Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 oktober 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak betreffende poging tot doodslag te Sittard-Geleen heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO), omdat de eerste en tweede middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden en het derde middel onvoldoende belang bevat.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden of de partij onvoldoende belang heeft bij het beroep. Tevens is ingegaan op de vraag of een verzoek om een prejudicieel advies aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) invloed heeft op de toepassing van artikel 80a RO, waarbij werd geconcludeerd dat dit niet het geval is.
De Hoge Raad heeft daarop het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het arrest uitgesproken in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en niet-ontvankelijkheid van de middelen.