie te betalen.
het Hof). De passagiers zijn niet verschenen.
19/02472(
Aegean/ [… 1]) en zaak
19/02474(
Aegean/ [… 2] ). In die zaken voert Aegean Airlines, die wordt vertegenwoordigd door dezelfde cassatieadvocaat als Ryanair, hetzelfde betoog dat de gronden van art. 80 lid 1 RO Pro moeten worden uitgebreid met schending van het Unierecht. Alleen in de zaak
Aegean/ [… 1]wordt verweer gevoerd. In alle drie de zaken neem ik vandaag mijn conclusie.
20/01146(
Aegean/ [… 3]), zaak
20/01147(
Aegean/ [… 4]), zaak
20/01171(
Aegean/ [… 5]). en zaak
20/01173(
Aegean/ [… 6]). In die zaken zijn in belangrijke mate dezelfde juridische vragen aan de orde als in de zaken
Aegean/ [… 1]en
Aegean/ [… 2].
20/00085(
Qatar Airways/ [… 7]). Qatar Airways, vertegenwoordigd door dezelfde cassatieadvocaat als Aegean Airlines en Ryanair, richt klachten tegen een arrest van 8 oktober 2019 van het gerechtshof Amsterdam, waarbij een hoger beroep tegen een uitspraak van de kantonrechter niet-ontvankelijk is verklaard op de grond dat het gevorderde bedrag per passagier onder de appelgrens ligt. In cassatie betoogt Qatar Airways onder meer dat, waar één claimvehikel een groep passagiers vertegenwoordigt in een procedure waarin zij zelf partij zijn, voor het toepassen van de appelgrens de waarde van de individuele vorderingen bij elkaar moet worden opgeteld.
2.Feiten en procesverloop
3.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Inleiding
eerste onderdeelkomt met diverse rechtsklachten op tegen de bestreden beschikking. Het middel onderkent dat op grond van art. 80 lid 1 RO Pro – naar de letterlijke wettekst en volgens bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad – in beginsel niet met rechtsklachten tegen deze beschikking kan worden opgekomen. [5] Het middel strekt er evenwel toe om de in art. 80 lid 1 RO Pro vermelde cassatiegronden (verder) uit te breiden, althans buiten toepassing te verklaren (op grond van art. 93 en Pro 94 van de Grondwet), zodat tegen een uitspraak van de kantonrechter waartegen op de voet van art. 332 lid 1 Rv Pro geen hoger beroep openstaat, in cassatie rechtsklachten kunnen worden gericht. Daarbij zou het (alleen) hoeven te gaan om rechtsklachten die inhouden dat:
binnen de huidige grenzenvan art. 80 RO Pro. Ryanair betoogt dat die grenzen moeten worden uitgebreid of weggedacht.
versoepelde toetsing van verkapte rechtsklachten”. [9] Voor zover dit betoog de klacht inhoudt dat de in art. 80 lid Pro 1, onder a, RO vermelde cassatiegrond moet worden uitgebreid in die zin dat de Hoge Raad in zaken als de onderhavige ook motiveringsklachten kan beoordelen die een verkapte rechtsklacht inhouden, komt ook deze klacht te laat.
Qatar Airways) onder meer daar over. In die zaak wordt in de procesinleiding overigens opgemerkt dat appel moet open staan omdat “
bij een cassatieberoep op de voet van art. 80 RO Pro vanwege de daarin vermelde limitatieve gronden niet in cassatie kan worden geklaagd over de onjuiste uitleg en toepassing van Unierecht door de kantonrechter.” [11] Eiseres in die zaak lijkt de beperkte gronden van art. 80 lid 1 RO Pro als een gegeven te beschouwen en zet in op versoepeling van de appelgrens.
Jan Luijken-arrest uit 1971. In dat arrest overwoog de Hoge Raad: [20]
vereistdat zaken waarin de uitleg van Unierecht aan de orde is, in twee rechterlijke instanties moeten kunnen worden beoordeeld. Dat is terecht, want het Unierecht stelt die eis niet. Eén rechterlijke instantie volstaat, mits deze instantie bevoegd is aan het Hof prejudiciële vragen te stellen zodat de uniformiteit van het Unierecht door het Hof in het kader van een prejudiciële procedure kan worden verzekerd. [31] Art. 47 eerste Pro alinea van het EU Handvest van de grondrechten, dat net als art. 13 EVRM Pro betrekking heeft op een doeltreffende voorziening in rechte, heeft daar geen verandering in gebracht.
EU-rechtelijke druk op kantonzaken”. Krans heeft namelijk in 2004 – en in 2010 – verdedigd om de mogelijkheid van appel of cassatie tegen kantonrechteruitspraken te verruimen in zaken waarin EU-recht aan de orde kan zijn. [33]
status apartete geven, zoals Ryanair bepleit. Het doeltreffendheidsbeginsel noopt daar ook niet toe.
Aquino: [34]
[… 8] /DASuit 2014. [37] Partijen hebben het echter niet in de hand of een van deze twee instrumenten wordt ingezet, dat is waar.
Smallstepsover de
pre-pack. [38] De Verordening is voor veel kantonrechters inmiddels
gefundenes Fressengelet op het grote aantal zaken dat aanhangig wordt gemaakt. Wat helpt is dat in dit soort claims specialisten optreden die de kantonrechter op de laatste Europese rechtspraak kunnen wijzen. [39] Rijst er toch een nieuwe vraag, dan ziet men dat kantonrechters niet aarzelen prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van de Verordening. Voorbeelden zijn de zaken
Van der Ven/KLM, [40] Van der Lans/KLM, [41] Krijgsman/
SLM, [42] en
Aegean Airlines. [43]
vooral vanwege de (ook in het cassatiemiddel onderkende) beperkingen op grond van art. 80 RO Pro”. Volgens A-G Vlas betrof het verzoek om aanhouding geen motiveringsgebrek in het bestreden kantonrechtersvonnis en al evenmin een schending van een fundamentele regel van procesrecht. [45]
deze bijzondere omstandigheden” zag de Hoge Raad aanleiding zijn uitspraak aan te houden totdat het Hof uitspraak had gedaan.
Martinairen
Transavia), waarin het draaide om de vraag of een groep passagiers op grond van de Verordening recht had op compensatie wegens vertraging van hun vlucht. [46] Ook in die zaken had de kantonrechter de vordering van de passagiers toegewezen. In de daaropvolgende cassatieprocedure klaagden de luchtvaartmaatschappijen onder meer dat de kantonrechter een fundamenteel rechtsbeginsel had geschonden door, ondanks het bestaan van redelijke twijfel omtrent de uitleg van Unierecht, noch prejudiciële vragen aan het Hof te stellen, noch de procedure aan te houden in afwachting van een vijftal bij het Hof reeds aanhangige prejudiciële procedures over vergelijkbare vragen. Anders dan hier, haakte het middel in die zaken aan bij de (beperkte) uitbreiding van de cassatiegronden als gevolg van het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2007 (zie hiervoor, 3.14).
bijzondere omstandigheden’, te weten het feit dat op korte termijn uitspraak van het Hof werd verwacht. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn in de onderhavige procedure gesteld noch gebleken. Ook de arresten van 3 mei 2013 bevatten m.i. geen aanknopingspunt voor de door Ryanair verdedigde opvatting dat de cassatiegronden van art. 80 lid 1 RO Pro moeten worden uitgebreid tot schending van het Unierecht. Daarbij wijs ik er nogmaals op dat de door Ryanair bepleite uitbreiding niet kan worden gestoeld op de uitbreiding die de Hoge Raad heeft toegestaan in zijn arrest van 16 maart 2007.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Aegean/ [… 1]en
Aegean/ [… 2]. Het middel betoogt dat de kantonrechter de Verordening onjuist heeft uitgelegd en toegepast en dat hij ten onrechte geen prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof.
Wallentin-Hermannvolgt dat de uitzondering van art. 5 lid 3 van Pro de Verordening strikt moet worden uitgelegd en dat het aan de vervoerder is om aan te tonen dat sprake is van buitengewone omstandigheden die hij zonder het brengen van voor hem onaanvaardbare offers niet kon vermijden. [49] Volgens vaste rechtspraak vereist dit begrip dat aan twee cumulatieve voorwaarden wordt voldaan, te weten (a) dat het voorval niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij en (b) dat de luchtvaartmaatschappij hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. [50] Van geval tot geval moet worden beoordeeld of inderdaad aan deze criteria is voldaan.
ten aanzien van de staking op 26 juli 2018 enkel summiere informatie [heeft] verstrekt” (rov. 4.8) en dat Ryanair “
niet heeft aangetoond dat de annulering van vlucht FR7411 is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid.” Daarmee heeft de kantonrechter het verweer van Ryanair dat zij al het mogelijke had gedaan om te voorkomen dat de staking tot gevolg zou hebben dat de vlucht in kwestie moest worden geannuleerd, verworpen. Tegen dit feitelijk oordeel richt Ryanair tevergeefs rechtsklachten. De kantonrechter heeft niet overwogen dat de staking van cabinepersoneel naar zijn aard niet een buitengewone omstandigheid kan vormen. Daarom faalt de klacht.
Krüsemann e.a.heeft het Hof geoordeeld dat in de omstandigheden als in die zaak aan de orde een wilde staking niet als buitengewone omstandigheid kon worden aangemerkt. [51] Ik citeer:
Pešková en Peška, C‑315/15, EU:C:2017:342, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Wallentin-Hermann, C‑549/07, EU:C:2008:771, punt 22), en dat dus per geval moet worden beoordeeld of is voldaan aan de twee cumulatieve voorwaarden die in punt 32 van dit arrest in herinnering zijn gebracht.
Van der Lans, C‑257/14, EU:C:2015:618, punt 42).
Wallentin-Hermann, C‑549/07, EU:C:2008:771, punt 20).”
Van der Lans,dat overigens niet over een staking gaat maar over een technisch defect aan een vliegtuig. Loos schrijft (mijn onderstreping): [52]
NJ2013/150, m.nt. M.R. Mok,
McDonagh/Ryanair). Dat kan mogelijk ook het geval zijn bij een zware storm of bij een staking van de luchtvaartleiding in een land waar het vliegtuig overheen zou vliegen, omdat daarmee de veiligheid aan boord van het vliegtuig in gevaar kan komen.
Een staking onder heteigenpersoneel van de luchtvaartmaatschappij levert mijns inziens zonder meer geen overmacht op, omdat de luchtvaartmaatschappij het in haar macht heeft de staking te doen eindigen door toe te geven aan de eisen van de stakende werknemers. Dat de luchtvaartmaatschappij dat mogelijk nietwildoen, kan uit bedrijfseconomische gronden legitiem zijn, maar een dergelijke beslissing dient mijns inziens niet te kunnen worden afgewenteld op de passagiers.”
Krüsemann), geldt dat ook voor zaken als het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Een staking wegens een arbeidsconflict is daarom niet te beschouwen als een voorval dat niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij (het eerste criterium genoemd in 4.8). Het mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat Ryanair de laatste jaren regelmatig in het nieuws is geweest in verband met arbeidsconflicten, of het nu ging om reguliere arbeidsvoorwaarden als salaris en werktijden of om ontslagen wegens de sluiting van bepaalde bases. Er kan m.i. geen redelijke twijfel over bestaan dat een dergelijk conflict
in de relatie tussen de luchtvaartmaatschappij en de passagiersvoor risico van de maatschappij dient te komen. Leidt een dergelijk conflict tot een staking van (een deel van) het personeel, dan vormt die staking niet een gebeurtenis die voldoet aan de twee in 4.8 genoemde voorwaarden.
Krüsemannover gaat, kan mij niet aanstonds overtuigen. Zo wordt in de verklaring van Ryanair, die is aangehecht als productie 1 bij het verweerschrift in de procedure bij de kantonrechter, benadrukt dat het in
Krüsemannging om een
unilateral actionvan de kant van TuiFly, te weten de aankondiging van een reorganisatie (die onrust bij het personeel had veroorzaakt). Ryanair daarentegen had nu juist alles gedaan
in its power to avoid the strike,want had vakbonden tot de onderneming toegelaten en was onderhandelingen gestart over een
corporate collective agreement(zie ook hiervoor, 2.6)
.Dat lees ik alsof zou volstaan dat de vakbonden aan tafel mochten zitten. Daarmee heeft Ryanair echter niet aangetoond dat zij alles heeft gedaan om de bewuste staking te vermijden. Het is waar dat het dictum van het arrest
Krüsemannerg is toegeschreven op de omstandigheden van die zaak. Dat betekent niet dat als een van die elementen zich in een andere zaak niet precies zo voordoet, de beoordeling anders moet uitvallen.
een door de vakbond georganiseerde staking van het eigen personeel van een luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert een ‘buitengewone omstandigheid’ in de zin van art. 5 lid 3 van Pro de Verordening vormt”. Zoals Duitse gerechten vaak doen geeft het Amtsgericht in de verwijzingsuitspraak zijn voorlopige standpunt weer (de Nederlandse vertaling is van het Hof): [56]
a fortiorizal aannemen dat invloed kan worden uitgeoefend op een door de vakbond georganiseerde staking van de eigen werknemers (bijvoorbeeld doordat de luchtvaartmaatschappij met de betrokken vakbond een akkoord sluit), zodat er waarschijnlijk geen sprake is van ‘buitengewone omstandigheden’.
Wallentin-Hermannvolgt dat het aan de vervoerder is om aan te tonen dat sprake is van buitengewone omstandigheden die hij zonder het brengen van voor hem onaanvaardbare offers niet kon vermijden. [57]
Krüsemann).
Aegean/ [… 1]en
Agean/ [… 2]
onzekerheid over de uitlegging van het toepasselijke recht, met inbegrip van het gemeenschapsrecht, uiteindelijk tot controle van de hoogste rechter (kan) leiden”. [61] Het beperkte cassatieberoep op grond van art. 80 lid 1 RO Pro voldoet hieraan niet, zodat de kantonrechter in dit geval als hoogste rechter in de zin van art. 267 VWEU Pro moet worden aangemerkt en daarom verplicht kan zijn om prejudiciële vragen aan het Hof te stellen.
Wallentin-Hermannen
Krüsemanndaaraan stelt. Ik verwijs nogmaals naar rov. 4.8 en 4.9 van de bestreden beschikking en naar hetgeen ik hiervoor in 4.9 heb opgemerkt. De kantonrechter heeft de zaak niet beslist op grond van een bepaalde rechtsopvatting omtrent het begrip ‘buitengewone omstandigheid’ in de context van een staking van eigen personeel. De kantonrechter was daarom niet gehouden om prejudiciële vragen aan het Hof te stellen teneinde dit geschil te kunnen beslechten.
statementopmerkt:
case-by-casebenadering dat het makkelijk kan gebeuren dat rechterlijke uitspraken over ogenschijnlijk dezelfde vragen van elkaar verschillen. Elke keer moet maatwerk worden geleverd. Anders dan Ryanair betoogt, zijn verschillen in beoordeling (en uitkomst) daarom niet zonder meer aan te merken als inconsistenties of onjuistheden. [63]
Krüsemannover de wilde staking, zonder dat evenwel zijn beslissing op die uitspraak te baseren (zie hiervoor 4.9 en 4.30).