Conclusie
mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen
niet verschenen
1.Feiten
Door medische problematiek in verband een vorm van overspanning door langdurige mentale overbelasting zijn er tijdelijk geen arbeidsmogelijkheden. Een interventie werd geadviseerd en in gang gezet, echter de arbeid gebonden component wordt tot dusverre niet meegenomen en aangepakt. Het verdient aanbeveling om een gerichte interventie in gang te zetten waarbij ook de arbeid gebonden componenten worden meegenomen, en er ook gesprekken gevoerd worden met de werkgever.
Werknemer geeft aan dat ze een gesprek gehad heeft met Directeur. Ze heeft dit als zeer positief ervaren. Ze hebben ook gesproken over eventuele werkhervatting. Werknemer wordt daarvoor nu ingepland met de bedrijfsarts en aan de hand van dat advies worden er concrete afspraken gemaakt t.a.v. werkhervatting en opbouw.”
De arbeid gebonden component werd aangepakt middels een persoonlijk gesprek tussen werkneemster en werkgever (in de persoon van Directeur). Dit is een goed gesprek geweest en heeft geresulteerd in de gezamenlijk genomen afspraak om een nieuwe poging te ondernemen om de arbeid gerelateerde problemen op te lossen en re-integratie met (al dan niet volledige) terugkeer bij eigen werkgever te realiseren. Afgesproken werd dat betrokkene zal hervatten. Dit zal plaatsvinden in een andere vestiging (vestiging in België), om zo een nieuwe start te realiseren. Afgesproken werd om te starten met twee halve dagen in de week in Juni (…) Vervolgens zullen werkgever en werknemer een plan van aanpak opstellen voor de reïntegratie, met afspraken over aard, omvang en tempo opbouw er van (…)
(…) Werknemer heeft aangegeven dat er met de bedrijfsarts is gesproken over verdere opbouw van haar uren. Het voorstel is om komende week 3 dagen van 5 uur te werken, De week erna 3 dagen van 6 uur. Werknemer heeft dan 3 weken verlof. Na haar vakantie is het voorstel om een week 3 dagen 6 uur te werken en dan 3 een hele dagen van 7,6 uur. Ook is er aangegeven dat als u vragen heeft of dergelijke u contact op kunt nemen met de bedrijfsarts de heer [Bedrijfsarts]. Ik heb zijn gegevens naar u doorgestuurd.”
Het bedrijfsbelang zijdens werkgeefster verzet zich tegen handhaving van drie dagen in de week. [Werkneemster] verricht op dit moment weegbrugwerkzaamheden. Deze zijn in het geheel niet stressvol te noemen en zijn derhalve naar onze mening makkelijk vol te houden. Op dit moment worden de weegbrugwerkzaamheden opgevangen door personeel met andere taken. De bedoeling is dat zij [Werkneemster] aflossen dan wel vice versa.
Ik heb in het verslag een schema afgesproken zoals [Werkneemster] dat zelf heeft geformuleerd. (zie onder). Ik kan mij daar wel in vinden, er is sprake van een stapsgewijze opbouw en er is sprake van een concreet voortel door betrokkene zelf gedaan.
Heb [de zoon van Directeur] om 18:17 gebeld, neemt niet op. [Bedrijfsjurist Euregio] belt me net. [De zoon van Directeur] had hem gebeld, hij had gezien dat ik gebeld had. Hij heeft aan [Bedrijfsjurist Euregio] doorgegeven dat het geen zin heeft om te bellen. Ik kan kiezen: of 5 middagen komen of me opnieuw ziek melden. En dan hoef ik niet meer terug te komen. Ik ben perplex. We bellen morgen even.”
Een voorstel werd besproken voor volgend opbouwschema: komende week opbouwen naar 3x5 uur, de week erna naar 3x6 uur. Dan is er een verlof gepland van 3 weken. Na verlof her-starten met 3x6 uur, De week erna 3x8 uur. Vervolgens verdere opbouw in stappen naar contractomvang. Dit schema zou met werkgever besproken worden (…) In dit overleg echter werd door werkgever aangegeven dat in kader van belang bedrijfsvoering sterk werd aangedrongen op werken in de middaguren i.p.v. de voorgestelde ochtend uren, en met ingang van komende week naar 5 -4 uur per week. Betrokkene zou zijn voorgehouden dit plan te accepteren of anders zich weer volledig ziek te melden. In laatste geval zal terugkeer bij eigen werkgever niet meer bespreekbaar en/of mogelijk zijn, en zal tweede spoor reïntegratie worden ingezet. Als tussenvoorstel zou [Werkneemster] voorgesteld om en om 4 en 5 middagen in de week te komen werken (1 dag vrijhouden per 14 dagen ten behoeve van lopende behandeling/coaching). Ook dit voorstel zou niet bespreekbaar zijn. In huidig spreekuur geeft betrokkene aan niet te weten hoe verder te moeten, en door gerezen conflict met werkgever zich niet langer in staat te voelen verdere opbouw van reïntegratie te realiseren.
Het advies is voorlopig wel de gerichte begeleiding (coaching) en behandelingen te continueren
Advies de reïntegratie stapsgewijs verder op te bouwen en hierover constructieve gesprekken te continueren (…)
Trachten te voorkomen de huidige verschillen van inzicht te laten escaleren tot een arbeidsconflict.
Indien werkgever en werknemer niet kunnen komen tot een overeenstemming wijs ik zowel werkgever als werknemer op de mogelijkheid van aanvragen van een Deskundigenoordeel UWV
In goed onderling overleg tussen werkgever en werkneemster zal indien wenselijk het opbouwschema worden aangepast; verzoek dit ook aan bedrijfsarts kenbaar te maken.
Vervolgspreekuur op indicatie, bij nieuwe medische feiten/omstandigheden.
Nader overleg tussen werkgever en bedrijfsarts
Gezien het verloop en thans de duur van uw arbeidsongeschiktheid willen wij u vragen contact met uw werkgeefster op te nemen teneinde een aantal zaken af te stemmen, namelijk:
Graag zouden wij een afspraak willen maken ter inlevering van de aan u verstrekte zakelijke telefoonsimkaart alsmede de alarm- en toegangssleutels van het kantoorgebouw;
u dient nog een bedrag aan uw werkgeefster terug te betalen (…)”
Gebleken is dat u heden, 13 augustus 2018, niet op het werk bent verschenen ondanks dat u daartoe door de bedrijfsarts in staat wordt geacht (laatstelijk d.d. 17 juli 2018, bijlage 1). Daarnaast bent u onbereikbaar voor onze arbeidsdeskundige en blijft u weigerachtig, ondanks andersluidende berichten uwerzijds, contact met haar op te nemen. Het vorenstaande achten wij in strijd met uw re-integratieverplichtingen genoemd in artikel 7:629 BW Pro.
Je hebt me gister niet kunnen bereiken omdat werkgever de simkaart geblokkeerd heeft. Ik ben het niet eens met de gang van zaken en heb een jurist ingeschakeld. Ik heb mij namelijk op 12 juli volledig ziekgemeld en ik kan het werk op dit moment niet aan. Deskundigenoordeel zal uitwijzen hoe verder. Werkgever ontvangt een brief van de jurist.”
Wij hebben een speciale band die in de loop van de jaren zo gegroeid is. We trekken heel veel met elkaar op en doordat we een relatie hebben gehad, ligt dit nog anders en ook gevoeliger. (…) De balans tussen werk en privé is op een gegeven moment zoek geraakt. Al jaren draait mijn leven om het werk (…) En ik ben daarin meegegaan, heb het laten gebeuren. (…) Ik heb het vaker geprobeerd aan te geven (..) Ik wil een baan waar ik me tijdens werktijd volledig voor inzet, maar daarbuiten heb ik ook mijn eigen leven. Het volgende vind ik moeilijk om te zeggen, maar ik wil het wel graag kwijt. Het feit dat je aan me zat, in mijn blouse naar mijn borsten en in mijn kruis greep, heeft het nog moeilijker voor me gemaakt. Ik heb aangegeven dat ik het niet wilde, en dat ik je geen valse hoop wilde geven dat het nog iets kan worden tussen ons. (…) Ik ben jaren niet voor mezelf opgenomen, jaren over mijn grenzen heen gegaan, niet duidelijk genoeg geweest (…) Wat ik absoluut niet wil is verwijten maken over en weer of kijken wie waar schuldig aan is, we zijn samen in deze situatie beland en we zijn er samen verantwoordelijk voor (…)”
U heeft een deskundigenonderzoek aangevraagd over uw arbeids(on)geschiktheid (…)
Na vorig spreekuur werd door [Werkneemster] een Deskundigenoordeel UWV aangevraagd welke op 03-09-2018 plaatsvond. Bedrijfsarts sprak de verzekeringsarts in dat kader. In de eindconclusie wordt door de VA gesteld dat betrokkene NIET geschikt te achten is voor het werk in de door werkgever voorgestelde invuling. De eenzijdige verandering van het voorgestelde reïntegratie traject wordt als niet adequaat beoordeeld.
Oordeel Onderzoekscommissie
niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op seksuele intimidatie;
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1is het hof met zijn oordeel dat Euregio zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen jegens Werkneemster (rov. 3.4.3 t/m 3.4.5, 3.4.7 en 3.5) buiten de rechtsstrijd tussen partijen getreden. Gelet op (i) de devolutieve werking van het hoger beroep, (ii) de omstandigheid dat Werkneemster geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, zodat (iii) het oordeel van de kantonrechter dat Euregio zich
nieternstig verwijtbaar heeft gedragen in kracht van gewijsde is gegaan, kon het hof slechts oordelen over het door Euregio in haar principaal appel aan de orde gestelde vraag of Werkneemster al dan niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof heeft met zijn oordeel dat Euregio zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen jegens Werkneemster blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en tevens een verrassingsbeslissing gegeven, waarop Euregio niet bedacht behoefde te zijn.
subonderdeel 2.2had het hof ambtshalve moeten toetsen aan de Wet Poortwachter [4] (in het subonderdeel beperkt tot art. 7:658a lid 2 en 3 BW) en aan hoofdstuk 4 van de UWV Werkwijzer Poortwachter.
werkgever. Daar tegenover staan de verplichtingen van de
werknemerom mee te werken aan zijn re-integratie, neergelegd in art. 7:660a BW.
in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht’. Bij die boordeling hanteert het UWV de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. [6] Daarnaast maakt het UWV gebruik van de Werkwijzer Poortwachter. [7] De Werkwijzer Poortwachter is een interne werkinstructie voor medewerkers van het UWV, bedoeld voor de toetsing van de re-integratie-inspanningen bij de WIA-aanvraag. Deze regels hebben niet de status van beleidsregels, [8] en – anders dan Euregio in haar verzoekschrift tot cassatie stelt – is de Werkwijzer Poortwachter geen recht in de zin van art. 79 RO Pro. [9]
werkgever), is niet in te zien wat een ambtshalve toetsing aan de Wet Poortwachter (bedoeld zal zijn: ambtshalve aanvullen van rechtsgronden) had kunnen opleveren voor Euregio. In beeld komt dan art. 7:660a BW, waarin de verplichtingen van de werknemer om mee te werken aan zijn re-integratie zijn neergelegd. In ’s hofs oordeel ligt echter besloten dat níet gezegd kan worden dat Werkneemster onvoldoende heeft meegewerkt aan haar re-integratie (rov. 3.4.3). Daarbij komt dat de vraag of een werknemer al dan niet voldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie, niet samenvalt met de vraag of een werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in art. 7:673 lid 7 sub c BW Pro. [10]
subonderdeel 2.3heeft het hof in zijn oordeelsvorming over de vraag of Werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, ten onrechte het oordeel van het UWV van 6 september 2018 betrokken. De totstandkoming van dat oordeel was echter gebrekkig omdat het UWV geen wederhoor bij Euregio heeft toegepast, waarmee het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden.
46. Deze standpunten kwamen voor Euregio volledig uit de lucht vallen. Zoals uit de verschillende rapportages en verslagen blijkt ging alles in goede harmonie en zijn de wensen van Werkneemster in het kader van de re-integratie (nagenoeg) allemaal opgevolgd. Werkneemster had zich nooit eerder op het standpunt gesteld dat sprake zou zijn van langdurige overbelasting en van het niet mogen uitvoeren van haar eigen werkzaamheden, het niet betrokken zijn bij lunches of het negeren door collega’s. Hiervan was volgens Euregio ook geen sprake, maar Werkneemster had dit dus ook nooit bij Euregio aangekaart.”