Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Plv. P-G Langemeijer heeft het standpunt ingenomen dat aan een beroep in cassatie het appelverbod in art. 7:8 lid 5 Wvggz Pro niet in de weg staat. [4] De Hoge Raad heeft hierop nog geen beslissing genomen. Voor zover mocht blijken dat geen beroep in cassatie openstaat tegen beslissingen tot voortzetting van een crisismaatregel, is namens betrokkene een beroep gedaan op een grond voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod.
3.Bespreking van het principaal en incidenteel cassatiemiddel
psychische stoornishet door haar vastgestelde onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt, maar dat betrokkene lijdt aan een
psychogeriatrische aandoening. Het verlenen van zorg aan en de gedwongen opname van personen met een psychogeriatrische aandoening, wordt geregeld in de Wet zorg en dwang (hierna: Wzd). De Wvggz biedt daarvoor geen wettelijke grondslag, aldus het onderdeel. Voor zover de rechtbank heeft gemeend dat de door haar geschetste bijzondere omstandigheden van het geval rechtvaardigen dat zij de gevraagde machtiging toch, en wel
contra legem, mocht verlenen, getuigt dit van een onjuiste rechtsopvatting. Daarnaast voert het onderdeel aan dat het oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk is nu de rechtbank niet heeft gemotiveerd waarom mocht worden afgeweken van de in de Wvggz gegeven regels en eisen.
incidenteel cassatiemiddeldat betoogt dat het oordeel van de rechtbank dat betrokkene onder de werking van de Wzd valt onjuist is althans onbegrijpelijk is gemotiveerd. Het oordeel is onjuist voor zover de rechtbank heeft gemeend dat betrokkene enkel lijdt aan ernstige dementie en/of de aandoening van ernstige dementie op de voorgrond staat.
Personen die zich verzetten en personen die geen bereidheid tonen, maar evenmin bezwaar maken
Als betrokkene geen bereidheid vertoont en er geen vertegenwoordiger optreedt die kan instemmen met de voorgestelde zorg, wordt betrokkene geacht zich te verzetten tegen de zorg. Dit betekent dat een zorgmachtiging moet worden aangevraagd om de noodzakelijke zorg te kunnen verlenen. [14] Het aanzienlijke risico op ernstige schade zal bij deze groep niet zozeer bestaan uit schade voor derden, maar uit de schade die voor henzelf ontstaat als de psychische stoornis niet adequaat wordt behandeld. Het doel van de verplichte zorg bij de gbgb-groep zal dan bestaan uit het stabiliseren van de geestelijke gezondheid en zo mogelijk het herstellen van de autonomie van betrokkene (artikel 3:4, onderdelen d en e). Dit betekent dat een (gedwongen opgenomen) patiënt met een psychische stoornis ook onder dwang kan worden behandeld als zijn geestelijke gezondheid als gevolg van of gedurende een onvrijwillige opneming zonder behandeling niet verbetert of zelfs dreigt te verslechteren, waardoor betrokkene langer dan noodzakelijk in een instelling verblijft Door de gbgb-groep onder de reikwijdte van het wetsvoorstel te brengen, wordt aangesloten bij de gedachte dat dwang geboden kan zijn wanneer daarmee de ernst of de duur van de schade die het gevolg is van een psychische stoornis kan worden beperkt (zie voor een nadere toelichting onderdeel 8 en hoofdstuk 6 betreffende de zorgmachtiging).