Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
tweede) middelbevat de klacht dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden.
unmeritorious and frivolouskan worden aangemerkt. [5]
unmeritorious and frivolousworden aangemerkt. De situatie verschilt bovendien van die “waarin de betrokkene kennelijk geen (cassatie)klachten heeft over de bestreden uitspraak noch over de behandeling van de zaak door de feitenrechter, en hij tot op zekere hoogte zelf ervoor heeft gekozen door het instellen, althans het niet-intrekken van het cassatieberoep langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging te moeten leven”.