Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
BESLISSING
eerste middel houdt in dat het hof ten onrechte heeft gesteld dat het verzoek tot teruggave van de in beslag genomen voorwerpen (kettingen) niet aan het oordeel van het hof is onderworpen. In de kern bevat de schriftuur niet meer dan deze stelling. Het tweede middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn.
tweede middel: “De redelijke termijn is geschonden nu nadat na het arrest van het Hof er inmiddels 10 maanden zijn verstreken, de Hoge Raad pas afdoet na die periode. Gelet op het feit dat het om een erg eenvoudige kwestie gaat, had de Hoge Raad binnen een periode van 6 maanden uitspraak kunnen doen, en daarmee de betrokkene uitsluitsel had kunnen geven.”