ECLI:NL:PHR:2020:505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen dementerende aangeefster als getuige bij diefstal met valse sleutel
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal met valse sleutel, waarbij hij het pinpas en pincode van een oudere dementerende vrouw gebruikte om geld te pinnen. De verdediging wilde de aangeefster als getuige horen om te onderzoeken of zij toestemming had gegeven voor de transacties. Het hof wees dit verzoek af omdat het welzijn van de dementerende vrouw, die angstig was geworden door het tenlastegelegde, zwaarder woog dan het belang van de verdediging.
De verdediging stelde in cassatie dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk was en dat het horen van de aangeefster in beslotenheid mogelijk was om haar welzijn te beschermen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het verzoek tot het horen van de aangeefster als getuige niet viel onder de regels van art. 288 Sv Pro, maar onder een andere maatstaf voor het horen van getuigen in hoger beroep. De Hoge Raad vond geen grond voor vernietiging en verwierp het cassatieberoep.
Daarnaast legde het hof aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel op, die ambtshalve door de Hoge Raad werd bevestigd met de mogelijkheid tot vervangende hechtenis bij niet-betaling. De zaak illustreert de afweging tussen het belang van de verdediging en de bescherming van kwetsbare getuigen in het strafproces.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand inclusief de veroordeling en schadevergoedingsmaatregel.