ECLI:NL:RBLIM:2019:913
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en toekenning transitievergoeding wegens verstoorde arbeidsrelatie
Verzoekster, een onderneming in oud ijzer met circa 20 werknemers, heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend tegen verweerster, die sinds 2006 in dienst was als managementassistente. Verweerster viel in februari 2018 arbeidsongeschikt uit en hervatte haar werkzaamheden gedeeltelijk in een andere vestiging. Na een nieuwe periode van arbeidsongeschiktheid en een vakantie tijdens ziekte ontstond een escalatie, mede door een beschuldiging van seksuele intimidatie door de directeur van verzoekster.
Beide partijen waren het eens over ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Verzoekster stelde dat de beschuldiging onterecht was en dat verweerster verwijtbaar had gehandeld, terwijl verweerster stelde dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg was van een ziekmakend arbeidsklimaat en dat zij recht had op een transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de beschuldiging van seksuele intimidatie niet vaststelbaar was en dat er geen rechtens relevant verwijt aan verzoekster kon worden gemaakt. Het deskundigenoordeel bevestigde de volledige arbeidsongeschiktheid van verweerster na juli 2018. De vakantie tijdens ziekte was vooraf besproken en geoorloofd. Er was geen bewijs van overbelasting door verzoekster. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 maart 2019 en verweerster kreeg een transitievergoeding van €22.109,12 bruto toegekend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 april 2019. Een billijke vergoeding en loonbetaling werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2019 en verweerster krijgt een transitievergoeding van €22.109,12 bruto toegekend.